Paradigm Shift

Een RPG die zich centreert rond het leven in een stad waar alles kan gebeuren.


Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Don't take it!

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

1 Don't take it! op ma dec 13, 2010 3:25 pm

kharrea

avatar
Een schrille hinnik weerklonk vanaf de begraafplaats. Mensen keken verschrikt op. Meestal kwamen ze niet eens meer op de oude begraafplaats. Er liep een spookpaard rond zeiden ze. Doom wist wel beter. Ze was geen spookpaard. Ze was een merrie ontsnapt uit het slachthuis. Hier vond ze veel voedsel. Mensen kwamen er niet meer sinds dat ze er woonde. Haar asgrijze vacht zat onder de littekens. Allemaal een uniek verhaal. Haar witte staart zat vol klitten net als haar manen. Haar kastanje bruine ogen speurden het gebied af. Haar oren stonden gewoon neutraal naar voren. Meschien was er toch een voordeel aan deze belachelijke dag. Langzaam slofte ze richting de rand van het kerkhof. Die stomme feestdag bracht haar aandacht en meer lekkers op. Tijdens Halloween waren de mensen niet bang van haar. Dan begroetten ze haar zelfs. Ze snapte het echt niet. Ongeïnteresseerd keek ze naar de letters op de grafstenen. Veel kon ze er niet uit opmaken. Eigenlijk kon ze het helemaal niet lezen. Jammer dat paarden niet konden lezen.

Uitzichtloos keek ze over het hekwerk van de kerkhof. Mensen liepen langs haar door in vreemde pakjes. Sommigen liepen als vampieren rond. Toch waren ze nog steeds stuk voor stuk dezelfde kinderen. De kinderen die elke dag langs haar door liepen zonder haar een blik waardig te gunnen. Nu keken ze allemaal naar haar en gaven ze haar een aai. Doom brieste eens. Ze sloeg met haar staart de vliegen weg. Waarom zou ze hier blijven rondzwerven? Meschien moest ze maar eens de rest van het dorp onderzoeken. Niemand keek nog van haar op. Haar hoeven waren gespleten en te lang. Och, het maakte haar weinig uit. Rennen moest ze toch niet meer. Niemand kwam in haar buurt. Ze zag een paar mensen opkijken toen ze hoefgekletter hoorden. “Kijk de merrie van het kerkhof.” Fluisterden een paar mensen toen ze over straat liepen. Doom keek af en toe op. Toch negeerde ze het grootste deel. “Dat dat paard nog leeft. Veel te onervaren als je het mij vraagt.” Hoorde ze ook iemand zeggen. Beledigd gooide ze haar oren in haar nek en hapte ze richting de man. De man sprong achteruit en schudde zijn hoofd. “En die is ook nog eens vals als je het mij vraagt.” Hoorde ze hem nog zeggen. Ze hield haar oren nog even in haar nek. Echt mensen verstaan kon ze niet maar sommige tonen kende ze nu eenmaal. Sommigen maakten haar echt boos als ze die hoorde.

Ze hoorde een auto rijden. Verbaasd keek ze om. Er hing een trailer achter. Doom vertrouwde het niet. Moeizaam begon ze te draven. Voor heel even vervloekte ze haar slechte hoeven. Ze kwam amper vooruit. Op dit hobbelgangetje haalden ze haar zo in. Met haar oren in haar nek ging ze richting de achterkant van het kerkhof. Ze hoopte vurig dat de poort daar open was zodat ze terug thuis zou zijn. Angstig kwam ze tot stilstand toen ze zag dat de poort gesloten was. Nu kon ze geen kant meer op. Ze draaide haar om en zag een vrouw richting haar komen. Ze had een touw vast met een lus. Doom stijgerde en maaide met haar hoeven door de lucht. De vrouw deinsde achteruit. “Sorry paardje maar je gaat mee.” Zei ze toen. Doom brieste woest. Ze ging dus mooi niet mee! Ze bleef hier, waar ze thuis hoorde. Op haar kerkhof. Hier was ze veilig. Ze hoorde een andere stem vanuit een doosje dat aan de riem van de vrouw hing. Doom bleef gestrest kijken. Ze moest hier weg zien te komen. Deden haar hoeven maar niet zo veel pijn. Dan was ze al lang weg geweest. Het hek was niet heel erg hoog maar te hoog om er met pijnlijke hoeven over te raken. Ze draaide zich met haar achterwerk richting de vrouw. Gespannen liep ze achteruit. Toen ze op redelijke afstand van de vrouw en van het hek was begon ze met galopperen. Het deed haar pijn maar har vrijheid was veel belangrijker als die stomme pijn. Ze beklaagde zichzelf nu al dat ze richting het dorp was gegaan. Voorzichtig stootte ze af. Ze sloot haar ogen terwijl ze sprong. Ze was bang dat ze het niet zou gaan halen omdat ze niet genoeg hoogte zou hebben. Haar angst werd werkelijkheid. Ze raakte het hekwerk met haar voorste hoeven. Hard kwam ze neer op de grond. Ze kreunde eens en ging op haar zij liggen.
De zon prikte in haar ogen. Vogels floten een vrolijk lied. Doom knipperde met haar ogen. Verschrokken vloog ze recht toen ze vreemde geuren rook. Waar ze was wist ze niet. Wel dat ze niet op haar kerkhof was. Ze hoorde andere paarden. Ze rook wel de heerlijke geur van hooi. Ze was helemaal uitgemergeld. Onzeker keerde ze zich met haar achterhand richting de stalopening. Waar ze was zocht ze later wel uit. Eerst wou ze wat lekkers binnen krijgen. Voorzichtig nam ze een hap uit het hooi. Rustig kauwde ze erop. Toen ze iets achter haar hoorde draaide ze zich om en ging in het achterste hoekje van haar stal staan. Ze duwde haar oren in haar nek en spande al haar spieren op. Ze gooide haar hoofd de lucht in en keek wantrouwend naar de vrouw. Ze leunde rustig op de staldeur en bekeek haar. De vrouw leek te lachen. Doom begreep mensen echt niet. “Zo dame heb jij even geluk gehad. Je had je benen kunnen breken. Wat dacht je van Lucky?” Zei de vrouw. Doom schudde wild haar hoofd. Waarom Lucky? Het was zo’n overbekende naam en ze vond haar eigen naam wel goed zo. Doom zuchtte opgelucht toen de vrouw verdween. Ze hoorde andere paarden fluisteren. Ze keek op toen ze die belachelijke naam weer hoorde. “Lucky hé. Dus zo heet je merrie.” Hoorde ze een hengst zeggen. Doom rolde met haar ogen. “Dat is niet mijn naam.” Siste ze door haar tanden heen. Er was een onaangename stilte. Toen hoorde ze de hengst grijnzen. “Nou zeg je echte naam dan. Oh, mijn naam is Silverado.” Zij de hengst toen. Doom rolde eens met haar ogen. Waarschijnlijk zo’n duur verwend paardje dacht ze. “Doom.” Zei ze toen kortaf. Weer hoorde ze de hengst grijnzen. “Wat is er zo grappig?” Siste ze toen. Ze hoorde geritsel van de stal waar de hengst stond. Ze hoorde het gegrijns nu achter haar. Verschrikt draaide ze haar om en keek de zilverzwarte hengst aan. Even wist ze niets te zeggen. Verbaasd bleef ze de hengst aankijken. “Nou, dat je waarschijnlijk denkt dat hier prachtige paarden staan met een perfect verleden zonder pijn. Nou dat heb je mis. Enkel mishandelde en verwaarloosde paarden zul je hier aantreffen.” Zei hij toen droogjes met een vriendelijke grijns op zijn gezicht.

Doom schraapte wat met haar hoef over de grond. Gespannen stond ze weer in het hoekje van haar stal. Konden die domme mensen haar nu niet een keer met rust laten? Wild brieste ze. De vrouw bleef kalm aan de deuropening staan. Doom kalmeerde wat. Toch wou ze niet dichter komen. Het halster irriteerde haar. “Kom op meisje.” Zei de vrouw. Doom schraapte met haar hoef. De vrouw haalde een snoepje tevoorschijn en legde die op haar handpalm en reikte het naar haar uit. Doom snoof. Wat moest ze daar nou mee. Ze hoorde Silverado richting zijn hooinet stappen, richting haar. “Ga gewoon. Ze helpen je enkel. Ik zou je naam maar Accepteren. Ze vinden wel een betere naam.” Zei hij toen rustig. Doom schudde haar hoofd. De vrouw grijnsde. “Kunnen ze mooi vergeten. Ik lijd nog liever pijn dan hun te vertrouwen. Ik was bijna dood door die tweevoeters.” Zei ze koppig. De heerlijke geur van het snoepje bleef haar neus binnendringen. Steeds kreeg ze het moeilijker om het te weerstaan. Ze zuchtte. Deze keer won het snoepje het van haar. Voorzichtig zette ze een stapje richting de vrouw. Stapje voor stapje kwam ze dichter. Met uitgestrekte hals nam ze het snoepje snel van de hand van de vrouw. Rustig kauwde ze er op. Zonder dat ze het merkte had stond de vrouw langs haar en had haar vast geklikt. Doom deinsde weer achteruit. Wat wouden ze toch van haar? Met haar hoofd in de lucht en gespannen volgde ze de vrouw over het gangpad. Wat gingen ze met haar doen? Angstig keek ze om haar heen. Hier was tenminste niet die vreselijke geur van toen. Ze zag een smal ding waar je in moest gaan. Koppig bleef ze staan. Daar ging ze mooi niet meer in. Weer werden de snoepjes boven gehaald en gaf ze haar over. Ze wandelde het ding in en voor ze terug kon gaan was er een baar achter haar achterhand gedaan zodat ze niet meer weg kon. Ze bonden haar vast en de hoefsmid gaf haar een klopje op haar hals. “Prachtige merrie heb je nu. Vind vast snel iemand als ze er terug bovenop is.” Zei de man. Doom schudde haar hoofd. Ze hoorde Silverado achter haar grijnzen. Deze keer werkte ze niet tegen. Ze stond zelfs ontspannen toen ze haar hoeven deden. Eindelijk van die vreselijke pijn af.

Ze keek koppig naar buiten. Van waar ze nu stond zag ze eigenlijk niets maar ze ging dus echt niet over haar staldeur heen kijken. Ze hoorde de vrouw praten. “Nu Silverado zeker?” Doom grijnsde eens. Ze hoorde een diepe zucht vanuit de andere box ontsnappen. Ze grijnsde eens en sloot haar ogen. Ze was eigenlijk erg mager. Het maakte haar weinig uit. Ze overleefde wel. Ze hoorde slofende hoefstappen over de stalgang gaan. Eigenlijk was ze best nieuwschierig. Voorzichtig stapje voor stapje ging ze richting de stal deur. Ze stak angstig haar nek naar buiten, bang dat ze een mep zou krijgen. Er gebeurde niets dus keek ze richtign dat vreemde ding waar je in moest staan. Ze zag de zilverzwarte hengst staan. Eigenlijk zag hij er redelijk goed uit voor mishandeld of verlaten te zijn geweest. Toch trok hij wat met zijn been. Rustig liet hij alles doen. Toen ze hem naar achteren lieten lopen om uit het ding te gaan ging ze weer vanachter in haar stal staan. “Vond je het interessant?” Hoorde ze hem zeggen. “Wat bedoel je interessant?” Vroeg ze toen zo onverschillig mogelijk. Ze hoorde hem grijnzen. “Ik heb je zien kijken. Zo erg zijn ze niet hé?” Zei hij toen met een grijns in zijn stem. Doom snoof boos. “Zijn ze wel. Ze wouden mij dood.” Zei ze toen boos. Ze gaf ene trap tegen het hout. Ze hoorde Silverado naar achteren stuiven en bruisen. “Al goed hoor. Je hoeft niet zo te reageren.” Zei hij geërgerd.

Doom draaide wat rondjes in haar stal. De avond was gevallen en ze hoorde een uil roepen. In Texas was het altijd lekker warm. Houston was een prachtig gebied. Ze was nog steeds zenuwachtig. Silverado had niets meer tegen haar gezegd en haar volledig genegeerd. Ze had niet zo bot tegen hem moeten zijn. Ze keek over haar staldeur heen en schrok toen ze hem naar buiten naar de sterren zag kijken. Even bleef ze stil. “Ooit zal ik weer een normaal leven hebben. Een baasje die van mij houdt. Iemand die mij niet achterlaat.” Zei Silverado toen zachtjes. Doom zweeg. Silverado keek om en doom zag zijn verdriet. Voorzichtig duwde ze haar neus heel even tegen zijn kaak. “Sorry van daarstraks. Het licht gewoon gevoelig. Ik heb gewoon slechte ervaringen met mensen.” Zei ze toen zachtjes. Silverado knikte zachtjes. Doom zuchtte eens. “Vroeger was alles goed. Ik was de lieveling van de meisjes. Marry-anne en Judy waren echt geweldig. Ik was hun lievelingsveulen. Judy werd erg ziek en ze gingen verhuizen. We moesten allemaal weg. Ik was een jaarling toen het gebeurde. Ik ging van eigenaar tot eigenaar. Nergens hoorde ik thuis. Als twenter brachten ze mij naar de slacht. Ik ontsnapte en bleef op het kerkhof. Twee jaar leefde ik er toen nu ben ik hier.” Zei ze zachtjes. Ze voelde de warme, zachte snuit van Silverado tegen haar wang. Heel even sloot ze haar ogen en zuchtte ze diep. Ze liet haar hoofd zakken en keek vanuit haar ooghoeken naar de zilverzwarte hengst. Hij verdween in zijn donkere box. Doom draaide haar om en legde zich uitgeteld neer.

De haande kraaide en de vogels floten. Doom kneep haar ogen dicht. Ze wou nog niet wakker worden. Haar droom was net zo goed. Verveeld stond ze op. Stro hing in haar manen en staart. Gehumeurd schudde ze haar manen uit. “Stom stro,” mopperde ze verveeld. Ze wandelde rondjes in stal. Het leven buiten was vele beter. Dan had je tenminste iets te doen. Waarschijnlijk zou ze de rest van haar leven geen blauwe lucht meer zien. Ze hoorde iemand de stallengang inkomen. Angstig bleef ze in het hoekje van haar stal staan. “Moet deze ook Mevrouw Sanwels?” vroeg de jongen. Doom brieste geïrriteerd. “Ja, Lucky en Silverado moeten ook we kleine weide op.” Hoorde Doom haar zeggen. Doom rolde met haar ogen. Ze wou die ellendige naam niet meer horen. Ze had geen geluk gehad. De jongen kwam haar stal in. Doom hinnikte schril en steigerde. De jongen bleef koppig staan. Doom schudde haar hoofd. “Koppig kind,” mopperde ze. Verveeld bleef ze staan. Ze maakten haar halster vast aan het halstertouw en gaven een rukje. Doom bleef koppig staan. Ze hoorde Silverado briesen. “Ik wil naar buiten,” zei hij op een aansporende toon. Doom rolde met haar ogen en gaf toch maar toe. Ze volgde de jongen. Hij klikte Silverado vast en liet hem naar buiten komen. Doom gaf hem onverschillig een neusje als begroeting. Silverado grijnsde eens en wandelde rustig langs de jongen op.

Doom bokte wild door de weide heen. Haar vacht was nat van het zweten. Haar neusgaten stonden wijd open en haar oren naar voren. Eindelijk kwam ze tot stilstand. Ze brieste eens en grijnsde. Haar benen trilden van vermoeidheid. Ze gooide haar hoofd in de lucht en stijgerde. Ze voelde zich eindelijk een klein beetje vrij. Ze keek om naar Silverado. Die stond gewoon te grazen. Doom begreep het niet. Hij had hier al lang weg kunnen zijn. Als ze wat beter was geweest was ze al lang over het hekwerk gesprongen. “Waarom ontsnap je niet gewoon? Je kunt makkelijk over het hek,” Merkte ze toen bedenkelijk op. Silverado keek op met een pluk gras in zijn mond. Hij schudde zijn hoofd eens om de vliegen weg te jagen. “Ik wil niet weg. Het is goed hier. Ik ben niet half wild,” merkte hij droog op. Doom draaide haar hoofd om. Ze stampte met haar hoef op de grond. “Wil je zeggen dat ik half wild ben? Ik moet die tweevoeters gewoon niet. Ze doen je pijn,” zei ze kortaf. “Wel, als jij vind dat je moet gaan, ga je. Ik volg dan wel,” zei hij met een knipoog. Doom keek verward op. Haar mond viel haast open van verbazing. “Huh?” was het enige wat ze kon uitbrengen.

Het malse gras deed haar goed. Ze genoot duidelijk van het buiten zijn. Ze wou niet meer naar binnen. Ze wou buiten blijven. De gouden avondzon scheen op haar asgrijze vacht. Even deed ze haar ogen dicht en genoot ze van een briesje door haar manen heen. “Arabische invloeden hé,” merkte Silverado toen op. Doom keek om en knikte snel. “Mijn moeder was een volbloed. Een prachtige witte merrie. Ze werd verliefd op een bastaard hengst en toen was ik er. Ze hebben mij verjaagd en mijn moeder afgemaakt. Mijn vader kreeg hetzelfde lot. Geen bastaards in een goede stoeterij klonk het,” zei Doom een beetje treurig. Haar zwarte snuit en oren had ze aan haar vader te danken. Rond haar ogen waren ook zwarte aftekeningen. Silverado was meer rechthoekig gebouwd als haar. Ergens leek het haar een pracht van een paard te zijn onder die afgeleefde houding van hem. “Wat zijn zou invloeden dan?” Vroeg ze nieuwschierig. Silverado zweeg even. “Engelse volbloed,” sprak hij nors. Doom bergreep zijn reactie niet echt maar ze negeerde het maar. Als hij erover wou spreken zou hij dat vast en zeker doen.

http://dreamhorses.actieforum.com

Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum