Paradigm Shift

Een RPG die zich centreert rond het leven in een stad waar alles kan gebeuren.


Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

The 8th of April

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

1 The 8th of April op di jun 17, 2014 7:53 pm

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
Voor Inge.
Omdat ze wil dat heel HH mee kan janken.

~




‘Hé, het komt wel goed.’ Rowan keek glimlachend naar hem op toen Kaels vingers zich om de zijne sloten. Hij zat in kleermakerszit op het ziekenhuisbed, en de klok boven zijn hoofd gaf aan dat hij nog vijf minuten had.
‘Je weet dat dit…’ Kael keek hem niet aan. ‘Dit kan de laatste keer zijn dat -’
‘Maak je toch geen zorgen, Brown.’ Er verscheen een grijns op zijn bleke gezicht. ‘De dokters zeggen dat het tot nu toe altijd goed verlopen is.’
Ondanks deze woorden was hij nog steeds niet gerust gesteld. Hij liet zijn blik door de verder lege zaal glijden, op zoek naar woorden. Toen hij die niet wist te vinden boog hij zich iets voorover, en kuste de jongen zacht op zijn voorhoofd, zijn gezicht in zijn handen.

Kael keek hem door het dikke glas uitdrukkingsloos aan, zijn kaken op elkaar geklemd.
Ze hadden zijn verwaaide haar, dat hoe dan ook niet goed wilde blijven zitten, hoe vaak Kael zijn vingers er ook doorheen haalde, volledig afgeschoren. Zijn huid was bleker dan ooit, en er zaten rode striemen op zijn armen. Hij wist dat Rowan die voor hem had willen verbergen, maar natuurlijk was hij er op een gegeven moment toch achter gekomen.
Hij haalde even diep adem en keek over zijn schouder toen er een deur open ging. De chirurg van eerder keek hem even aan over de rand van zijn bril, voor hij de geluidsdichte operatiekamer binnen stapte.
Zijn ingewanden bevroren toen Rowan zijn hoofd naar hem omdraaide, en hem recht aankeek. Hij kon zien dat hij gehuild had, maar desondanks glimlachte hij naar de oudere jongeman achter het glas terwijl de dokters achter hem heen en weer liepen.
Toen gleden zijn ogen dicht, werd zijn hoofd recht getrokken, vingers in plastic handschoenen om zijn kaak geklemd die zijn blik op het plafond richtten. Een paar tellen later werd er een kapje over zijn mond gezet.
Hij zag er vreselijk klein uit, zo op de operatietafel, zijn handen op zijn borst gepind, zijn geschoren hoofd zonder enige ondersteuning op het harde oppervlak.
Het zou een operatie van vier uur zijn, hadden ze gezegd, om het deeltje uit Rowans brein weg te halen wat ervoor zou zorgen dat zijn schizofrenie voorgoed zou verdwijnen.
Vier uur lang zou hij in de kamer ernaast moeten doorbrengen, niet wetend wat ze met de jongen deden.
Vier vreselijke uren.
Ze hadden Rowan niet precies gezegd hoe groot de kans was dat hij dit zou overleven.



De blik van de dokter die als eerste naar buiten kwam zei hem genoeg.
Het was hem niet gelukt in slaap te vallen, om überhaupt wat te rust te krijgen. Hij had de gang tientallen keren op en neer gelopen, van een namaak van De sterrennacht, het schilderijtje dat naast de deur hing, terug naar het rijtje stoelen. Er was geen enkel geluid te horen geweest door de gesloten deur, en hij had niet meer mee kunnen kijken nadat ze de rolgordijnen omlaag hadden gedaan.
Zonder een woord te zeggen kwam hij overeind in de oncomfortabele stoel. Een paar tellen keek hij de man aan, toen hij de monotone toon hoorde.
Zijn nagels boorden zich in zijn handpalmen.
Dit was het.

Niets sterrennacht. De lucht boven het ziekenhuis was inktzwart, en het enige licht aan de hemel was het vliegtuig dat over zijn hoofd vloog. Op straat, zo’n tweehonderd meter onder hem, raasden auto’s over de fel verlichte hoofdstraat van New York.
Hij voelde de kille wind niet eens die langs hem heen gierde. De deur die naar het dak van het ziekenhuis leidde klapperde achter hem, maar hij leek het niet te horen.
Trillend zonk hij op zijn knieën, zijn handen voor zijn mond geslagen in een poging zijn geschreeuw te dempen. Het was alsof het monster dat al dagen van zijn binnenste had gegeten zijn hart had bereikt en niets meer van hem overliet.
Het lege gevoel in zijn borst was ondragelijk.
De gedachte dat Rowan hem deze keer niet zou vinden, in elkaar gedoken in het midden van de nacht, zorgde ervoor dat het geschreeuw over ging in zacht gesnik, dat overstemd werd door de gierende wind.


~Einde 1
'Rowan -'
Hij keek op toen hij zijn naam hoorde, weg van het raam dat niet meer toonde dan de grauwe hemel.
Een schaduw van een glimlach verscheen op zijn gezicht toen hij de oudere jongeman in het oog kreeg. 'Kael...' Zijn stem was hoger dan normaal. 'Ik dacht -'
Hij werd abrupt afgekapt.
Zacht snikkend trok Kael de jongen tegen zich aan, zijn vingers om de achterkant van zijn shirt sluitend. Hij verborg zijn gezicht in zijn hals, en Rowan voelde dat hij trilde.
'Sssh...' Hij maakte zich niet los , maar hield Kael zacht tegen zich aan, een hand op zijn achterhoofd. 'Het is oké, ik ben er...'
Het scheen niet te helpen. Met tranen in zijn ogen legde hij een hand op Kaels wang en duwde zijn voorhoofd tegen de zijne. 'Het is oké,' herhaalde hij zacht, de tranen van zijn huid vegend. 'Het is oké...'
Kael kneep zijn ogen dicht en haalde diep adem, terwijl Rowan langzaam zijn vingers door zijn haar haalde, hun neuzen tegen elkaar.
'Het is oké.' Opnieuw trok hij de jongeman tegen zich aan, en toen die zijn omhelzing beantwoordde kuste hij Kael zacht op zijn hoofd. Hij merkte dat hij nu zelf ook beefde.
'Het is oké...' Met een flauwe glimlach keek hij Kael weer aan. 'Ik had toch gezworen dat ik niet dood zou gaan?'

'Kael?'
Hij vloekte zacht en schraapte zijn keel toen zijn stem oversloeg.
'Kael!'
Voor het eerst in tijden vond hij het weer moeilijk om iemands aandacht te trekken. Moeizaam maakte hij zijn weg door de menigte. Hij negeerde de blikken die mensen wierpen op de ene kruk die hij vast hield en waar hij af en toe op leunde, zijn verwaarloosde kleding en zijn geschoren hoofd.
'Kael!'
Eindelijk leek de man hem gehoord te hebben en kwam hij licht hijgend tot stilstand. Lopen ging hem nog steeds moeilijker af dan gedacht.
Een grimas verscheen op zijn gezicht toen Kael omkeek, en hij stak zijn hand half naar hem op. Hij haalde nog steeds wat moeizaam adem.
'Row...'
Hij had verwacht dat Kael enthousiast zou reageren, blij dat hij weg was uit het ziekenhuis waar hij het liefst nooit meer naar terug zou willen, zou lachen als hij de jongen in het oog kreeg.
Hij zat fout.
Kael leek te wankelen, alsof hij plotseling zijn evenwicht was verloren, en na een paar tellen begon hij in Rowans richting te lopen, steeds sneller. Hij duwde een paar mensen aan de kant, negeerde een autobestuurder die verontwaardigd iets uit zijn raampje schreeuwde en rende de laatste paar meter over straat, tot hij voor Rowan tot stilstand kwam.
Onwillekeurig zijn adem inhoudend wachtte die tot hij iets zou zeggen.
'Waarom loop je met krukken?'
Kael had nog steeds diepe wallen onder zijn rode ogen, alsof hij zelfs nu niet goed sliep. Zijn stem beefde.
'Oh, deze?' Rowan hief de kruk iets op. 'Niets bijzonders. De dokter zei dat ik ze voor een week of wat moest houden, voor de zekerheid. Ik -'
Hij keek op, merkend dat Kael naar hem staarde. 'Is er iets?'
Kael schudde ontkennend zijn hoofd. 'N-nee... ik mis je haar.'
Rowan grijnsde iets en leunde op de kruk. 'Ik ook.'
'Heb je, eh, heb je hulp nodig om te lopen?'
'Nee, dit gaat prima.'
Half geamuseerd zag hij dat Kael naar woorden zocht.
'Kom je mee naar huis?'
'Natuurlijk kom ik mee naar huis jij idioot.' Hij veegde met zijn hand over zijn hoofd, zoals hij vroeger zijn vingers door zijn haar had gehaald, en grijnsde breed.
'Kijk, ik heb een litteken.' Hij draaide iets om zodat Kael het litteken kon zijn dat over zijn achterhoofd liep, voor hij weer naar hem opkeek. Een kleine glimlach verscheen op Kaels bleke gezicht.
Hij verwachtte dat hij iets zou zeggen, maar in plaats daarvan deed hij iets wat hij niet had verwacht.Voor hij het wist had Kael zijn armen om hem heen geslagen en drukte hem zo stevig tegen zich aan dat zijn voeten van de grond kwamen en hij de kruk moest laten vallen.
Zacht lachend sloeg Rowan zijn armen om zijn nek en beantwoordde zijn omhelzing, en liet hem niet los toen zijn voeten de grond weer raakten.
'Kijk uit!'
Een barse stem zorgde ervoor dat ze elkaar snel weer los lieten, en met een besmuikte grijns pakte Rowan snel de kruk van de grond. 'Kom op, we staan een beetje in de weg.'
Hij keek op naar Kael, die met zijn vertrouwde grijns een arm onder de zijne schoof zodat de jongen op hem kon leunen.

~Einde 2 (Inge)
Hij zag er onberispelijk uit. Zijn haar zat perfect, zijn stropdas recht, zijn gehele outfit was gitzwart en gladgestreken en zijn schoenen waren netjes gepoetst. Zijn gelaat was echter het tegenovergestelde. Zijn ogen waren roodomrand met diepe wallen eronder. Rond zijn lippen was een harde trek verschenen en zijn handen trilden toen hij uit de taxi stapte en betaalde.
"Hey, veel sterkte man," zei de chauffeur meelevend. Kael forceerde met moeite een glimlach.
Hij keek naar de kathedraal voor hem, waar de begrafenis zou beginnen. Er was een probleempje. Hij was niet uitgenodigd. Vermoedelijk Samuels werk. Dus de kans bestond dat er problemen zouden ontstaan. Kaels dode blik kreeg iets van zijn oude strijdbaarheid terug. Ze zouden hem er met geweld uit moeten zetten als ze niet wilde dat hij Rowan een laatste eer zou bewijzen.
Met een meer verende tred dan toen hij eerder die dag naar de taxi toe was gelopen, maar nog steeds met dat loodzware, oneindige verdriet in zich, liep hij naar de grote, openstaande deuren.
Veel mensen zaten al en keken op toen Kael binnenkwam, maar hen zag hij niet. Hij staarde slechts met enorme ogen naar de kist vooraan in de zaal. Als hij gedacht had dat de pijn van het gemis niet nog groter had kunnen worden had hij het mis. Hij voelde zich alsof hij ieder moment in elkaar kon zakken, kon bezwijken onder het ondraaglijke verlies van iemand die als een klein broertje voor hem was geworden, maar dan nog meer dan dat.
"Wat doe jij hier?" klonk ineens een barse stem en in een paar passen stond Samuel voor hem, onbeschoft dichtbij. Zijn gezicht was nog lang niet hersteld van de talloze klappen die hij van Kael had gekregen, maar deze wilde meteen alweer eigenlijk niets liever dan voor een tweede ronde gaan. Deze man riep zoveel weerzin op, zoveel woede, dat Kael niets liever wilde dan hem zien verdwijnen. Hij leek geen enkel verdriet te hebben en dat maakte Kael razend, ook al werkte zijn eigen verdriet verlammend. Hoe kon hij zo onverschillig zijn? Er was een stuk in Kael dood gegaan en Rowan en hij waren niet eens bloedverwanten. Hoe kon zijn eigen vader zo gevoelloos zijn?
"Afscheid nemen," zei Kael, en tot zijn eigen verbazing viel het mee hoe verstikt zijn stem klonk, ook al voelde het afschuwelijk om die twee woorden uit te spreken. Alsof hij daarmee iets bezegelde, voorgoed moest accepteren dat Rowan er echt nooit meer zou zijn. Dat de jongen echt nooit meer tegen hem aan zou kruipen op de bank als het stormde. Dat ze echt geen slechte grappen meer uit zouden halen met elkaar.
"Ik kan me niet herinneren dat jij hier welkom was."
"Ik heb daar nooit een bevestiging van gehad," zei Kael door opeen geklemde kaken, terwijl hij het branderige gevoel in zijn ogen wanhopig probeerde te negeren. Samuels ogen vernauwden zich en hij beende langs Kael heen. Deze keek weer naar de kist. Langzaam begon hij naar voren te lopen, zich niets aantrekkend van het verontwaardigde geroezemoes.
Het was alsof zijn lichaam zich met iedere stap tegen zijn geest verzette. Hij kwam stap voor stap dichterbij de ijzingwekkende realisatie dat Rowan er echt niet meer was. Dat zijn hart nooit meer zou slaan, er geen enkele activiteit in zijn hersenen meer was. Opnieuw was Kael bang ter plekke in te storten.
En toen was hij dichtbij genoeg om hem te kunnen zien liggen. Bewegingloos. Bleek. Netjes aangekleed. Kleding waar hij nooit in gezien zou willen worden bij leven.
Kaels blik ging over de rustig gesloten ogen, alsof hij gewoon sliep, de ontspannen mond, waarmee hij nooit meer zou lachen op die manier die Kaels humeur direct verbeterde. Zijn haar was voor het eerst in zijn leven in model gebracht. Het hoorde niet. En het benadrukte nog meer dat de Rowan die hij kende er niet meer was. Verloren, voor altijd.
Kaels vrees werd waarheid. Zijn knieën begaven het en naast de kist zakte hij in elkaar. Tranen liepen weer vrijelijk over zijn wangen en hij dook ineen, snikkend, alsof hij zich daarmee af kon schermen van de intense emotionele pijn die in hem woedde, meedogenloos.
"Hij daar, hij is niet welkom," klonk Samuels stem toen. Snelle voetstappen. Ineens werd Kael aan zijn armen omhoog gehesen. Twee sterke mannen leidden hem mee. Kael was niet bij krachten om zich te verzetten.
Toen hij Samuel passeerde keek deze hem kil aan.
"Als hij nooit met jou om was gegaan, was dit ook nooit gebeurd."
Het was alsof de woorden werden gebrandmerkt in zijn ziel en Kael kromp onbewust ineen. Hoelang zou hij dit aankunnen voor hij helemaal niets meer zou voelen? Hoe kon een mens zoveel verdriet eigenlijk in een keer voelen?
Hij werd naar buiten gebracht en achter hem werden de deuren gesloten. Hij zakte ineen en bleef zo zitten. Ook toen de dienst hoorbaar begon. Ook toen donkere wolken boven hem samenpakten en een ijzige wind door zijn kleren sneed.
Dit was precies zo'n moment waarop hij Rowan nodig had. Rowan, die hem altijd had kunnen vinden. Maar nu niet meer. Hij zou Kael nooit meer vinden. En even wenste hij dat hij net als Rowan was. Dat mensen in zijn hoofd konden blijven bestaan. Dan maar aan de medicatie, maar Kael had er alles voor gegeven om nog een keer Rowans stem te kunnen horen.

~

Het is een AU dus niemand is permanent dood vooral omdat ik zwak ben en geen OC's dood kan laten gaan.

2 Re: The 8th of April op di jun 17, 2014 7:58 pm

Kael Brown

avatar
(▀̿Ĺ̯▀̿ ̿)
Ik haat je. Heel erg.

3 Re: The 8th of April op di jun 17, 2014 8:05 pm

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
ZEGT INGE

4 Re: The 8th of April op di jun 17, 2014 9:51 pm

Kael Brown

avatar
(▀̿Ĺ̯▀̿ ̿)
DIE IS LANG NIET ZO ERG DAMMIT. HIJ LEEFT TOCH NOG?

5 Re: The 8th of April op di jun 17, 2014 9:58 pm

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
ROWAN IS TOCH OOK NIET DOOD STAAT ER TOCH ONDER IK BEN EEN EMOTIONEEL WRAK IK KAN GEEN OC'S DOOD LATEN GAAN

6 Re: The 8th of April op di jun 17, 2014 10:02 pm

Kael Brown

avatar
(▀̿Ĺ̯▀̿ ̿)
IN THE BAD ENDING HE IS. AND THAT IS BAD. THAT IS VERY BAD.

Gesponsorde inhoud


Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum