Paradigm Shift

Een RPG die zich centreert rond het leven in een stad waar alles kan gebeuren.


Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Isa's Dump-topic.

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3, 4

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 4 van 4]

76 Re: Isa's Dump-topic. op do jan 29, 2015 8:50 pm

Oliver Edurel

avatar
'Hey, Cas.' Op het moment dat het beeldscherm aan was gesprongen en het roodharige meisje in beeld was verschenen begon James te grijnzen. 'Hoe is Londen zonder mij?'
Cassie haalde haar schouders op. 'Gaat wel.' Ze sloeg glimlachend haar ogen neer toen James zijn wenkbrauwen op trok. 'Een beetje stil.'
'Kan ik me voorstellen.' James ging wat comfortabeler in zijn stoel zitten en pakte het glas water op dat hij enkele minuten voor zichzelf in had geschonken. 'Overleef je het wel?'
'Alsof ik jou hier nodig heb om te overleven,' antwoordde ze gelijk, en meteen zag ze eruit alsof ze spijt had dat ze dat gezegd had. Die nogal geschrokken uitdrukking verdween gelijk toen de jongeman naar haar grijnsde en een slok uit het glas nam. 'Dat suggereerde ik ook niet. Ik vroeg me gewoon af of je het wel uit houdt daar.'
'Gaat wel,' antwoordde het meisje opnieuw. 'Rachel logeert hier voor een paar dagen dus is het wat minder stil.'
Ze leek even te worden afgeleid door iets dat James niet kon zien en wat haar leek te amuseren, en enkele seconden later stapte Lola, één van de twee bruine kittens die in Cassies appartement rond liepen, op het toetsenbord van de laptop. Glimlachend pakte Cassie de kat van de computer en zette haar voor zich neer. 'Sorry.'
'Maakt niet uit,' glimlachte James, zijn hoofd met zijn hand ondersteunend. 'Dus Rae is bij jou nu?'
'Nou, nu niet.' Cassie keek even over haar schouder. 'Ze is de stad in. En trouwens,' ze richtte zich terug op James met haar groene ogen groter dan normaal, 'ze is helemaal niet zoals je had gezegd. Ze is ontzettend aardig, ze heeft zelfgemaakte taart meegenomen toen ze hier kwam.'
'Ik had je alleen gewaarschuwd dat ze soms nogal bot over kan komen,' verdedigde James zichzelf. 'Voor het geval jullie niet met elkaar overweg zouden kunnen.'
Cassie glimlachte weer. 'Ze is heel aardig tegen me geweest.'
'Fijn. Anders had ze een probleem met mij gehad,' mompelde James, een tweede slok uit het glas nemend.
Er hing een korte stilte, voor Cassie haar kat van tafel nam en weer naar de jongeman opkeek. 'Hoe is Polen?'
'Kouder dan we hadden verwacht,' antwoordde hij eerlijk. 'En er is weinig aan. We zitten eigenlijk de hele dag in ons hotel.'
Cassies groene ogen lichtten op. 'Zijn jullie al naar het Paleis van Cultuur en Wetenschap gegaan? Ik heb gehoord dat -'
'Cas,' kapte James haar af, 'herinner je alsjeblieft dat we hier niet voor de lol zijn. We zijn hier zo weer weg en hebben al onze energie nodig.'
'Oh ja.' Beschaamd sloeg ze haar ogen weer neer, en haastig probeerde James iets te zeggen dat minder berekenend klonk. 'Maar als ik terug ben kunnen we samen een keertje gaan als je dat leuk lijkt.'
Cassie keek weer naar hem op, haar donkere krullen half voor haar gezicht, en glimlachte naar hem.
James, die nu nog onmogelijk de vlinders in zijn buik kon negeren, opende zijn mond om iets te zeggen op het moment dat de deur van zijn hotelkamer open vloog en Tristan naar binnen stapte. Hij grijnsde toen hij James zo zag zitten en stond in een paar passen naast het bureau.
'Morgen, dame,' groette hij Cassie, die stralend naar hem lachte. 'Hoe maakt u het?'
'Voortreffelijk, dank u wel,' antwoordde ze, en lachte toen James met zijn ogen rolde. Tristan grijnsde nog breder dan eerst en gaf zijn vriend een stomp tegen zijn schouder. 'Jij hoort niet degene te zijn die jaloers is, Robinson. Jij hebt hier de knappe vriendin met een hoge opleiding.'
Hij knipoogde naar Cassie, die gelijk rood werd.
‘Laat dat, Santiago.’ James duwde de ander nogal ruw aan de kant. Tristan grinnikte, trok zijn shirt over zijn hoofd en verdween in de kleine badkamer die ze deelden.
‘Dus.’ James keek terug naar haar. ‘Als alles goed gaat ben ik tegen juli weer thuis.’
Cassie glimlachte, al kon James iets van teleurstelling in haar gezicht herkennen. ‘Denk je dat alles goed gaat?’ vroeg ze, haar stem een stuk zachter dan normaal. James keek haar even zwijgend aan, voor hij diep zuchtte en zijn vingers door zijn blonde haar haalde. ‘Ik weet het niet. ik weet niet of we moeten vechten als we daar aankomen, het spijt me. Kijk – probeer alsjeblieft het nieuws te volgen, oké?’
Cassie knikte, en leek aanstalten te maken om iets te zeggen toen er een deur aan haar kant open ging en ze op keek. Er klonken voetstappen, en enkele tellen later verscheen het middenrif van Rae Winchester in beeld. De jonge vrouw boog zich voorover, haar hand rustend op Cassies schouder, en grijnsde breed naar hem. ‘Jamie! Hoe is het?’
‘Prima, prima,’ antwoordde hij snel en hij glimlachte terug. ‘Hou je het vol in Engeland?’
‘Het is koud en vochtig maar ik overleef het wel.’ Ze richtte zich weer op. ‘Ik ga wat te eten pakken, zie je later.’
Haar voetstappen stierven weg.
James ademde langzaam uit en glimlachte toen zijn blik die van Cassie kruiste. ‘Ik, eh… ik ga weer. Ik moet nog koken voor vanavond.’
Cassie knikte en was even stil voor ze haar mond opende. ‘Wees alsjeblieft voorzichtig, Jamie.’

77 Re: Isa's Dump-topic. op ma feb 02, 2015 6:41 pm

Annabell Wayland

avatar
10/10 would bang
Shit gaat de waaier in. Be prepared.

Annabell kon zich niet herinneren dat ze zich ooit zo in het nauw gedreven had gevoeld. Ze leek te rillen over haar hele lichaam, wat nog verergerd werd door de ijzige wind – de dunne muren van de verlaten loods leken niets tegen te houden.
Ze dwong zichzelf haar ogen open te houden toen de voetstappen opnieuw opklonken en klemde haar kaken op elkaar.
‘Waarom Roya?’ Ze had eindelijk de moed bij elkaar geraapt om te spreken en had er gelijk spijt van. Het silhouet van de man stak scherp af tegen de grijze buitenlucht, die door de geopende deuren van de loods zichtbaar was. ‘Waarom – waarom ik?’
‘Omdat ze de enige is die je vertrouwt. Verder gaat het je niets aan.’ Ze kon net genoeg van zijn gezicht opmaken in het schemerduister dat ze kon zien dat hij haar recht aan keek. ‘En je weet nog wat de gevolgen zijn als je niet precies uitvoert wat er van je gevraagd wordt, hoop ik?’
Ze knikte, haar ogen vastberaden op haar schoenen gericht.
‘En vergeet niet – we volgen iedere stap die je zet. Dus één verkeerde beweging…’
Hij maakte zijn zin niet af en Annabell ademde langzaam uit – ze had voor zeker tien seconden haar adem ingehouden.
‘En boven alles, wees voorzichtig. Je krijgt geen tweede kans, begrepen?’
Opnieuw knikte ze, zonder verder een antwoord te geven.
‘Hier.’ Toen ze het waagde om op te kijken zag ze dat hij haar zijn wapen voor hield – een klein pistool dat ze met trillende vingers van hem aan pakte.
‘Wees er voorzichtig mee. Je weet hoe je er mee om moet gaan.’
Hij draaide zich om en was al halverwege op weg naar buiten toen Annabell zichzelf bijeen raapte en haastig een paar stappen in zijn richting zette. ‘Wacht!’
Verbaasd en licht geïrriteerd draaide de man zich naar haar om. ‘Wat?’
‘En Seven?’ Ze moest moeite doen haar stem niet te laten trillen van de zenuwen.
De man lachte zacht, bijna spottend om haar wanhopige uitdrukking. ‘Seven? Heb je nog steeds hoop voor die dwaze jongen?’
En met die woorden draaide hij haar de rug toe en verliet de loods, Anna in het donker achterlatend.

‘Hi!’ Het blonde meisje lachte stralend toen ze de deur opende en haar vriendin op de drempel zag staan. ‘Wat brengt jou hier?’
Annabell glimlachte naar haar en stapte langs haar heen het appartement binnen. ‘Oh, niets speciaals. Ik kom toch niet ongelegen?’
‘Nee, helemaal niet.’ Roya sloot de deur achter haar, liep met haar mee naar binnen en gebaarde dat ze op de bank kon gaan zitten. ‘Wil je wat te drinken? Ik heb net thee gezet.’ Ze liep om de bank heen, de keuken in.
‘Graag,’ antwoordde ze, een geforceerde glimlach op haar gelaat, en langzaam liet ze zich op de bank zakken. Terwijl Roya een glas warm water voor haar inschonk keek ze de ruimte rond, haar linkerhand krampachtig tot een vuist gebald. ‘Waar is je zwarte monster?’
‘Paws?’ Nadat ze de twee glazen thee neer had gezet ging Roya in de stoel tegenover haar zitten. ‘Eh, waarschijnlijk buiten. De jongen die hier boven woont heeft een kattenpoortje in de voordeur gemaakt zodat hij zelf kan bepalen of hij naar buiten gaat.’ Ze glimlachte voor ze een slok van haar thee nam en keek Anna even met glimmende ogen aan, die snel haar blik ontweek. ‘Dat, eh – dat is gaaf.’
Het bleef stil, met alleen de radio op de achtergrond terwijl beiden van hun thee dronken. Annabell bleef hardnekkig naar een punt boven het bijzettafeltje staren, weigerend om Roya recht aan te kijken.

78 Re: Isa's Dump-topic. op di feb 10, 2015 8:51 pm

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
KITTON
Ik lig ziek in bed dus fak de sads

Het kopen van de kater was een impuls geweest, maar Rowan kon niet zeggen dat hij er spijt van had. Zeker niet nadat hij Kael met het beestje op de bank had zien zitten op de eerste avond dat de kat bij hen in huis was, de jongeman duidelijk weggezonken in een diepe slaap en de kat opgekruld op zijn schoot.
'Je geeft hem veel te veel te eten, Kael.' Rowan zat aan de eettafel en keek over de rand van zijn bril naar de jongeman op de bank. 'Hij heeft volgens mij wel genoeg gehad voor vandaag.'
Licht verontwaardigd keek Kael naar hem om, en Rowan kon het niet laten even naar hem te lachen. 'Hoe bedoel je? Het arme ding is broodmager.'
'Hij was mager toen ik hem kocht, ja.' Rowan nam zijn bril af en keek hem met een geamuseerde glinstering in zijn ogen aan. 'Als je zo door blijft gaan is hij straks te dik en dan zitten we daar weer mee.'
Kael grinnikte zacht, streek met zijn vingers over de kop van de grijze kater en was even stil.
'Hij doet me ontzettend denken aan jou, de eerste keer dat ik je tegen het lijf liep.'
Hij keek niet op en bleef de kat aaien terwijl Rowan zijn leerwerk verder negeerde en naar achteren leunde in zijn stoel.
'En waarom is dat?'
'Omdat jij ook zo'n mager klein ding was toen ik je van straat plukte.'
Lachend dook hij in elkaar toen Rowan een potlood naar zijn hoofd slingerde. 'Je plukte me helemaal niet van straat,' protesteerde hij, maar werd door Kael gelijk het zwijgen opgelegd. 'Misschien niet letterlijk, maar ik heb er wel voor gezorgd dat je ingewanden niet over het asfalt verspreid lagen.'
'Ja ja, het is al goed.' Rowan sloeg zijn boek met een klap dicht, kwam overeind en landde met een plof naast Kael op de bank. 'Je hebt mijn leven gered.' Hij grijnsde even. De ander moest eens weten.
Kael glimlachte, zoals altijd die eeuwige twinkeling in zijn zwarte ogen, en grinnikte toen de kat over zijn benen op Rowans schoot kroop. De jongen aaide het dier grijnzend over zijn kop, zijn eigen hoofd tegen Kaels schouder leunend.
'Hij heeft nog geen naam,' zei hij na een korte stilte.
'Karel de Tweede,' antwoordde Kael gelijk, en schoot in de lach bij het zien van Rowans gezicht. 'Hoe kom je daar nu weer bij?!'
'Het klinkt leuk, dat is alles.'
Rowan lachte zacht en legde zijn hoofd weer op Kaels schouder. 'We zien wel. Jou kennende verzin je vroeg of laat wel iets.'

79 Re: Isa's Dump-topic. op di feb 10, 2015 9:00 pm

Georgia Cunningham

avatar
D'aawww
soon there also needs to be a thing in which they get a dog

80 Re: Isa's Dump-topic. op di feb 10, 2015 9:06 pm

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
Even better. Row is meer een hondenpersoon.
Maar kitton also needed to happen.

But it will be written o3o

81 Re: Isa's Dump-topic. op di feb 10, 2015 10:06 pm

Georgia Cunningham

avatar
Kael ook; zie hem al echt in die lange jas met de hond in het park wandelen o3o
Tru dat

yisssss

82 Re: Isa's Dump-topic. op za feb 14, 2015 11:09 pm

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
VALENTINE WRITINGS
naar een heel 'oud idee' van Inge :')

'Lieve mensen, geef Kael geen shotjes meer,' kondigde Rowan iets luider aan terwijl er meerdere mensen neer zonken op de bank tegenover hem. Zelf deelde hij met Kael een comfortabele, stoffen fauteuil.
'Je gunt me ook echt geen lolletje, of wel?' Kael grijnsde flauwtjes, sloeg een arm om Rowans schouders en trok hem iets tegen zich aan. De jongeman lachte zacht, kuste hem op zijn wang en pakte toen het glaasje uit zijn hand. 'Ik ben degene die je vanavond naar huis moet nemen.'
Kael liet zijn hoofd tegen de hoge rugleuning rusten en grijnsde. 'Je wilde toch nog niet naar huis?'
'Natuurlijk niet, gek.' Grijnzend dronk hij het glaasje leeg en zette het terug op de tafel waar de meeste mensen nu om heen zaten. Hij keek om toen Paul zich zeer flatteus uitstrekte over de bank naast hem en grinnikte zacht. Hij kende hier maar weinig mensen, maar dat deed er eigenlijk niets toe - de meesten waren vriendelijk en gastvrij, en Kael zorgde er meestal wel voor dat ze aan de praat raakten.
'Hé, Brown!' Een meisje met rossig haar die op het kleed was gaan zitten hield een leeg bierflesje omhoog. 'Doen jij en Bambi mee met flesje draaien?'
Rowan schudde glimlachend zijn hoofd. Het mocht dan gezellig zijn, spelletjes als dit liet hij liever aan anderen over. Het was daarentegen wel amusant om naar te kijken.
'En jij?' Het meisje richtte haar blik nu op Kael, die zijn schouders ophaalde. 'Neh... Row?'
'Hmm?' Rowan keek hem even schuin aan en grijnsde bij het zien van Kael, die duidelijk niet 0meer honderd procent sober was. De jongeman begon langzaam overeind te komen uit te stoel en haalde een hand door zijn donkere haar. 'Row, laten we een kamer zoeken. Het is niet eerlijk als zij wel leuke dingen gaan doen en wij niet.'
Lachend liet Rowan zich overeind trekken, wierp Paul even een scherpe blik toe toen de jongeman begon te joelen en liep achter hem aan, Kaels hand in de zijne. Hij negeerde het gegrinnik achter hem, even grijnzend naar Paul, voor Kael hem mee de gang op trok.
'Kael, je bent dronken,' stelde hij zacht lachend vast, iets wat de oudere jongeman compleet negeerde. 'Je - woah - weet je of we hier wel mogen zijn?'
Hij werd meegetrokken in één van de kamers, maar had zijn hand nog steeds niet los gelaten.
'Denk je niet dat ze ons wel tegen hadden gehouden als dat zo zou zijn?'
Rowan kneep zacht in zijn hand en duwde grijnzend de deur achter zich dicht. 'Ik had niet van je verwacht dat je niet mee zou willen doen.' Zijn donkere ogen gleden over Kaels gezicht.
De jongeman glimlachte scheef. 'Ik dacht dat je wel wist dat ik liever jou kus dan iemand anders.'
Rowan moest moeite doen om niet te grijnzen en trok hem dichter naar zich toe. 'Goed dan... Maar we gaan zo wel weer terug.'
'Hmm-mm.'
Hij wist dat hij niet veel duidelijker zou worden dan dit, en dat maakte hem eigenlijk weinig uit. Ook wist hij hoe Kael was als hij echt dronken zou worden en hield zichzelf voor dat hij de jongeman in de gaten moest houden voor hij domme dingen ging doen.
Hij had eindelijk Kaels hand losgelaten en liet deze nu in zijn hals rusten, zijn neus nu bijna tegen die van Kael. Met nog steeds een lach op zijn gezicht drukte hij zijn lippen op die van de ander, sloeg zijn armen om zijn hals en trok hem dicht naar zich toe, zijn rug tegen de deur.
Hij wist niet hoeveel tijd er verstreken was toen er op de deur werd geklopt. Haastig liet Rowan Kael los, zijn hand op zijn arm, en keek even grijnzend naar hem op. Tot zijn lichte verbazing zag hij dat Kaels wangen wat roder waren dan normaal.
'Wat?'
Er klonk gelach en gegiechel aan de andere kant van de deur.
'Jullie zijn daar al tien minuten. Zijn jullie al klaar?'
'Maak dat je weg komt, Paul.' Rowans blik kruiste die van Kael, en ze grijnsden naar elkaar.
De voetstappen stierven weer weg, samen met de stemmen.
'Laten we teruggaan.' Rowan glimlachte, drukte een kus op zijn wang en opende de deur naar de hal.
'De tortelduifjes zijn terug!' Door deze opmerking ontving Paul een tik tegen zijn achterhoofd, wat er alleen maar voor zorgde dat hij breder ging grijnzen. Kael had zich op de bank laten zakken en trok Rowan met zich mee, zodat de jongeman naast hem in de kussens plofte.
Rowan wist niet hoe laat hij in slaap was gevallen, maar toen iemand zachtjes aan zijn schouder schudde was het volledig donker in de kamer en was zijn nek stijf.
'Row...' Kaels zachte stem zorgde ervoor dat hij niet met een ruk wakker werd. Voorzichtig, zijn linkerhand in zijn hals, ging hij overeind zitten. Hij was in slaap gevallen met zijn hoofd op Kaels schoot en toen hij de kamer rond keek zag hij dat ze de enige twee waren.
'Hoe laat is het?' mompelde hij toen Kael overeind kwam van de bank en een hand naar hem uit stak.
'Zes uur. Je viel tegen elven in slaap, het was ontzettend schattig.'
Hij lachte zacht bij het zien van Rowans gezicht. 'Ach, Row...' Hij nam zijn handen in de zijne en trok de jongeman naar zich toe. Hij glimlachte toen hun neuzen elkaar even aanraakten. 'Kom op. Als we nu naar huis gaan kunnen we de zonsopgang nog zien.'
'Hoe ben je nog zo wakker?' Rowan wreef in zijn ogen en hield met moeite een gaap tegen. Hij was bijna zeker dat als Kael nog meer had gedronken hij normaal niet te genieten was de ochtend erna. Maar dat was niet het geval.
'Dacht je echt dat ik me klem zou zuipen?' Kael grijnsde naar hem en gooide hem zijn jas toe. 'Ik dacht dat je me toch wel langer kende dan vandaag.'

En inderdaad - de zon kwam net op toen de twee door Central Parks in de richting van het studentenhuis liepen. Ze leunden beiden iets tegen elkaar aan, allebei moe van de lange nacht.
Rowan keek zwijgend naar de ander op en bestudeerde even zijn gezicht voor hij zijn mond open deed.
'Ik hou van je. Dat weet je, toch?'
Kael keek hem aan en glimlachte. 'Natuurlijk weet ik dat.'
Rowan knikte kort en staarde even voor zich uit.
'Het spijt me dat ik niets voor Valentijnsdag heb gekocht,' flapte hij er plotseling uit, en nogal verbaasd keek Kael om. Hakkelend ging hij verder. 'Het is gewoon - ik kan momenteel echt niets meer veroorloven nu ik mijn medicatie zelf weer betaal en ik wilde heel graag iets doen maar -'
'Row,' kapte de ander hem af, 'het is al goed. Maar dan verwacht ik wel dat je me op mijn verjaardag uitgebreid in de watten legt.'
'Hou toch op.'
Kael lachte zacht en haakte zijn arm door die van Rowan, wat duidelijk de aandacht trok van een vroege wandelaar. De oudere man wierp de twee een afkeurende blik toe en toen ze hem gepasseerd hadden verhief Rowan zijn stem. 'Kom op meneer, het is de negentiende eeuw niet meer.'
Hij leek zelf verbaasd te zijn van de nogal onverwachte opmerking en terwijl Kael half lachend naar de man om keek om diens reactie te zien voelde hij zijn wangen rood worden.
'Dat had ik niet van je verwacht,' gaf hij eerlijk toe terwijl ze doorliepen, en geamuseerd keek hij de jongen even aan. Die gaf hem een zachte por in zijn zij, zweeg maar grijnsde desondanks.
Het was even stil.
'Ik hou ook van jou, Row.'

83 Re: Isa's Dump-topic. op do feb 26, 2015 8:15 am

Annabell Wayland

avatar
10/10 would bang
Speciaal voor Inge. Because I'm a people pleaser.
Gefeliciteerd, hun ^-^

Zacht lachend keek Rowan over zijn schouder bij het horen van een luid geblaf. 'Kun je 'm nog houden of heb je hulp nodig?'
Kael zond hem een scherpe blik toe, om een seconde later bijna om te vallen doordat de hond aan de andere kant van de lijn hard aan de riem trok.
Nog steeds grijnzend wandelde hij een stukje terug, zodat ze weer op gelijke hoogte liepen. Kael, in zijn donkere trenchcoat, kreeg eindelijk de hond weer onder controle zonder zijn evenwicht te verliezen en grijnsde terug alsof er niets aan de hand was.
'Eigenlijk moeten we verhuizen,' zei Rowan na een korte stilte, en Kael knikte instemmend. 'We kunnen dat beest moeilijk in een appartementje stoppen. Ik bedoel, we kunnen elkaar al nauwelijks uitstaan.'
Hij schoot in de lach bij het zien van Rowans gezicht, voor hij wat serieuzer weer verder ging. 'Maar als jij na de zomer gaat studeren wordt het inderdaad wat lastiger.'
Opnieuw was het even stil.
'Maar jij bent beroemd.' Rowan keek grijnzend naar hem op. 'Tenminste, als ik moet geloven wat je zegt.'
Met zijn vrije hand veegde Kael zijn haar naar achteren. 'Wacht maar af, jij. Ooit zal ik meer geld hebben dan m'n ouders en dan zal ik het in hun gezicht wrijven ook.'
'Ik kan niet wachten.'
Zwijgend liepen de twee verder terwijl Rowan peinzend naar de hond bleef kijken.
'We moeten echt een naam voor hem verzinnen,' verzuchtte Kael enkele minuten later, en hij keek naar de jongeman naast hem. 'Suggesties?'
Zonder ook maar even te aarzelen gaf de ander antwoord. 'Samuel,' antwoordde hij met een uitgestreken gezicht. Kael moest moeite doen om niet in de lach te schieten.
'Bij nader inzien zou dat zou een belediging zijn voor de hond.' Rowan stak zijn handen in de zakken van zijn jas en liep met een zelfvoldane grijns door.

84 Re: Isa's Dump-topic. op do feb 26, 2015 10:20 am

Admin

avatar
Admin
thank o3o
also I liek : D


_________________

https://discord.gg/3SQZ7nX
Join ook onze Discord server!

85 Re: Isa's Dump-topic. op do feb 26, 2015 6:18 pm

Annabell Wayland

avatar
10/10 would bang
https://www.youtube.com/watch?v=78KqFgSCLao
‘U komt voor Rowan Riderhood?’
De oudere vrouw keek even op van haar werk en Kael knikte kort. Zijn handen verdwenen diep in de zakken van zijn lange jas om ervoor te zorgen dat de zuster tegenover hem niet zou merken hoe zenuwslopend dit voor hem was.
De ander glimlachte geruststellend en keek hem over de rand van haar bril moederlijk aan. ‘Zou ik dan uw naam mogen weten?’
‘Kael Brown.’
Haar blik ging terug naar haar computerscherm en er verscheen een lichte frons op haar gerimpelde gezicht. Enkele momenten later keek ze weer naar de jongeman op. ‘Als u even zou kunnen wachten,’ zei ze vriendelijk. Kael wist een korte glimlach te forceren voor hij enkele stappen terug deed van de balie en een blik de hal in wierp. Het was totaal niet zoals hij had verwacht – geen donkere, stille gangen, cellen waarin de patiënten van het psychiatrische ziekenhuis vierentwintig uur per dag in opgesloten werden of andere enge beelden die je eigenlijk alleen in horrorfilms tegen kwam. Het was aan de andere kant ook nogal stom van hem om dat te denken, maar toch.
Hij keek over zijn schouder bij het horen van een tweede vrouwenstem en ontspande iets toen hij een wat jongere vrouw bij de balie zag staan die maar enkele jaren ouder was dan hij en op hem af stapte toen hun blikken kruisten. Een zachte glimlach sierde haar gezicht. ‘Zou u zo vriendelijk zijn me te volgen?’
Hij knikte opnieuw, bang dat, als hij zijn mond zou openen, hij geen zinnig woord uit zou kunnen brengen. Zwijgend volgde hij de zuster de hal in. Er was geen enkele manier waarop hij in de kamers die ze passeerden kon kijken, wat bij nader inzien ook redelijk onbeschoft zou zijn. Dus richtte hij zijn donkere ogen op de rug van de vrouw en liep achter haar aan.
‘Ik zal even voor u kijken of hij wakker is. Anders heeft het niet zo veel zin,’ kondigde ze aan toen ze tot stilstand was gekomen, en Kael keek haar licht fronsend aan. Het was twee uur in de middag – het was niet normaal voor Rowan om op dit tijdstip te slapen, zelfs als hij uitgeput was.
Toch knikte hij haar toe en bleef staan toen ze in de kamer verdween. Door de kier was het enige wat hij kon zien een bureau onder één van de ramen, waarvan de gordijnen half gesloten waren.
Enkele momenten later stapte de zuster terug naar buiten, de deur deze keer verder open latend. ‘Hij is wakker,’ glimlachte ze, en zette toen een pas opzij zodat hij langs haar heen naar binnen kon lopen, wat hij deed, om een seconde later door de zuster gevolgd te worden.
De jongen stond aan de andere kant van de kamer naast het raam. Hij keek niet op of om en Kael kon niet zeggen of hij überhaupt door had dat hij er stond. Aarzelend stapte hij naar hem toe, zijn handen uit zijn zakken halend.
‘Hi, Row…’
Geen reactie. Rowan bleef uit het raam staren en leek hem niet op te merken.
Negeerde hij hem? Maar waarom zou hij?
Verward keek hij om naar de vrouw, die bij de deur was blijven staan. ‘Hij kan me toch wel horen?’
‘Oh, natuurlijk,’ antwoordde ze haastig. ‘Het zijn waarschijnlijk zijn medicijnen. Dit gedrag zal afnemen als hij hier wat langer is, maar hij arriveerde in een redelijk slechte staat.’
Ja, dat wist hij. Maar hij reageerde er niet op, liep verder de kamer door – het was voor zijn doen veel te leeg hier – en bleef een meter achter Rowan staan.
Het gezicht van de jongen was bleek en uitdrukkingsloos, maar zijn ogen stonden niet meer zo leeg als de laatste keer dat ze elkaar gezien hadden.
‘Rowan?’ God, hij had geen idee wat voor houding hij zichzelf moest geven. Hoorde hij hem echt wel? ‘Ik ben het.’
Goddank, hij keek om. Hij zei echter geen woord en bleef hem aan staren. Kael wist niet zeker of hij hem wel herkende, tot er een bijna onzichtbare glimlach op zijn gelaat verscheen en er een enorme last van Kaels schouders viel.
‘Hi,’ herhaalde hij, bijna ademloos deze keer.
‘Hi.’
Rowans stem klonk wat schor, alsof hij in dagen niet had gepraat, maar hij sprak.
De zuster achter hem schraapte haar keel, zodat Kael zich weer realiseerde dat ze niet alleen waren. ‘Ik laat u wel even alleen.’ En de deur viel dicht.
‘Je, eh – je ziet er goed uit,’ zei hij nogal onbeholpen. Dat was niet helemaal waar – ondanks het feit dat Rowan er beter uit zag dan dat hij enkele maanden geleden had gedaan was zijn aangezicht alles behalve gezond.
Een antwoord bleef uit.
‘Je – je begrijpt me, toch?’ vroeg hij aarzelend. Hij had geen idee wat die medicijnen wel en niet deden.
De ander knikte.
‘Rowan, luister…’ Zonder er verder bij na te denken stapte hij naar voren en pakte Rowans handen vast. Toen de jongeman niet protesteerde trok Kael hem wat dichter naar hem toe. ‘Je moet nu niet opgeven, oké? Denk niet dat ik er niet meer ben als je hier weg mag. Je moet niet bang zijn dat –’ Hij zweeg abrupt, zoekend naar de passende woorden. ‘Dat alles anders is als je terug komt.’ Hij glimlachte. ‘Het enige wat er anders zal zijn is dat jij weer beter bent. En dat is goed, toch?’
Opnieuw geen reactie. Een zucht ontsnapte aan zijn lippen, voor hij in een impuls de jongen tegen zich aantrok. Hij kneep zijn ogen dicht toen Rowan zijn armen om hem heen sloeg en ademde langzaam uit.
Toen ze elkaar weer loslieten drukte Kael een kus op Rowans voorhoofd, diens gezicht in zijn handen. Tot zijn verbazing was er iets van een lach te herkennen op Rowans gezicht.
De deur ging open, gevolgd door de stem van de zuster die hem naar Rowans kamer gebracht had. ‘Meneer Brown?’
Kael keek even naar haar om zonder de jongeman los te laten. ‘Een minuut, alstublieft.’ Gelijk daarna keerde hij zich weer tot Rowan. ‘Ik kom zo snel mogelijk weer langs, oké? En als je me nodig hebt – je weet wat je moet doen.’
Hij lachte nogal zenuwachtig toen Rowan knikte en zacht in zijn hand kneep, haalde diep adem en liet hem vervolgens langzaam los. ‘Ik ga je missen.’
De zuster stond bij de open deur toen hij zich naar haar omdraaide, en hij stond op het punt de kamer te verlaten toen zijn hart even stil leek te staan.
‘Kael?’
De jongen stond vlak achter hem en keek hem recht aan. Voor Kael kon reageren had hij een kus op zijn wang gedrukt, de vingers van zijn linkerhand om Kaels pols gesloten.
Toen zette hij weer een stap terug, zijn ogen op een punt onder Kaels schouder gericht, en leek weer teruggekeerd te zijn naar de staat waar hij maar half mee kreeg wat er om hem heen gebeurde.
‘Meneer Brown.’ De stem van de zuster was iets dringender deze keer. Met moeite scheurde Kael zijn blik los, en zelfs toen de deur weer gesloten werd bleef hij even staan om te laten bezinken wat er net was gebeurd. Nogal gedesoriënteerd volgde hij de vrouw terug de gang door, zijn gedachten nog steeds in de kamer.

86 Re: Isa's Dump-topic. op zo maa 01, 2015 7:56 am

Gast


Gast
Voor Tess o3o

Annabell was er aan gewend geraakt om vroeg haar bed uit te komen, maar die ochtend had ze alles behalve haast om op te staan. Zonlicht viel door de fragiele gordijnen en zorgde ervoor dat haar slaapkamer in een roodachtig licht baadde.
Ze keek om toen de jongeman naast haar iets omdraaide zodat zijn gezicht naar haar toe gekeerd was, en ze kon zien dat Avan nog sliep. Bijna meteen verscheen er een glimlach op haar gelaat bij de herinnering aan de avond ervoor - tot nu toe was ze alleen nog maar bij Avan thuis geweest, maar gisteren had ze hem voor de eerste keer in haar appartement uitgenodigd. Ze hadden pizza besteld die ze op de comfortabele bank voor de tv hadden op hadden gegeten. Daarna had Annabell besloten dat het te laat was voor Avan om nog naar huis te gaan.
Ze ging voorzichtig iets overeind zitten om ervoor te zorgen dat de ander niet wakker zou worden, de dekens meetrekkend over haar borsten. Met het elastiekje dat op haar nachtkastje had gelegen bond ze haar blonde haar vast in een slordig knotje, zodat er nog enkele plukjes in haar hals en langs haar gezicht vielen.
Naast haar draaide Avan zich opnieuw half om, en haar ogen gingen weer terug naar zijn rustige gezicht. Glimlachend haalde ze haar vingers door zijn donkere haar, voor ze de dekens van zich af duwde en op de rand van het bed ging zitten. In haar ondergoed liep ze door de kamer de spiegel die aan de muur hing. Ze bekeek haar spiegelbeeld even kritisch - de moedervlekjes op haar gezicht en haar sleutelbeenderen, het kleine litteken dat over haar onderbuik liep, de lichte groeven op haar brede heupen. Ze keek echter weer om toen ze Avan wakker hoorde worden en lachte stralend.
'Goedemorgen...' Op haar knieën plofte ze naast hem op het bed en boog zich iets voorover om hem op zijn voorhoofd te kussen. 'Heb je een beetje goed geslapen?'
In kleermakerszit bleef ze naast hem zitten en keek zacht lachend hoe hij de slaap uit zijn ogen wreef.
'Geweldig, dank je,' antwoordde hij na een korte stilte, voor er eveneens een scheve grijns op zijn gelaat verscheen. 'Hoe lang ben je al wakker?'
'Oh, nog maar net.' Ze glimlachte. 'Ik wilde eigenlijk ontbijt gaan maken.'
'Hmm...' Avan ging half overeind zitten zodat de dekens iets van hem afgleden en Annabell enkele tattoo's op zijn schouders en armen kon zien. 'Moet ik je helpen?'
'Blijf jij maar liggen.' Opnieuw boog ze zich voorover, een hand in zijn hals, en kuste hem teder op zijn lippen. Er ging een lichte rilling door haar lichaam toen hij de zoen beantwoordde en ze zijn vingers langs haar arm ekvoelde gaan.
Langzaam liet ze hem weer los, een kleine schittering in haar ogen, plantte nog een snelle kus op zijn neus voor ze van het bed sprong en Avans shirt van de grond griste. 'Dan heb je er vast geen probleem mee dat ik even dit van je leen.'
Nadat ze het shirt aan had getrokken keek ze hem nog heel even aan, een plagende grijns op haar gezicht, voor ze hem de rug toe keerde en de gang op stapte.

87 Re: Isa's Dump-topic. op zo maa 01, 2015 8:56 am

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
Jack keek op toen er op zijn slaapkamerdeur werd geklopt, net op het moment dat hij zijn shirt over zijn hoofd had getrokken. De zon was al enkele uren op en scheen ondertussen op de witte muren van de logeerkamer, in de bomen die rond het huis stonden kon hij de vogels horen fluiten en beneden in de keuken kon hij zijn grootmoeder rond horen lopen.
‘Ja?’
De deur ging op een kiertje open. ‘Ben je al aangekleed?’
Jack lachte zacht bij het horen van Rosemary’s stem. ‘Ja. Je kunt binnen komen.’
Nu stapte zijn jongere zusje zijn kamer binnen, de deur weer achter zich sluitend. Ze liep langs de ander heen in de richting van het raam en trok de gordijnen verder open. ‘Wie is die gast beneden?’ vroeg ze terwijl ze de ramen eveneens opende.
Verbaasd keek Jack naar haar op. ‘Sorry?’
Rosemary leunde nu tegen de vensterbank. ‘Iemand van jouw leeftijd zit in de keuken aan de eettafel. Ik zag hem maar heel even.’
Jack was even stil, en keek zijn zus voor een paar tellen licht fronsend aan.
‘Oh, wacht,’ mompelde hij, voor er een kleine grijns op zijn gezicht verscheen. ‘Rowan is er.’
‘Wat? Hoe weet jij dat nu weer?’
Fronsend keek Rosemary naar haar broer en volgde hem met haar ogen terwijl hij door de kamer liep. ‘Wie –’
‘Hij is Rowans vriend,’ legde hij uit terwijl hij zijn schoenen onder het bed vandaan haalde. ‘Ze zijn waarschijnlijk vannacht gearriveerd.’
Rosemary kwam los van de vensterbank, haar armen over elkaar geslagen. Ze kende haar broer langer dan vandaag en wist dat “vriend” meerdere betekenissen kon hebben.
‘Vriend, als in…?’ Ze maakte haar zin niet af en keek hem afwachtend aan.
‘Als in partner, ja.’ Jack had zijn schoenen aangetrokken en kwam weer overeind. Rosemary klakte grijnzend met haar tong. ‘Jullie hebben meer met elkaar gemeen dan ik had gedacht.’
‘Oh, nee hoor,’ antwoordde Jack luchtig. ‘Hij valt ook nog op meiden, en ik ben vele malen knapper.’
‘Zoiets dacht ik al.’ Rosemary hield de slaapkamerdeur voor hem open. ‘Wees een beetje aardig tegen hem, wil je? Die jongen heeft het thuis al zo zwaar.’
‘Ik kan niets garanderen.’

Het huis van May en Elias Riderhood was groot genoeg om onderdak te bieden voor zeker tien man, en daar maakten sommigen van hun kleinkinderen graag gebruik van. Als kinderen, toen Samuels gezin nog in Canada had gewoond, was de hele familie vaak in de zomer vaak in of om het huis te vinden.
Over de jaren waren de gebroeders Riderhood en hun ouders steeds verder uit elkaar gegroeid, en eigenlijk waren de enigen die nog voet zetten op het terrein hun eigen kinderen. Jack had er zeker een jaar gewoond toen hij op zijn zeventiende op straat gezet was. Rowan was vaak langsgekomen, en hetzelfde gold voor het zusje van de eerste, die toen ze was afgestudeerd op kamers was gaan wonen en niet in de problemen zou komen als ze haar broer zou bezoeken. Sabrina, Rowans jongere zusje, had hij één keer gezien toen Rowan echt diep in de problemen had gezeten, maar Kathy en Maik had hij al zeker drie jaar niet gezien. En voor zijn part kon Ceirin ook blijven waar hij was – op een veilige afstand van hem en Rosemary.

‘Jack?’
Hij draaide zich om bij het horen van de hese stem en begon te lachen toen hij zijn neefje in de deuropening zag staan. ‘Row! Had je niet even kunnen aankondigen dat jullie zouden komen?’
Hij zag dat Rowans gezicht iets betrok en veranderde haastig van onderwerp. Er was één ongesproken regel tussen de kinderen van de gebroeders Riderhood – over vaders werd er niet gesproken. ‘Rose zag dat je Kael had meegenomen? Wat dachten jullie, laten we midden in de nacht een bezoekje aan m’n grootouders brengen?’
Hij keek om toen Rosemary hem in zijn zij porde met haar elleboog. ‘Dit is wat ik bedoelde,’ mompelde, maar Jack grijnsde alleen en trok vervolgens de jongen tegen zich aan. ‘Goed je te zien, Row.’ Hij haalde even zijn vingers door diens donkere haar, en de ander keek grijnzend naar zijn neef op.
Rosemary, die vond dat Jack nu wel genoeg aandacht had gehad, moest iets vooroverbuigen om Rowan op zijn wang te kussen en omhelsde hem kort.
‘Wat doen jullie eigenlijk hier?’ De vraag was vooral op Rosemary gericht. De jonge vrouw wierp een korte blik op haar broer voor ze antwoordde. ‘Niets speciaals. We wilden er allebei gewoon even tussenuit.’
Rowan knikte begrijpend; het huis van hun grootouders was altijd een perfect vluchtoord geweest. Zeker als je een vader als Samuel of Aaron had.
‘En jullie?’ Jack was ondertussen naar beneden verdwenen en de twee stonden nu alleen in de hal. Rowan haalde zijn schouders op. ‘Dezelfde reden. En ik wilde Kael nog eens mee naar Canada nemen.’
‘Kael, huh.’ Er was een geamuseerde glimlach op Rosemary’s gezicht verschenen. ‘Hij is knap.’ Ze lachte toen Rowans wangen rood kleurde en hij zijn ogen haastig neersloeg. ‘Ach, doe niet alsof je het niet weet.’ Ze grinnikte. ‘Kom op, volgens mij zijn we nog de enigen die boven zijn. Ik heb honger.’
Beneden in de keuken troffen ze Jack en Kael aan, al druk in gesprek. Ze vielen echter stil toen de deur werd geopend, en beiden keken op naar de mensen op de drempel. Gelijk kwam Jack overeind uit zijn stoel en liep om de tafel heen, naar Rosemary en zijn neefje. ‘Kael, beste man, mag ik aan u voorstellen; Rosemary Riderhood, mijn beeldschone en vreselijk irritante zuster.’ Opnieuw een harde por in zijn zij, al verscheen er gelijk een glimlach op Rosemary’s gezicht toen Kael overeind kwam en beleefd haar hand schudde. ‘Kael Brown.’
‘Aangenaam,’ antwoordde ze glimlachend, voor ze zijn hand los liet en ze alle vier gingen zitten.
Kael, die net als Rowan al had ontbeten, bleef aan de tafel zitten om zijn conversatie met Jack voort te zetten terwijl Rose en haar broer aan hun ontbijt begonnen. Tot de deur naar de woonkamer open ging en hun grootmoeder in de deuropening verscheen, de huistelefoon in haar handen. May’s ogen waren strak op Jack gericht.
‘Je vader belde.’
Het was moeilijk aan haar gezicht te zien wat er gezegd was en Jack ging automatisch rechter zitten, een nogal verontruste uitdrukking op zijn gelaat, terwijl de anderen licht gespannen toekeken.
‘Wat zei hij?’
‘Hij wilde je grootvader en mij uitnodigen voor het verlovingsfeest van je broer. Natuurlijk zei ik dat we zouden komen als hij zijn excuses aan zijn andere kinderen zou aanbieden. Nog goedemorgen, Rose, lief.’ Ze glimlachte warm naar Rosemary, terwijl Jack langzaam terug in zijn stoel zakte.
‘Ik ga kijken waar je grootvader blijft,’ vervolgde May zakelijk. ‘Ruim op als jullie klaar zijn, begrepen?’
En ze verliet de keuken.
‘Ik kan zien waar Row zijn doen en laten vandaan heeft,’ constateerde Kael na een korte stilte, en grijnsde toen Rowan hem een donkere blik toewierp. ‘Dat zou relevant zijn als je de rest van mijn familie ook ontmoet had.’
‘Oh god nee, deze kant heeft al genoeg problemen,’ grapte Kael, en Rosemary grijnsde besmuikt. ‘Meer dan dit kan ik hoogstwaarschijnlijk niet aan.’
‘Jij kunt ook overdrijven,’ zei Jack droogjes, nu achterover leunend met een kop koffie in zijn hand. ‘Rose, ruim je mijn spullen even op?’
Zijn zus, die haar bord in de gootsteen had gezet, wierp hem een koele blik toe. ‘Serieus, Jackson? Ken je me zo slecht dat je denkt dat je me gewoon rond kunt commanderen?’
‘Het was het problemen waard,’ begon Jack, maar Kael viel hem in de rede. ‘De dame heeft gelijk, Jack. Ga haar helpen.’ Hij en Rowan keken elkaar heel even aan, en gelijk moest Rowan zijn ogen neer slaan in een poging om te stoppen met grijnzen.
‘Dank je.’ Rosemary keek opnieuw voor enkele tellen doordringend naar haar broer, die met tegenzin zijn stoel naar achteren schoof en zijn spullen begon op te ruimen.

88 Re: Isa's Dump-topic. op zo maa 01, 2015 9:09 pm

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
Nou en toen was dit dus een ding
Ik weet niet meer waar ik mee bezig ben

Annabell kon zich niet herinneren dat ze zich ooit zo in het nauw gedreven had gevoeld. Ze leek te rillen over haar hele lichaam, wat nog verergerd werd door de ijzige wind – de dunne muren van de verlaten loods leken niets tegen te houden.
Ze dwong zichzelf haar ogen open te houden toen de voetstappen opnieuw opklonken en klemde haar kaken op elkaar.
‘Waarom Roya?’ Ze had eindelijk de moed bij elkaar geraapt om te spreken en had er gelijk spijt van. Het silhouet van de man stak scherp af tegen de grijze buitenlucht, die door de geopende deuren van de loods zichtbaar was. ‘Waarom – waarom ik?’
‘Omdat ze de enige is die je vertrouwt. Verder gaat het je niets aan.’ Ze kon net genoeg van zijn gezicht opmaken in het schemerduister dat ze kon zien dat hij haar recht aan keek. ‘En je weet nog wat de gevolgen zijn als je niet precies uitvoert wat er van je gevraagd wordt, hoop ik?’
Ze knikte, haar ogen vastberaden op haar schoenen gericht.
‘En vergeet niet – we volgen iedere stap die je zet. Dus één verkeerde beweging…’
Hij maakte zijn zin niet af en Annabell ademde langzaam uit – ze had voor zeker tien seconden haar adem ingehouden.
‘En boven alles, wees voorzichtig. Je krijgt geen tweede kans, begrepen?’
Opnieuw knikte ze, zonder verder een antwoord te geven.
‘Hier.’ Toen ze het waagde om op te kijken zag ze dat hij haar zijn wapen voor hield – een klein pistool dat ze met trillende vingers van hem aan pakte.
‘Wees er voorzichtig mee. Je weet hoe je er mee om moet gaan.’
Hij draaide zich om en was al halverwege op weg naar buiten toen Annabell zichzelf bijeen raapte en haastig een paar stappen in zijn richting zette. ‘Wacht!’
Verbaasd en licht geïrriteerd draaide de man zich naar haar om. ‘Wat?’
‘En Seven?’ Ze moest moeite doen haar stem niet te laten trillen van de zenuwen.
De man lachte zacht, bijna spottend om haar wanhopige uitdrukking. ‘Seven? Heb je nog steeds hoop voor die dwaze jongen?’
En met die woorden draaide hij haar de rug toe en verliet de loods, Anna in het donker achterlatend.

‘Hi!’ Het blonde meisje lachte stralend toen ze de deur opende en haar vriendin op de drempel zag staan. ‘Wat brengt jou hier?’
Annabell glimlachte naar haar en stapte langs haar heen het appartement binnen. ‘Oh, niets speciaals. Ik kom toch niet ongelegen?’
‘Nee, helemaal niet.’ Roya sloot de deur achter haar, liep met haar mee naar binnen en gebaarde dat ze op de bank kon gaan zitten. ‘Wil je wat te drinken? Ik heb net thee gezet.’ Ze liep om de bank heen, de keuken in.
‘Graag,’ antwoordde ze, een geforceerde glimlach op haar gelaat, en langzaam liet ze zich op de bank zakken. Terwijl Roya een glas warm water voor haar inschonk keek ze de ruimte rond, haar linkerhand krampachtig tot een vuist gebald. ‘Waar is je zwarte monster?’
‘Paws?’ Nadat ze de twee glazen thee neer had gezet ging Roya in de stoel tegenover haar zitten. ‘Eh, waarschijnlijk buiten. De jongen die hier boven woont heeft een kattenpoortje in de voordeur gemaakt zodat hij zelf kan bepalen of hij naar buiten gaat.’ Ze glimlachte voor ze een slok van haar thee nam en keek Anna even met glimmende ogen aan, die snel haar blik ontweek. ‘Dat, eh – dat is gaaf.’
Het bleef stil, met alleen de radio op de achtergrond terwijl beiden van hun thee dronken. Annabell bleef hardnekkig naar een punt boven het bijzettafeltje staren, weigerend om Roya recht aan te kijken.
Haar schuldgevoel was nu al te groot om te verdragen. Waarom had Roya nog niets door? Merkte ze dan niet dat er iets vreselijks zou gaan gebeuren als ze niet snel het alarmnummer zou bellen?
Misschien was dat een idee. Contact opnemen met de politie en bidden dat ze het niet door zouden krijgen. Dan zouden ze beiden veilig weg komen, dan zou ze gewoon door kunnen leven en zou Roya niet –
‘Ah, daar is hij!’ Roya kwam overeind om richting de voordeur te lopen, en plofte enkele tellen later naast Anna op de bank. ‘Kijk, hij herinnert je nog – waarom heb je je jas nog aan?’ Ze had de kitten op haar schoot gezet maar had geen aandacht meer voor Paws – haar ogen waren in plaats daarvan op Anna’s zwarte jas gericht. ‘Heb je het koud? Want er ligt ook nog een deken in mijn slaapkamer, misschien werkt dat beter.’
Haastig trok Annabell haar jas uit en hing deze over de leuning van de bank. ‘Oh, eh – laat maar. Het gaat wel.’ Ze glimlachte toen de gitzwarte kat op haar schoot klom en streek langzaam met haar vingers over zijn rug, terwijl Roya grijnzend toe keek.
‘Wil je hier anders overnachten?’ vroeg ze, al half overeind komend van de bank. ‘Anders moet je nu nog door het donker naar huis en het is al zo laat.’ Ze keek haar vriendin vragend aan, haar antwoord afwachtend. Anna haalde schoorvoetend haar schouders op. ‘Ik wil je niet tot last zijn,’ begon ze, maar Roya waaide haar excuus weg. ‘Natuurlijk niet. ik kijk wel even of ik wat kussens in mijn kamer heb liggen, wacht even. ‘En met die woorden verdween ze door de deur die de woonkamer met het kleine halletje scheidde.
Uit alle macht probeerde Annabell haar geweten en knagend schuldgevoel te negeren terwijl ze haar jas van de bank trok. Het zweet stond ondertussen al in haar handen, en in de haast liet ze bijna het pistool vallen toen ze overeind kwam. de kamer draaide als een kleurrijke waas om haar heen, maar toen Roya’s voetstappen terugkeerde en de paniek weer toe sloeg stelde het beeld voor haar ogen zich plotseling weer scherp.
De deur ging open en Roya verscheen in de deuropening. ‘Ik denk dat – Anna?’ Het meisje bevroor toen ze het pistool in Anna’s handen zag, de schaduw van een flauwe grijns nog op haar nu bleek weggetrokken gezicht. ‘Anna, wat –’
‘Hou je mond,’ kapte Annabell haar met trillende stem af, de loop op Roya’s  voorhoofd richtend. Het meisje deinsde steeds verder achteruit, tot ze met haar rug bijna tegen de muur stond. ‘Dit is een grapje toch?’ Heel even was er een zenuwachtige glimlach op haar gezicht te zien. ‘Anna –’
‘Hou je mond!’ Annabell moest even verwoed met haar ogen knipperen om weer helder te kunnen zien en probeerde haar wapen niet te laten vallen door haar vingers krampachtig om de trekker te sluiten. ‘Ik – kijk me niet zo aan!’
Ze kon haar niet recht aan kijken, wetend dat ze het gelijk zou begeven. Roya kon haar alleen maar met grote ogen aan staren. ‘Anna, je hoeft niet –’ begon ze smekend, maar opnieuw kapte Annabell haar af. ‘Denk niet dat je alles weet,’ snauwde ze haar toe. ‘Als ik niet – ze –’ Haar stem bleef steken in haar keel. Langzaam liet ze haar handen zakken, bevend over haar hele lichaam, en liet het pistool uit haar handen op het tapijt glippen.
‘Gaat – gaat het wel?’ Roya’s paniek had gedeeltelijk plaats gemaakt voor bezorgdheid, maar ze was nog steeds op haar hoede.
‘Ik kan het uitleggen,’ begon Annabell, ondertussen met tranen in haar ogen. ‘Het was niet mijn bedoeling, ik zweer het –’ Ze haalde trillerig adem en stapte langzaam weg van het pistool. ‘Het spijt me zo…’ De emotie was nu onmogelijk nog uit haar stem te verdrijven. Ze deed opnieuw haar mond open om te spreken, maar zowel haar stem als haar benen begaven het en ze wankelde even.
Roya, die nog steeds met grote ogen toe had staan kijken, stapte op haar af en ondanks dat Annabell een poging deed verder achteruit te deinzen wist ze haar arm vast te pakken.
‘Anna.’ Haar zachte toon zorgde ervoor dat ze iets rustiger werd. Haar handen trilden echter nog steeds. ‘Anna, wat is er gebeurd?’
Langzaam begon Annabell iets te ontspannen, maar ze kon nog steeds het idee niet loslaten dat ze constant in de gaten werd gehouden. Vanaf het moment dat ze het pistool had laten vallen wist ze dat ze diep, diep in de problemen zat.
‘Anna?’ Roya keek nog steeds half ongerust, half ontsteld naar haar op, haar hand op Anna’s onderarm. De jonge vrouw wreef met haar vrije hand in haar ogen en ademde opnieuw langzaam uit voor ze antwoordde.
‘Het is ingewikkeld…’ begon ze, wetend dat ze daarmee niet zomaar weg zou komen. Roya was terug op de bank gaan zitten en Annabell volgde haar voorbeeld. Ze dwong zichzelf tegelijkertijd om niet naar het pistool te kijken dat een meter naast haar voet op de grond lag.
‘Ik heb de tijd.’
‘Het zit zo…’ Haar donkere ogen gingen even naar de deur. ‘Ik weet niet goed hoe ik het uit moet leggen… Maar er zijn mensen – ik weet niet wie het zijn,’ verdedigde ze zichzelf gelijk, bij het zien van Roya’s gezicht. ‘En ze – ze wisten dat we een goede band hadden en dat je me vertrouwde en ik weet niet waarom ze je dood zouden willen hebben maar –’
Abrupt viel ze stil en sloeg haar ogen neer, niet in staat het meisje tegenover haar recht aan te kijken. ‘Het spijt me,’ herhaalde ze, haar vingers krampachtig door elkaar geweven. ‘Ik wist niet meer wat ik moest doen…’
Er werd aangebeld en Annabell bevroor.  Ze had het kunnen weten – wat ze ook deed, ze kwam hier niet zomaar tussenuit. In een reflex greep ze Roya’s arm toen de ander overeind wilde komen van de bank. ‘Doe de deur niet open,’ siste ze, de paniekerige ondertoon in haar stem negerend. Iets leek er in haar te breken toen Roya haar arm los trok en duidelijk haar blik ontweek. ‘Ik weet dat je me niet meer vertrouwt, maar Roya – alsjeblieft –’ Ze was zelf ook overeind gekomen en keek het meisje wanhopig aan. ‘Ga niet naar buiten. Laat mij…’
‘Weet je het zeker?’ Roya trok haar schouders iets op toen er hard op de voordeur geklopt werd, maar Annabell had haar zelfverzekerdheid weer gedeeltelijk teruggevonden, het wapen van de grond geraapt en haar vingers om het pistool gesloten. ‘Als ze mij ook neerschieten is het mijn verdiende loon, denk je niet?’ Ze wist wonder boven wonder een glimlach tevoorschijn te toveren. ‘En als ik de kans krijg om de ander neer te knallen voor hij mij omlegt kom ik vast te zitten. Alles beter dan – ach, laat ook maar.’ De glimlach was weer als sneeuw voor de zon verdwenen toen er luider dan ooit op de deur geklopt werd.
Met het pistool in haar rechterhand en een hart dat klopte in haar keel haalde ze de voordeur van het slot, ademde diep in en opende de deur op een klein kiertje.
Enkele tellen lang hing er een ijzige stilte waarin Annabell uit probeerde te maken wie er tegenover haar stond, tot de ander door kreeg dat het pistool op hem gericht was en naar haar uithaalde. Instinctief reageerde ze door de trekker over te halen.
Een harde knal, een schreeuw en het gegil van Roya dat ervoor zorgde dat haar oren gingen suizen. Ze had de man tegenover haar in zijn middenrif geraakt, en de ander lag nu zacht kreunend op de grond. Zonder verder na te denken of goed te mikken vuurde ze opnieuw, hem ergens onder zijn sleutelbeen rakend.
Het lichaam op de grond bewoog niet meer. Roya’s gegil was gestopt en over gegaan in een gesmoord snikken.
Haar knieën begaven het opnieuw. Een deur links van haar ging open, gevolgd door een luid gevloek, maar Annabell had alleen maar aandacht voor het lijk aan haar voeten.
Het feit dat ze hoogstwaarschijnlijk de komende jaren vast zou zitten kon haar nog maar weinig schelen, wetend dat ze – zei het met veel meer moeite dan nodig was geweest – had voorkomen dat het Roya was die nu voor haar ogen dood bloedde.

89 Re: Isa's Dump-topic. op wo maa 11, 2015 9:33 pm

Annabell Wayland

avatar
10/10 would bang
the creys are real

‘Wil je dat ik met je mee ga?’ Mo had haar tegen gehouden door een hand op haar schouder te leggen en zijn donkere ogen namen zijn nichtje nogal bezorgd in zich op. ‘Misschien is het anders als ik er bij ben.’
Maar een zestienjarige Annabell schudde vastbesloten – maar nog steeds wat zenuwachtig vanbinnen – haar hoofd. ‘Ik kan prima alleen. Ik bel wel als je me weer kan ophalen.’
Ze kon de aarzeling op het gezicht van haar oom zien, maar wist dat hij haar niet tegen zou spreken. ‘Goed dan. Doe haar de groetjes van mij, oké?’
Annabell knikte, glimlachte even en stapte toen de auto uit. Ze bleef niet wachten om Mo de straat uit te zien rijden maar liep gelijk de stoep over, duwde zonder verder nog te aarzelen de deur van de instelling open en stapte naar binnen.
Ze rilde onwillekeurig – het was fris in de hal, ondanks het feit dat er zonlicht door de ramen naar binnen viel. Er was niemand te zien, afgezien van de jonge vrouw achter de balie iets verderop.
‘Ik kom voor Amy Wayland.’
De vrouw keek haar aan alsof ze het blonde meisje niet goed had verstaan.
‘Sorry, wie?’
‘Way – wacht,’ viel ze zichzelf haastig in de rede. ‘Amy McKane?’
Het was even stil, waarin Annabell nerveus op het randje van haar nagel beet. Tot de vrouw opkeek en haar een korte glimlach schonk. ‘Je bent haar dochter, neem ik aan?’
Annabell knikte zwijgend.
‘Ze is meestal buiten. Ik denk dat je haar daar wel zult vinden.’
Het meisje knikte opnieuw en zonder verder nog iets te zeggen liep ze in een hoog tempo de lange, lege hal door. Verderop stonden de deuren wagenwijd open zodat ze naar buiten kon kijken en een stukje van een grote tuin kon zien die achter de instelling lag. Het was midzomer, dus de bomen die in de grasvelden waren geplant stonden in volle bloei en de zon hing als een soort oranje strandbal boven de tuin.
Het duurde een tijdje voor ze Amelia Wayland gevonden had. De tuin was groter dan ze op het eerste gezicht leek en eigenlijk te mooi om haastig door heen te lopen, dus waren er al zeker enkele minuten voorbij toen ze haar eindelijk zag zitten, onder één van de oudere bomen wat dichter bij de muren die om de tuin heen waren geplaatst. Enkele meters naast haar bevond zich een meertje, en Amy had het te druk met het bestuderen van de eendjes aan de oever om haar dochter op te merken toen die vlak naast haar tot stilstand kwam, het zweet ondertussen in haar handen.
‘Ma?’
Het was waarschijnlijk alleen de klank van haar stem dat de vrouw deed opkijken.
Annabell schrok onwillekeurig bij het zien van haar getekende gezicht. Ze leek zo ontzettend oud – was ze niet dertig geweest toen Anna naar haar oom verhuisde? Hoorde ze niet in de bloei van haar leven te zijn?
Ze wist niet of ze het zich verbeelde, maar heel even leek haar moeders gezicht op te lichten.
‘Anna?’
Haar hart leek even stil te staan.
Er verscheen een nerveuze glimlach op haar gelaat, haar ene hand in haar hals en de ander tot een vuist gebald achter haar rug.
Wat in godsnaam moest ze zeggen?
‘Hi,’ zei ze uiteindelijk opgelaten, na wat wel minuten van stilte hadden geleken. De vrouw kwam wat traag overeind, tot ze tegenover haar stond – Annabell was net enkele centimeters korter – en plaatste haar handen op de schouders van haar dochter.
‘Je bent langer geworden.’
Annabell lachte, puur en alleen omdat de zenuwen een hoogtepunt hadden bereikt. ‘Ik ben ook geen zeven meer, ma.’
Amy glimlachte flauwtjes. Nu ze zo dichtbij stond kon Annabell de kleine overeenkomsten zien tussen haar en Mo – de donkerbruine irissen, de rimpeltjes rond haar dunne lippen, de hoge jukbeenderen. Haar lange vingers gingen bijna teder langs haar gezicht, streken een lok blond haar achter haar oor.
‘Het spijt me zo, Anna.’
Haar glimlach stierf langzaam weg. ‘Wat?’
Huilde ze nou? Had ze iets verkeerd gedaan?
‘Het spijt me – het spijt me dat ik nooit de kans heb gehad om je op te zien groeien.’
De brok in Anna’s keel maakte het onmogelijk om haar moeder gerust te stellen. Hoe graag ze haar ook had willen zeggen dat het niet uitmaakte, dat ze de juiste keuze had gemaakt, maar het lukte niet. In plaats daarvan trok ze in een impuls de vrouw naar zich toe, haar armen om haar heen, en verborg haar gezicht in haar hals. Amy beantwoorde haar omhelzing in een fractie van een seconde en hield haar dochter dicht tegen zich aan.
Toen ze elkaar los lieten veegde Annabell snel met de rug van haar hand langs haar ogen en wist te glimlachen. ‘Mo komt me pas over een paar uur ophalen, dus wat mij betreft hebben we alle tijd om even bij te praten.’
Ze had in totaal drie uur nodig om de negen afgelopen jaren samen te vatten, en toen was het echt te laat voor haar en werd ze door een mannelijke verzorger erop gewezen dat het verstandig was om nu toch naar huis te gaan; het was namelijk al tegen achten en het was eigenlijk niet de bedoeling dat ze hier überhaupt nog was. De zon was ondertussen bijna onder.
Haar moeder bleef in het gras zitten terwijl ze overeind kwam en haastig haar broek schoon klopte.
‘Je komt nog vaker langs, hoop ik?’
Annabell keek naar haar en zag de hoop in haar ogen.
‘Natuurlijk.’
De negen uur die ze hiervoor had moeten rijden was het waard geweest.
Amy glimlachte, en gelijk leek ze stukken jonger.
‘Welterusten, Anna. Wees voorzichtig.’

90 Re: Isa's Dump-topic. op za maa 14, 2015 10:06 pm

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
Moar Hogwarts AU because I felt like it.

"The Werewolf Code of Conduct, developed in 1637 by the British Ministry of Magic was a set of rules outlining the responsibilities of werewolves, such as preventing any possible attacks by locking themselves up -"
Rowan sighed, leaning back in his uncomfortable chair and closed his eyes for a brief moment. He'd been sitting in the library for the best part of the last two hours with his nose buried in his books, trying to take in as much information as possible.
'Row! There you are!' Kael's voice seemed to echo through the library and Rowan winced involuntary. 'What are you doing inside?'
'Hush, will you?' Rowan pulled his books towards him as Kael sat down in a chair next to him. 'I don't care that you did absolutely nothing to get your eight O.W.L.s, but unlike you I care about my grades.'
Kael grinned broadly at him. 'What are you talking about? I do care about my grades.'
A faint smile appeared on Rowan's face, but he didn't answer until Kael pulled his book away from him. 'C'mon, Row. Why aren't you outside like the other ninety-nine percent of the school? The weather is too beautiful, please... I feel like if you don't come with me, you'll leave me and run of with this dusty old library. And who the hell would want that if you could have,' he paused, slowly leaning in, 'all of this?' He laughed and Rowan took this opportunity to pinch Kael's side. 'You're not funny, Kael.'
He couldn't help but smile at the older boy, however, and glanced quickly at Madame Pince, who was glaring pointedly at Kael.
'And you're killing me, Row.' Kael took his hand and flashed his most charming smile. 'You're torturing yourself. Studying on a Sunday? While everyone is outside?'
Rowan sighed and grinned at the same time. He was probably violating some law of nature by being indoors.
'I know, I know. "Thou shalt not do thy homework on Sunday", or whatever.'
Kael's grin became broader. 'That's what I like to hear.'
Rowan went quiet for a few seconds, before looking around to see if there was anyone else in the library. Of course there wasn't - almost everyone was out on the grounds enjoying the beautiful weather. Then he leaned in, softly kissing the older boy on his cheek. Kael pulled him close again, cought him by the lips and kissed him, burying his fingers in Rowan's hair.
'I love you,' said Rowan breathlessly, after they'd let go of each other. He blushed as Kael tenderly brushed his tumb across Rowan's lips, his hand on his cheek.
'Are you sure?' Kael grinned at him and leaned closer towards him, foreheads against each other. 'What if I got a bowl cut?'
Rowan burst out laughing, quickly covering his mouth with his hand as Madame Pince looked at him suspiciously.
'C'mon, Row.' Kael had taken his hands again. 'Come out and play.'
Rowan glanced at his books with a sigh. 'I can't, I have to study...'
But no-one could do puppy eyes like Kael and he knew Rowan couldn't resist a thing when Kael looked at him like that.
'Please?'
'No,' he said reluctantly. 'I'm sorry, but -'
'Fine then.' Kael rose from his chair, lunged at Rowan and hoisted him up over his shoulder.
'No!' Rowan shouted, dying of laughter. 'Put me down!'
Kael dropped him on a table, laughing as well, but turned around quickly by the sound of Madam Pince's voice.
'Boys!' The two of them knew the look on her face meant she was not amused. 'If you can't behave I'm going to have to ask you to leave. This is not a playground.'
Rowan, whose face had turned scarlet, carefully avoided her eyes.
'Well, you heard the lady.' Kael looked at him with a faint smile on his face. 'Let's find a nice tree to snog under.'
'Oh, shut it.'

91 Re: Isa's Dump-topic. op do jun 18, 2015 8:20 pm

Rowan Riderhood

avatar
(´・ω・`)
Domestic Rowel + crappy jokes = stress relief

Rowan keek even op van zijn werk toen er het geluid van een sleutelbos aan de andere kant van de deur klonk. Zijn mondhoeken trokken iets omhoog toen Kael enkele tellen later over de drempel stapte, de deur achter zich dicht deed en zijn gitaarkoffer naast zich op de grond zette. ‘Hoe ging het?’
‘Geweldig, al zeg ik het zelf.’ Met een brede grijns op zijn gelaat deed de oudere jongeman zijn zeiknatte jas uit en haalde toen zijn vingers door zijn haar. ‘Zelfs door de regen naar huis moeten was niet zo erg. En deze keer was Mike tenminste wakker dus bleef er een beetje tempo in.’
Nog steeds grijnzend keerde hij zich naar Rowan om en liep in een rustig tempo in de richting van de eettafel, waar de laatste zijn spullen uit had gestald – meerdere geopende boeken, een stuk of vier gekleurde markeerstiften en voor zich een schrift vol aantekeningen. ‘En hier?’
‘Och, prima,’ antwoordde Rowan, iets achterover leunend in zijn stoel. ‘Ik ben bijna klaar. Eindelijk.’ Hij sloeg een boek dicht en trok de ander wat dichter naar zich toe. ‘Ik maak het nog even af en dan ga ik koken.’
Maar dat aanbod werd bijna gelijk door Kael weggewuifd. ‘Laat mij vanavond maar koken. Iets wat ik onmogelijk kan verpesten,’ grapte hij, en in het voorbijgaan haalde hij zijn vingers eens door Rowans haar, die zich half omdraaide in zijn stoel. ‘Dat kan niet zo moeilijk zijn.’
‘Ik vraag me af hoe je hebt kunnen overleven voor je mij in huis had,’ antwoordde Rowan droogjes, en hij wilde terugkerend naar zijn leerwerk. Hij probeerde niet te grijnzen toen hij Kaels gerommel in de keukenkast plotseling hoorde stoppen.
‘Ten eerste, Paul is vele malen erger dan ik.’ Toen hij zich weer omkeerde was Kael weer naar hem gedraaid en stond tegen het aanrecht geleund. ‘Ten tweede, ik had een prima acceptabel dieet van salades en pizza, afgewisseld met eten van de Chinees op vrijdagavonden.’
Rowan rustte zijn rechterarm op de stoelleuning en keek Kael met een scheve grijns aan terwijl deze sprak. 'Je hoort mij niet protesteren. Die vorige keer dat je lasagne maakte was het nog best lekker.'
'"Best lekker"?' herhaalde Kael op een gespeeld verontwaardigde toon terwijl hij de koelkast opende. 'Het was heerlijk. Doe niet alsof ik een vreselijke kok ben.'
Hij bleef wat in de keukenkasten rommelen terwijl Rowan terugkeerde naar zijn werk. Het duurde zeker een paar minuten voor hij weer sprak. 'Heb je je medicatie vandaag al genomen?'
Rowan keek niet op en bleef rustig doorschrijven. 'Nog niet. Doe ik wel na het eten.'
Zijn pen bleef boven het papier hangen toen de geluiden van Kaels handelingen in de keuken ophielden.
'Je moet je wel aan het voorschrift van de dokter houden, Row.' Kaels stem klonk nogal bezorgd. 'Dat heb je beloofd, weet je nog?'
Met een diepe zucht en een kleine, ietwat vermoeide glimlach op zijn gezicht draaide Rowan zich weer naar de ander om, zijn stoel iets met zich meetrekkend. 'Ik zei dat ik het zo wel zou doen, Kael. Maak je niet zo druk, dat ben ik niet van je gewend.' Bij het zien van Kaels uitdrukking kwam hij overeind uit zijn stoel. 'Ik neem zo mijn medicatie,' zei hij met nadruk, 'als mijn werk af is.'
'Je weet wat er de vorige keer gebeurde toen je voor een week "vergat" je medicijnen te nemen.' Kael liet zijn donkere ogen onderzoekend over Rowans gelaat glijden. 'Ik zit er niet op te wachten dat iets soortgelijks zich herhaalt, dat is alles.'
'Je maakt je veel te druk, Kael.' Rowan had zijn armen over elkaar geslagen en glimlachte, maar de oudere jongeman vond het heel wat minder amusant. 'Ik maak me helemaal niet druk, ik wil gewoon niet -'
Hij werd abrupt het zwijgen opgelegd toen Rowan plotseling een hand op zijn slaap plaatste, waardoor hij verbouwereerd zijn mond hield.
'Rowan, wat -'
'Stil, Kael. De stemmen spreken.'
Hij had moeite niet in lachen uit te barsten toen hij Kaels licht geïrriteerde gezicht zag. 'Dat is niet iets om grapjes over -'
Met een uitdrukking van geveinsde concentratie hief hij zijn wijsvinger op om de ander opnieuw tot een stilte te manen. 'De stemmen zeggen dat je je mond moet houden, Kael.'
'Zeggen ze dat?' Kael had zijn wenkbrauwen sceptisch opgetrokken. 'Volgens mij is dat niet hoe het werkt.'
Rowan liet zijn hand van Kaels hoofd zakken. 'Dat is precies hoe het werkt. Ik zou toch zweren dat ik dat het beste zou moeten weten.' Hij grijnsde toen Kael met zijn ogen rolde en zich haastig om draaide om zijn grijns te verbergen. Toen Rowan weer was gaan zitten zei hij: 'Misschien moet je dat hele astrofysica gewoon laten liggen en gewoon op een kermis gaan werken.'
Licht verbaasd keek Rowan naar hem op. Kael leunde met zijn onderrug tegen het aanrecht en had grijnzend zijn armen over elkaar gevouwen. '"Laat je beledigen door geweldige waarzegger Rowan "-' Hij dook weg voor een pen die in zijn richting werd gegooid, maar deze raakte alleen de muur achter hem en richtte geen verdere schade aan.
'Mond houden, Brown,' grinnikte Rowan, voor hij een tweede pen van tafel pakte en eindelijk zijn werk afrondde. Met een diepe zucht sloeg hij het boek voor hem dicht, en nadat hij alles netjes op een stapel op de hoek van de tafel had gelegd kwam hij overeind. 'Oké, medicijnen.' Hij liep langs Kael heen, die even opkeek toen hij passeerde, en pakte het doosje uit een hoog keukenkastje.
Zoals altijd vertrok zijn gezicht even bij de vertrouwde, maar daarom niet betere nasmaak en dronk het glas water in één keer leeg voor hij deze op het aanrecht zette. 'Zo. Nu tevreden?'
Kael keek op bij het horen van zijn stem en liet zijn werk even rusten. Snel veegde hij zijn handen af aan de vaatdoek naast hem op het aanrecht voor hij op Rowan afstapte, zijn hoofd in zijn handen nam en een kus op zijn voorhoofd drukte. 'Ontzettend tevreden, dank je.'
Grijnzend gaf Rowan hem een zacht kneepje in zijn arm voor hij de ander los liet. 'Zal ik Paul vragen of hij blijft eten?'
'Paul is niet thuis,' antwoordde Kael vanuit de keuken terwijl Rowan zijn spullen verder opruimde. 'En op zich vind ik het helemaal niet zo'n slecht idee, gewoon een avondje met z'n tweeën.'

92 Re: Isa's Dump-topic. op za sep 26, 2015 7:14 pm

Oliver Edurel

avatar
Een oorverdovende reeks aan knallen zorgde ervoor dat de ziekenboeg trilde op haar vesten. Buiten was het door het schemerdonker en de opwaaiende stof onmogelijk iets te zien. De het geluid van de geweren was zo verdovend dat het leek alsof de soldaten in een regelrechte hel terecht gekomen waren.
'James!'
De blonde jongeman schrok zich kapot toen hij bij de arm gegrepen werd. Hij had met over elkaar gevouwen armen in de ingang gestaan en met toegeknepen ogen naar de ondoordringbare rook staan staren. Toen hij zich omdraaide keek hij recht in het vertrokken gezicht van Hannah, wiens gelaat onder het bloed en vuil bleek weg was getrokken.
'Waarom ben je niet bij de anderen?!' Ze moest bijna schreeuwen om zichzelf verstaanbaar te maken. 'Al jouw mannen en vrouwen zijn daar buiten aan het vechten, man! Je kan ze niet -' Ze hoestte en veegde de stof van haar wangen. 'Je kan ze niet alleen laten, zeker niet nu!'
De jongeman haalde diep en trillerig adem, waar hij gelijk spijt van kreeg. Onmiddellijk werd hij terug de tent in getrokken door Hannah. 'Oliver is daar buiten, James! Hij is daar in jouw plaats en je bent er niet eens om hem te helpen! Waar in hemelsnaam ben je mee bezig?!'
Hij had geen tijd om antwoord te heven. Een gewonde soldaat werd door twee anderen de tent in gedragen en Hannah liep snel achter hen aan, maar gebaarde dat hij met haar mee moest lopen. 'Als je hier toch achterblijft moet je je nuttig maken, Robinson. Kijk of je ergens water kunt vinden, anders drogen mijn patiënten zo uit.'
Ze had hem nog nooit eerder bij zijn achternaam genoemd.
Het gevecht ging onverstoorbaar door terwijl Hannah zonder ook maar een spier te vertrekken de gewonde jongeman verzorgde. Toen ze echter merkte dat James nog steeds onbeweeglijk tegenover haar stond keek ze op en zond ze hem een scherpe blik toe. Ze zag er uitgeput uit - haar wangen waren rood, haar lippen droog en haar gezicht ingevallen. Haar ogen spoten echter vuur. 'Je bent een vuile lafaard als je hier blijft, weet je dat?' beet ze hem toe, een met bloed doordrenkte doek in haar gebalde vuisten. 'Mijn plicht is hier in deze tent, maar jij hoort daar buiten te zijn, James. Is je trots echt zo veel belangrijker dan jouw mensen die worden afgeslacht?'
'Je begrijpt het niet, Hannah,' siste hij. 'Ze zeiden dat mijn moeder -'
'Je moeder heeft hier niets mee te maken, Robinson!'
Het was de eerste keer dat Hannah haar kalmte volledig verloor. Ze haalde naar hem uit met de doek en wist hem op zijn arm te raken, en alhoewel het hem niets deed zette hij een stap terug. 'Je vrienden zetten daar buiten hun levens op het spel en jij zit je hier te gedragen als een klein kind! Is dát wat je moeder had gewild?'
'Sergeant!'
Gealarmeerd keek James om en zag hoe een militair Tristan Santiago de tent binnen droeg. De Italiaan leek nauwelijks bij bewustzijn en zijn schouder was doordrenkt van het bloed. Zonder na te denken rende hij naar de twee toe en tilde zijn vriend zonder enige moeite van de grond, er zorgvuldig voor zorgend dat hij zijn gewonde schouder niet belastte. 'Wat is er gebeurd?'
'Ze - ze zijn veel sterker dan wij, meneer,' mompelde de militair. 'Santiago had gewoon pech, meneer. Ik, eh, ik denk niet dat we het halen, meneer.'
James, die Tristan op een leeg bed had gelegd en achteruit was gestapt zodat hij geholpen kon worden, draaide zich met een ruk om. 'Waar heb je het over?' snauwde hij, plotseling kwaad. Hij was de woorden van Hannah volledig vergeten. De militair trok nog bleker weg.
'Ik - misschien kunnen we ons beter overgeven, meneer.'
'Over mijn lijk,' siste James. 'Geef me je wapen.'
Maar net op dat moment, alsof iemand het geluid uit had gedraaid, hielden de knallen op. Het geschreeuw stierf al even snel weg, om plaats te maken voor gealarmeerd gefluister en rennende voetstappen.
Terwijl zijn oren nog na suisden kruiste zijn blik die van Hannah, die paniekerig terug keek. Wat was er gebeurd?
Met het wapen van de militair in zijn handen rende James naar buiten, de stofwolken in. Het was nu helemaal donker en er was nauwelijks iets te zien, tot er hier en daar zaklampen aan werden geknipt en grote zoeklichten in de nacht wierpen. Het leek niemand wat te kunnen schelen of het hun locatie zou verraden - het enige wat James op dat moment wilde was dat zijn mensen hun weg terug konden vinden.
En dat deden ze. Één voor één strompelden de militairen terug, te moe en verslagen om te hem te kunnen vertellen wat er precies was gebeurd. Als ze niet gewond waren trokken ze anderen voort, zelfs als ze te uitgeput waren om op eigen benen te staan.
Het kon James niets schelen wat er was gebeurd. Waarom het gevecht zo plotseling was opgehouden was het minst belangrijk op dat moment. Hij liep door tot hij bij de omheiningen van het kamp stond en staarde met half toegeknepen ogen de duisternis in, zijn wapen in de ene en een zaklamp in zijn andere hand. Waar hij normaal gesproken een helpende hand had aangeboden bleef hij nu doodstil staan, wachtend. Wachtend.
Twee kleinere figuren verschenen als vanuit het niets enkele meters verderop. Christie had Xanti's arm over een schouder getrokken en hoewel de laatste nog wel leek te lopen zag ze er verschrikkelijk uit.
'James!'
Christies stem was als de kreet van een harpij door de hete nacht. Als ze het meisje niet vast had gehad was ze hem naar de hals gevlogen.
'James! Waar was je?!'
Hij gaf haar geen antwoord. Hij staarde steevast naar Christies vuile laarzen om haar maar niet in de ogen te hoeven kijken en stapte niet terug toen ze voor zijn voeten op de grond spuugde.
Hij kon nog net horen hoe ze zachtjes "lafaard" mompelde terwijl ze passeerde.

Nog zeker twee uur lang bleef hij daar zo staan, zijn zaklamp op het duister gericht en zijn geweer in zijn hand. Oliver was nog steeds niet terug en een hol gevoel had zich van hem meester gemaakt. Wat als hij gewond was en hij lag nog op het slagveld? Wat als hij in het duister verdwaald was geraakt en hen niet meer terug kon vinden? Wat als hij door de vijand als gijzelaar mee was genomen?
Pas toen iemand zich bij hem voegde en hem op zachte toon zei dat hij toch echt terug moest komen naar de barakken keerde hij de ingang de rug toe en liep met slepende voeten achter de militair aan.
Morgen, morgen zou hij gaan zoeken.

James sliep die nacht niet. In plaats daarvan liep hij rusteloos rond over het terrein, op zoek naar een bekend gezicht. Om de zoveel minuten klampte hij iemand aan om te vragen of diegene Oliver misschien had gezien, of hij mee terug was gekomen, of iemand wist waar hij kon zijn, maar zonder resultaat.
De ziekenboeg was nog nooit zo vol geweest. Hij had nog geen stap naar binnen gedaan of hij werd al bijna omver gelopen door een collega van Hannah.
Zoekend gleden zijn ogen over de rijen bedden terwijl hij door de ziekenboeg beende, zonder enige aandacht te besteden aan de mensen die om hem heen liepen. Hij passeerde bijna tien mensen waarover hij nog geen week geleden het bevel over had gehad, maar daar stond hij nauwelijks bij stil.
Oliver lag er niet tussen. Op de hele ziekenboeg was er geen spoor van hem te bekennen. Verslagen draaide James zich om, en stond oog in oog met Hannah, die een grote bult vuile lakens in haar armen droeg. Voor enkele tellen staarde ze hem ondoorgrondelijk aan, voor ze vroeg: 'Is hij al gevonden?'
James schudde enkel zijn hoofd. 'Hij is niet in het kamp, dat is zeker. Ik ga naar hem zoeken.'
'Wat, nu?'
'Wat wil je anders?' siste hij. Mensen die passeerden wierpen hem veel betekenende blikken toe. Begreep ze dan niet dat elke minuut verloren tijd was nu het ochtend begon te worden? 'Ik kan hem moeilijk aan zijn lot overlaten, of niet soms? Of heb jij soms een beter idee?'
Gekwetst keek ze hem aan, haar armen bijna krampachtig om de was gesloten. Toen haalde ze even diep adem en leek zichzelf te vermannen. 'Breng hem levend terug, James. Dat is alles wat ik van je vraag.'
Ze passeerde hem, en liep met grote passen weg. Hij keek haar na tot ze uit het zicht was verdwenen en begon toen zelf in de richting van de uitgangen te lopen.
'Robinson!'
Hij was halverwege het terrein toen een harde stem hem om deed kijken. Luitenant Shelby, nog steeds in vol uniform, kwam op hem af lopen en versperde hen de weg. 'Robinson. Waar denk jij heen te gaan?'
Dit kon hij er nu echt niet bij hebben. Hij haalde even diep adem en rechtte toen zijn rug. 'Mijn vriend is gisteravond niet terug gekomen. Ik wilde hem gaan zoeken, meneer.'
De man keek hem berekenend aan. 'Over wie gaat dit?'
'Oliver Edurel, meneer.'
'Het is jouw taak niet om naar hem te zoeken, Robinson.' Shelby keek met gefronst voorhoofd op hem neer. 'Zeker niet na gisteren. Er worden mensen uitgestuurd om zij die achtergebleven zijn op te sporen, maak je maar geen zorgen.'
De paniek sloeg James om het hart. 'Maar hij is mijn vriend, meneer, laat me gewoon -'
'Nee, Robinson,' kapte de ander hem af. 'En probeer niet stiekem weg te komen, want dan zit je echt in de problemen.'
Hij wierp hem een laatste, strenge blik toe en liep toen door.
Geïrriteerd staarde James hem na, wachtte tot hij uit zicht verdwenen was en sprintte toen het laatste stuk naar de uitgang.
Waar hij abrupt door twee militairen tegen werd gehouden.
'Jullie hebben het recht niet om me tegen te houden!' snauwde hij, niet meer in staat zijn agitatie tegen te houden. Maar de man hield voet bij stuk. 'Bevel van generaal Grey, meneer. Het spijt me.'
Verslagen zette James weer een pas naar achteren en ging met zijn vingers door zijn haar, dat in de laatste maanden weer flink aan was gegroeid. Goed dan. Dan zou hij wel wachten.

James realiseerde zich pas dat hij zijn horloge was verloren op het moment dat hij alleen in de verder verlaten barak zat en zich af vroeg hoeveel tijd er al verstreken was. Het kon niet veel later zijn, maar naar zijn gevoel leek het al uren geleden dat Shelby hem verboden had het terrein te verlaten.
Toen zijn rechterbeen begon te tintelen duwde hij zichzelf eindelijk overeind en wankelde naar de uitgang van de tent.
Buiten was het al wat lichter geworden - in combinatie met de opgevlogen stof baadde het hele kamp in een roodbruin licht en ook daarbuiten was nog steeds niets te zien.
Voor enkele tellen was het alsof alles precies zo was als enkele uren ervoor. Er liep bijna niemand over het terrein, en er hing een kille, onaangename stilte. Het was nog steeds stikheet.
De twee soldaten van eerder stonden nog steeds bij de uitgang, iets meer onderuit gezakt weliswaar. Het zweet glinsterde op hun voorhoofden en alleen de man die hem eerder had aangesproken keek op toen hij James' doffe voetstappen hoorde. 'Het is niet toegestaan om het terrein te verlaten, meneer, ik had toch gezegd -'
'Dat was ik ook niet van plan,' kapte James hem af. 'Ik wacht de reddingstroepen alleen af. Maak je geen zorgen. Heb je enig idee hoe laat het is?'
De man keek even op zijn horloge. 'Tien over vijf.'
James knikte enkel en bleef toen met over elkaar gevouwen armen staan. Hij zou toch niet kunnen slapen, en hij mocht het terrein niet af - dan kon hij net zo goed hier blijven wachten. Dan was hij de eerste die zou weten dat ze terug waren.
Minuten verstreken. Minuten werden kwartieren, kwartieren vormden een uur. Om de zoveel tijd vroeg James de man naar de tijd, die elke keer iets meer geïrriteerd antwoord gaf. En telkens werd zijn innerlijke paniek groter.
Maar eindelijk, om half zeven in de ochtend, terwijl de roodbruine rook hen nog steeds belemmerde om verder dan 30 meter te zien, verschenen er donkere, onherkenbare silhouetten in het schemerdonker. De wachters tastten uit automatisme al naar hun wapens, maar James liet juist zijn armen zakken en stapte naar voren. Hij merkte dat zijn handen plotseling trilden.
De eerste militair bleef tegenover hem staan. Het was een vrouw van zijn leeftijd met lichte ogen en een zongebruinde huid, die ernstig naar hem op keek. 'Tien gewond. We hebben twee verdwaalden terug kunnen vinden. Er is wonder boven wonder maar één dode gevallen.'
Een enorme last viel van James' schouders. Maar één dode - dat betekende dat Oliver tussen de gewonden zat en door de militairen die hem gevonden hadden naar de ziekenboeg zou worden gebracht. Hij haalde eens diep adem, knikte toen en stapt opzij, om de groep te laten passeren en aan te haken bij een duo dat een derde militair in de richting van de ziekenboeg sleepte. Hij nam het werk van een van de twee soldaten over en liep pas voor pas het terrein over.
Niet veel later lagen ook de laatste tien gewonden op bedden of uit barakken gesleepte matrassen. James richtte zich op nadat hij de soldaat voorzichtig op een bed had laten zakken en keek met half toegeknepen ogen de ruimte door. Maar Oliver lag niet tussen de zeven militairen die om hem heen geplaatst waren.
'Sorry, mevrouw?' Hij klampte een zuster aan die hem net had gepasseerd en met grote ogen naar hem op keek. 'Weet u misschien waar Oliver Edurel ligt?'
Het meisje schokschouderde. 'Geen idee, meneer. Maar de overige drie die net binnen zijn gebracht liggen hiernaast, dus misschien is hij daar.'
Hij wist haar een glimlach te schenken - die niet beantwoord werd omdat ze al was doorgelopen - en liep toen, zo snel als dat ging zonder te gaan rennen, de tent uit.
Hij was de tweede tent nog niet binnen gestapt of hij stond al tegenover Hannah. Haar wangen waren rood maar de rest van haar gelaat was zo bleek als een doek. 'Is hij er?'
Voor zeker tien seconden staarde hij haar aan. 'Ik dacht - ik dacht dat hij hier was.'
De vrouw wierp een korte blik over haar schouder. 'Er zijn net wel drie anderen binnen gebracht, maar ik dacht niet -'
James liet haar niet uitpraten. Het gevoel van paniek was weer in alle hevigheid teruggekeerd en zonder verder nog een woord te zeggen stapte hij langs haar heen en rende de zaal door. Hij lette niet op het geïrriteerde gemompel dat opsteeg toen hij mensen opzij duwde - hij had enkel aandacht voor de mensen op de matrassen helemaal achter in de tent.
Twee vrouwen, en een joch van nauwelijks twintig lagen buiten bewustzijn in een rijtje en werden ondertussen al zorgvuldig door collega's van Hannah onderzocht en verzorgd. Niemand van hen leek door te hebben dat er iets verschrikkelijk fout was gegaan.
Er moest een vergissing zijn. Er waren tien gewonden geweest, maar waar in godsnaam lag Oliver dan? Hij kon hem toch onmogelijk gemist hebben?
Bijna wanhopig greep hij een sergeant bij de arm op het moment dat hij passeerde. 'John, weet je -'
'James! God, ik loop je echt al een kwartier te zoeken. Er is iets wat ik je moet vertellen.'
'Kan dat even wachten?' James had hem snel weer losgelaten en wreef zenuwachtig in zijn handen. 'Ik kan Oliver nergens vinden. Ze zeiden dat hij gewond was geraakt maar hij schijnt hier nergens te liggen.'
Het gezicht van de andere man betrok. 'Dat is precies waar ik het over wilde hebben. Maar het lijkt me beter als we dat niet hier doen.' Hij knikte met zijn hoofd naar de uitgang van de tent, en zonder te protesteren volgde James hem naar buiten.
'Wat?' vroeg hij zodra ze tot een halt waren gekomen. 'Waar is hij? Als hij gewond is heeft hij verzorging nodig, weet je, anders -'
'James,' kapte John hem af. 'Ik wil dat je naar me luistert en ik wil dat je me niet in de reden valt.'
Langzaam werden zijn ingewanden kouder. Een minuscuul stemmetje in zijn achterhoofd wist precies wat John hem wilde vertellen, maar dat was precies de wetenschap waarmee hij het laatste kwartier mee rond had gelopen en om dat bevestigd te hebben...
Hij knikte echter, balde zijn handen samen en richtte zijn ogen op de grond.
'James... Het spijt me verschrikkelijk, maar...' Hij kon zweren dat Johns stem wat onvast begon te klinken. 'Het spijt me, maar Oliver is dood.'
De woorden raakten hem met de kracht van een sloopbal. Waren zijn ingewanden eerst koud geweest, dan leken ze nu volledig opgelost te zijn in de eindeloze leegte in zijn binnenste.
https://www.youtube.com/watch?v=BYOaLrcszfo
'Nee.' Dat was het eerste wat hij uit kon brengen. 'Nee. Dat klopt niet.'
Het kon gewoon niet. Het idee van Oliver die er gewoon niet meer was was ondenkbaar.
'Dat klopt niet,' herhaalde hij hoofdschuddend. 'Hij moet ergens zijn. Ze zeiden - ze zeiden dat hij gewond was. Hij kan niet - dat kan gewoon niet.'
Johns medelevende blik was verschrikkelijk. James keek paniekerig over zijn schouder naar de tent waar hij vandaan was gekomen en toen terug naar de sergeant. 'Waar is hij? Hij moet ergens zijn, dan kan je zelf zien dat hij niet - waar is hij, John?'
'Weet je zeker dat je hem wil zien?'
Waarom was de man zo oncomfortabel? Langzaam maar zeker begon hij het zat te worden en zijn stem werd doordringender. 'Waar - is - hij?' herhaalde hij, deze keer nadruk leggend op elk woord dat hij sprak. 'Als mijn beste vriend gewond is wil ik naar hem toe en wel nu. Waarom is hij niet op de ziekenboeg?'
'James...' begon John, maar maakte zijn zin niet verder af. Voor enkele tellen keek hij de ander aan, draaide zich toen om en liep met grote passen naar een tent die wat meer afgelegen was dan de rest.
Voor ze echter naar binnen gingen kwamen ze tot een halt en keek de sergeant naar hem om. 'James, ik waarschuw je voor een laatste keer. Ik snap dat het lastig is om -'
'Hij is niet dood, John!' kapte James hem af. Begreep hij dan niet dat dat onmogelijk was? Zag hij niet dat er gewoon een fout was gemaakt? 'Je kunt het zelf zien, als we...'
Hij had het tentdoek opzij geduwd en was naar binnen gestapt. Vijf militairen hadden in het midden van de tent zacht staan praten maar waren, op het moment dat ze merkten dat hij binnen was gekomen, uit elkaar geweken. En achter hen, bijna tegen de achterste wand van de tent, was een oud matras geplaatst. Iemand had al als voorzorgmaatregel een laken over het lichaam gelegd.
De blikken van de soldaten negerend keek James om, maar de ander had zijn ogen neergeslagen.
'Waar is hij?'
Zijn stem trilde.
Hij kreeg geen antwoord.
Plotseling wankelend liep hij traag naar het matras. Het was alsof een grote, onzichtbare hand hem tegen probeerde te houden en hij had opeens een enorme drang om zich om te draaien, de tent uit te rennen en er nooit meer terug te keren. Hij wilde hier niet zijn, hij wist wat er zich onder die laken bevond maar hij zou nog liever een hand opgeven dan het bevestigd te hebben.
Hij had het zo goed volgehouden...
'James...'
De stem van John leek van heel ver weg te komen, maar James stak enkel een hand op om aan te geven dat hij stil moest zijn.
'Ga Grey halen,' hoorde hij de man mompelen, maar het drong nauwelijks tot hem door. 'Ik wil niet degene zijn die hem tegen moet houden als hij het ziet.'
Zijn benen konden hem niet langer dragen; de hand had hem op zijn knieën gedwongen en zijn handen rustten nu op de rand van het matras.
Als hij het snel deed zou het sneller over zijn.
Tenminste, dat probeerde hij zichzelf in te prenten.
Hij richtte een bevende hand op, sloot zijn vingers om de dikke stof en trok deze met een enkele ruk weg.
Er leek een bodem onder zijn voeten geopend te worden.
Heel even kon James nog doen alsof Oliver gewoon sliep. Zijn gezicht was ontspannen, zijn ogen gesloten en zijn uitdrukking kalm. Onder de stof en het bloed was het alsof hij diep in slaap was.
Maar toen bleef zijn blik rusten op de drie gapende wonden in zijn borst en was het alsof hij degene was die door kogels werd doorboord. Zijn adem stokte in zijn keel.
'Oliver.'
Zijn vingers tastten naar zijn hand, die bewegingsloos op het matras las.
'Francis - Oliver, ik ben het.'
Hij voelde tranen achter zijn oogleden opwellen en vervloekte zichzelf in stilte.
'Nee... Nee, Oliver - Oliver -' Zijn stem trilde nog erger dan eerder en zijn vingers sloten zich haast krampachtig om zijn pols toen hij zijn hand naar zich toe haalde. Hij had nauwelijks door dat de tranen nu over zijn wangen rolden en ademde moeizaam in. 'Je kan niet... je kunt me hier niet alleen achter laten, Francis - je kan niet -'
Zijn duim drukte hard tegen Olivers pols, maar niets zou er voor kunnen zorgen dat zijn hartslag nog terug zou keren. Trillend over zijn hele lichaam legde hij zijn hand tegen zijn gezicht - zijn vingers waren koud en slap, als deze van een pop.
Oh, hoe veel hij er op dat moment voor had gegeven om bewegingsloos naast hem te liggen. Hoe graag hij had gewild dat hij het was geweest.
Olivers hand glipte weg en viel terug op het matras. De hand duwde nu tegen zijn rug en dwong een geruisloos snikkende James zich voorover te buigen tot zijn voorhoofd tegen Olivers borst rustte en zijn handen zich krampachtig om de stof van zijn uniform sloten. Zijn schouders schokten.
'James.'
Een warme stem klonk achter hem. Zijn hoofd voelde echter te zwaar aan om zich op te kunnen richten en zijn snikken zo hartverscheurend dat hij nauwelijks voelde dat er een hand op zijn schouder werd gelegd.
'James, kalmeer alsjeblieft. Het heeft geen zin.'
Hij wist dat het geen zin had. Niets had nu nog zin. Niet nu hij er niet meer was.
Met bevende ademhaling ontspande zijn grip op Olivers uniform. Eindelijk richtte de onzichtbare hand zich op en stond hem toe om langzaam overeind te gaan zitten. De warme hand van Malcolm Grey rustte nog steeds zwaar op zijn schouder.
'Kom overeind, James. Het heeft geen nut om zo te blijven zitten.'
Met tegenzin werkte hij zichzelf op één knie, en hij moest Grey's arm vast grijpen om zijn balans niet te verliezen. Maar de man was sterk; zonder een spier te vertrekken greep hij de jongeman vast en hees hem overeind.
James deinsde echter onmiddellijk achteruit, weg van de man en de soldaten die nog steeds zwijgend toe keken.
'Wie is hiervoor verantwoordelijk?'
Zijn hele uitdrukking was veranderd. Zijn stem trilde nog steeds onbedwingbaar, zijn handen nog steeds tot vuisten gebald. Maar zijn ogen, nog steeds nat van tranen, hadden een man kunnen verstenen. Zijn ademhaling was jachtig en onregelmatig.
Niemand, behalve Malcolm Grey, leek hem aan te durven kijken. Vooral John, die nog steeds bij de ingang stond, had zijn ogen steevast op de grond gericht.
'Wie is hier verantwoordelijk voor?!'
Zijn schelle stem klonk merkwaardig leeg in de stille tent. Hij stapte terug naar voren, langs Grey heen, die met zijn handen achter zijn rug gevouwen onbeweeglijk toe keek. 'Wie was er bij hem? Wie heeft hem gevonden?'
'Doet het er iets toe?' Grey's stem was een stuk koeler dan een minuut eerder maar de man kwam niet van zijn plaats. Het enige wat hij deed was zijn hoofd iets opzij kantelen. 'De man is dood, Robinson. Het spijt me, maar wat doet het er toe wie ervoor verantwoordelijk was?'
'Ik wil weten waarom hij de enige is die het niet gehaald heeft!' James' stem sloeg over. 'Hij is afgeslacht, hij is zonder pardon neergeschoten en er is niemand -' Hij stopte midden in zijn en haalde diep adem, maar kreeg het niet voor elkaar om zichzelf te kalmeren. 'Iemand moet gezien hebben wie hem geraakt heeft. Ik zal hun hele kamp met de grond gelijk maken als het moet.'
Grey draaide zich nu volledig naar hem om, een diepe frons op zijn gezicht. 'Ben je gek geworden?' vroeg hij. 'Heb je niet gezien hoe het slagveld er uit ziet? Niemand kon een hand voor ogen zien.'
Kwaad stapte James op hem af. 'Zie ik eruit alsof me dat wat iets kan schelen?!' In zijn ooghoeken kon hij zien hoe een vrouwelijke soldaat iets in elkaar kromp bij het harde geluid van zijn stem maar hij besteedde er geen aandacht aan.
'Jij was gisteren niet op het slagveld, Robinson.' Grey's frons was dieper geworden en met een doordringende blik keek hij op hem neer. 'Je hebt geen enkel recht van spreken in deze situatie. Als je nu zelf had gevochten was je reactie misschien rechtvaardig geweest.'
Iets knapte er in James' hoofd. Gedreven door blinde, brandende woede zette hij een pas naar voren en haalde met zijn gebalde vuist naar Grey uit. Hij wilde niets liever dan die stoïsche uitdrukking van zijn gezicht halen, om hem fysiek de pijn te laten voelen die hem van binnen langzaam uit elkaar trok.
Maar de generaal reageerde snel. Hij greep net op tijd James' pols vast voordat hij hem kon raken en drukte hem met zo'n kracht naar beneden dat de jongeman op een knie gedwongen werd.
'Verman jezelf, dwaas!' siste hij. Niets van de geruststellende, vaderlijke manier van doen die hij ooit tegenover James had getoond was nu nog over gebleven toen hij op hem neerkeek, zijn hand nog steeds om zijn pols gesloten. James kon niets anders doen dan terugstaren, zijn kaken op elkaar geklemd en een lichaam dat onbedwingbaar beefde.
Na wat wel een eeuwigheid leek liet de man hem eindelijk los en zette een stap naar achter. Trillerig ademhalend zakte James voorover op beide knieën, zijn hoofd gebogen en zijn ogen gesloten. De woede was even snel verdwenen als hij gekomen was en nu bestond hij alleen nog maar uit leegte.
Één voor één hoorde hij hen de tent verlaten, tot hij de enige was die nog overbleef. Hij was de enige die bleef, nog steeds bevend over zijn hele lijf.
Naarmate de zon verder op kwam begon er meer leven in het kamp te komen; de stemmen van ontwakende militairen klonken over het terrein, het werd lichter en niet veel later drongen de etensgeuren onder de spleten van het tentzeil door.
Er was echter niets dat hem van zijn plaats kon halen, en zelfs toen er iemand het tentdoek opzij duwde en met grote passen op hem af liep keek hij niet op.
'Robinson.'
Haar stem beefde niet maar was zo ontdaan van emotie dat zijn nekharen overeind gingen staan.
'Je weet dat dit jouw schuld is.'
Dat wist hij. Maar al te goed.
'Kijk me aan als ik tegen je praat.'
Nu pas klonk er iets van woede in haar woorden door, en eindelijk hief James zijn hoofd op. Hannahs gezicht was vertrokken van ingehouden emotie.
'Dit is allemaal jouw schuld,' siste ze tussen op elkaar geklemde tanden door. 'Alles.'
Trillerig ademhalend stapte ze op hem af en staarde hem kil aan.
'Sta op.'
Dat deed hij niet.
‘Ik hoop dat ze je afmaken. Ik hoop dat ze je op de een of andere manier laten boeten voor wat je hebt gedaan.’
Een vreugdeloze glimlach verscheen op James’ gezicht toen hij de vrouw aankeek. Ze had altijd van Oliver gehouden – misschien wel even veel als hij.
‘Denk je niet dat ik hetzelfde hoop?’

93 Re: Isa's Dump-topic. op ma okt 05, 2015 6:36 pm

Gast


Gast
'Wordt het niet tijd om naar huis te gaan?'
De blonde jongeman kwam in het licht van een straatlantaarn tot een halt en keek met een kleine glimlach naar de ander om. Grijnzend haakte Percy zijn arm door de zijne en trok hem op zijn gemak verder mee de straat in. 'We hebben alle tijd van de wereld, Luke. Waarom zouden we in godsnaam nu al naar huis willen?'
Met een schittering in zijn ogen keek hij opzij naar zijn vriend, die zijn tanden bloot lachte, zijn blik voor enkele tellen beantwoordde en toen zijn ogen neersloeg. De jongen had moeite met het maken van oogcontact, terwijl hij naar Percy's mening de mooiste ogen in de wereld had; hij was voor zijn ogen gevallen en vanaf dat punt was het onmogelijk geweest om nog terug te keren.
Nu was hij het die stil stond. Zwijgend pakte hij Lukes hand vast, tilde met twee vingers onder diens kin zijn hoofd iets op en drukte glimlachend een kus op zijn lippen, die gelijk door de ander beantwoord werd.
'Hé, flikkers!'
Bijna onmiddellijk liet Percy Luke los en draaide zich om, gealarmeerd door de harde stem.
Een groep van zes, zeven jongeren, nauwelijks ouder dan hij, stond vijf meter van hen af en Percy vroeg zich af hoe hij ze niet aan had horen komen. Ze bevonden zich namelijk in een rustig deel van de stad en hier kwamen rond deze tijd nauwelijks nog mensen.
'Sorry?' vroeg hij, zich beschermend optellend voor Luke, die hij zachtjes kon horen mompelen: 'Doe nou niet, Perce, alsjeblieft...'
Maar hij luisterde niet. Zijn hart klopte plotseling een stuk sneller en zijn handen voelden nogal klam aan.
De jongeman die op hem afstapte had zijn handen nonchalant in de zakken van zijn leren jacket gestoken en keek met een scheve grijns van Luke naar Percy.
'Is het niet een beetje gevaarlijk om nu nog buiten te zijn? Je weet wel, als een koppel flikkers.'
Percy klemde zijn kaken op elkaar en wilde kwaad naar voren stappen, maar Luke greep net op tijd zijn pols en hield hem tegen. 'Het is het niet waard, Percy,' hoorde hij hem zachtjes zeggen, maar opnieuw negeerde hij hem. Hij was niet van plan om hier gewoon van weg te lopen zodat deze klootzak zijn zin zou krijgen en doodleuk verder zou lopen terwijl zijn avond met Luke werd verpest.
Dat ging hij niet laten gebeuren.
'Begrijp me niet verkeerd, maar volgens mij is het voor ons niet verboden om hier te lopen.'
De jongeman tegenover hem snoof. 'Dat zei ik ook niet.'
'Misschien niet, maar het is wel wat je bedoelde,' antwoordde hij snel. Hij deed opnieuw een poging om naar voren te stappen, maar opnieuw trok Luke hem haastig terug. Enkelen lachten en kwaad klemde Percy zijn kaken op elkaar.
'Ga alsjeblieft iemand anders lastig vallen,' beet hij hen toe en hij draaide zich om, klaar om weg te lopen, maar werd abrupt tegengehouden. Ruw greep de voorste jongeman, die tot dan toe het woord had gehad, hem bij de schouder en trok hem hardhandig terug zodat Luke zijn pols eindelijk los liet.
'Proberen we er onderuit te komen?' vroeg hij zacht, zijn gezicht zo dicht bij dat van Percy dat die snel een kleine stap achteruit deed. Veel verder dan dat kwam hij echter niet; ze begonnen hem in te sluiten, en toen hij een blik over zijn schouder wierp kon hij nog net zien dat Luke zenuwachtig naar hem keek.
Hij moest zijn kalmte proberen te bewaren, anders zou hij niet heel thuis komen. Hij ademde langzaam in, wat iets leek te helpen, en wist wonderbaarlijk genoeg naar de leider van de groep - tenminste, dat was hij in Percy's gedachten - te glimlachen. 'Nou, ik probeer hier onderuit te komen. Ik was namelijk gewoon van plan gewoon van plan de wandeling met mijn vriend af te maken en dan terug naar huis te keren. Ik weet niet waar jullie onderuit proberen te komen, maar -'
De klap in zijn gezicht kwam zo onverwacht dat het even duurde voor hij voelde dat hij geslagen was. Meer verontwaardigd dan geschokt richtte hij zich op, wrijvend over zijn wang waar de jongeman hem had geraakt, en keek de ander fronsend aan. 'Waar was dat goed voor?'
'Mep 'm nog 'n keer, Vince, misschien houdt 'ie dan z'n brutale bek,' gromde een stem achter hem, en hij veronderstelde dat Vince de jongeman tegenover hem was want deze grijnsde, wreef over de knokkels van zijn vuist en haalde toen plotseling voor een tweede keer naar Percy uit. Deze had het nu echter zien aankomen en dook weg, maar hierdoor knalde hij hard tegen iemand aan, struikelde hij en moest hij zich aan het eerste vast grijpen wat hij kon om niet te vallen; en gezien dat dat de schouder van een gespierde jongen wiens hals en gezicht onder de tatoeages zaten was knalde hij hard op de grond. Voor hij zichzelf ook maar kon oprichten maakte de neus van een sneaker hard contact met zijn kaak en sloeg zijn hoofd hard tegen de stoep.
Zijn hoofd suisde, maar door de adrenaline begon hij pas na enkele seconden te voelen dat de zijkant van zijn hoofd onaangenaam klopte. Hij ging langzaam overeind zitten, veegde de zandkorrels van zijn handpalmen en keek toen op, met zijn ogen zoekend naar Luke. De cirkel was open gebroken toen hij was gevallen en de blonde jongeman stond zo’n drie meter van hem af, ogen groot van schrik. ‘Perce…’
‘Ga,’ gromde hij tussen op elkaar geklemde kaken door. Zijn tand had zich in de binnenkant van zijn lip geboord en hij proefde bloed op zijn tong. ‘Ik kom zo.’
‘Maar ik kan je niet –’ begon hij, maar Percy had ondertussen terug op de voet weten te komen. ‘Ik kom zo wel achter je aan, Luke.’
‘Je hoort je vriendje,’ sneerde Vince, die plotseling naast hem stond en een pas naar voren deed. ‘Maak dat je wegkomt! Of wil je dat we jou ook in elkaar timmeren?’
Als Percy al kwaad was geweest hadden die woorden hem ronduit woedend gemaakt. Zonder verder na te denken greep hij de jongeman bij diens arm, dwong hem zich om te draaien en raakte hem vol in zijn gezicht met zijn gebalde vuist. Terwijl Vince wankelend achteruit deinsde snauwde hij hem toe: ‘Je blijft met je poten van hem af, begrepen?!’
Er klonken rennende voetstappen, en toen hij voor een fractie van een seconde opkeek was Luke niet meer te zien.
Hij was dus echt weg.
Plotseling voelde zich Percy zich merkwaardig leeg. Hij ademde langzaam in en balde zijn vuisten, klaar om zichzelf te verdedigen toen Vince zich weer oprichtte. Percy’s uithaal had niet veel effect gehad, integendeel – het had hem alleen maar kwader gemaakt. Met een vreugdeloos lachje stapte hij op Percy af en bleef tegenover hem staan. De donkerharige jongeman was misschien net twee centimeter kleiner, maar de jongeman deed alsof hij een kop boven hem uit stak. ‘En nu is je vriendje ook weg,’ zei hij grijnzend. ‘Hoe voelt dat? Ik zei toch dat het gevaarlijk was om hier rond te lopen als het zo donker is?’
‘Rot toch op,’ beet Percy hem toe, niet in staat iets zinnigs te verzinnen, en hij voelde zijn wangen warmer worden toen de mensen om hem heen lachten. Hij kon letterlijk geen kant op en had alleen zijn vuisten om zich mee te verdedigen, en als hij even heel eerlijk tegen zichzelf was wist hij dat hij daar niet bepaald goed mee overweg kon.
De derde keer dat Vince naar hem uithaalde was hij een stuk minder snel en net te laat hief hij zijn arm op – de vuist kwam hard in aanraking met zijn jukbeen en vloekend dook hij in elkaar, zijn handen voor zijn nu bloedende neus. Het bloed sijpelde langzaam langs zijn kin en bleef aan zijn lippen plakken, maar de onaangename smaak van ijzer in zijn mond was nu wel het laatste waar hij mee zat. Zwaar ademhalend ging hij met zijn mouw langs zijn mond en wilde zich oprichten, maar voor hij daar de kans voor kreeg plantte iemand een knie in zijn middenrif en zonk hij zacht kreunend op zijn knieën.
Een hand greep hardhandig zijn korte haar vast en dwong zijn hoofd naar achter, zodat hij recht in het grijnzende gezicht van Vince keek. ‘Niet meer zo brutaal als eerst, of wel?’
‘Fuck off,’ mompelde hij, zijn mond ondertussen vol met zijn eigen bloed zodat er rode spetters op Vinces gezicht terecht kwamen terwijl hij sprak. Hij spuugde voor zijn voeten op de grond en ademde trillerig adem.
Dat was een heel domme beslissing geweest.
Zijn hoofd werd met een onverwachte ruk nog verder naar achteren getrokken en opnieuw maakte zijn hoofd hard contact met de stenen. Deze keer werd het echter langzaam zwart voor zijn ogen en stierven de verontwaardigde stem en het gelach om hem heen weg.

Het eerste wat hij daarna hoorde waren de sirenes van een ambulance, maar het geluid leek van heel ver weg te komen. Zijn ogen leken dichtgelijmd en hij deed daarom ook niet de moeite om ze te openen, zijn hoofd bonsde als een gek en de smaak van ijzer in zijn mond maakte hem lichtelijk misselijk.
De sirenes stopten, waar hij ontzettend dankbaar voor was. Elk geluidje bezorgde hem hoofdpijn.
Hij deed nog steeds zijn ogen niet open terwijl de geluiden om hem heen constant veranderden. Hij had ondertussen wel een idee waar hij was maar zijn brein werkte een stuk langzamer dan het zou moeten, dus alles werd trager verwerkt en uiteindelijk besloot hij er maar mee te stoppen.
Hij moest weer even weggezakt zijn, want toen hij weer bij bewustzijn kwam was het weer compleet stil en scheen er een zwak, gelig licht op zijn ogen.
‘Louis Knight, dokter. Ik ben zijn vader, ik heb toestemming gekregen om hem te bezoeken.’
Hij wist niet of het de stem was die ervoor zorgde dat hij weer een beetje bij zinnen kwam, maar Percy’s ogen schoten plotseling open en bijna meteen werd hij verblind door de lampen aan het plafond van de ziekenhuiszaal. Hij haalde scherp adem en knipperde verwoed met zijn ogen totdat het beeld van Louis Knight langzaam scherper werd aan de rand van zijn bed.
‘Goede god, je bent wakker…’ De oudere man pakte zijn hand beet, boog zich over hem heen en drukte een kus op zijn voorhoofd. Percy had het gevoel alsof zijn ledematen aan het bed vast waren gelijmd dus bewoog hij niet. ‘Goedemorgen, pa,’ mompelde hij, zijn stem hees. Louis glimlachte voorzichtig en gaf een zacht kneepje in zijn hand. ‘Hoe voel je je?’
‘Had beter gekund,’ antwoordde zijn zoon droogjes, zijn hoofd iets draaiend om naast zijn bed te kunnen kijken. Zijn gezicht vertrok iets toen er een pijnscheut door zijn achterhoofd trok. ‘Heb je wat water voor me?’
Een glas water werd aan zijn lippen gezet en heel voorzichtig richtte hij zich iets op zodat hij kon drinken, voor hij weer terug in de kussens zakte. ‘Waar is Luke?’
‘Bij zijn ouders thuis.’ Louis nam Percy bezorgd in zich op. ‘Hij heeft je gevonden en de ambulance gebeld, maar ik heb hem nog niet kunnen spreken – wat in godsnaam is er gebeurd?’
‘Goede vraag.’ Percy keek even opzij en fronste toen hij zag dat er een buisje uit zijn arm stak, maar toen hij er naar reikte hield zijn vader snel zijn hand tegen. ‘Dat heb je nodig,’ zei hij snel. ‘Laat het voor nu maar even zitten.’
‘Prima,’ antwoordde hij met tegenzin, voor hij langzaam uitademde en zijn handen weer op de lakens liet rusten. ‘Om een lang verhaal kort te houden, Luke en ik wilden naar huis komen toen we door een groep hangjongeren verhinderd werden. En volgens mij stond mijn toon hen niet aan.’
‘Je hebt ze uitgedaagd?! Percy –’
‘Ik heb ze niet uitgedaagd,’kapte hij zijn vader fel af. ‘Denk je dat ik echt zo dom ben? Dat ik niet weet dat mensen zoals ik dit soort dingen soms niet eens overleven?’
Het gezicht van zijn vader werd bleek. ‘Nee. Natuurlijk niet.’
‘Nou dan.’
Het bleef even stil.
‘Kun je Luke vragen of hij langs komt?’
Er verscheen een kleine glimlach op Louis’ gezicht. ‘Ik denk dat hij niets liever wil.’

94 Re: Isa's Dump-topic. op za maa 03, 2018 8:08 pm

Annabell Wayland

avatar
10/10 would bang
moest ff wat schrijven om uit m'n writers block te komen en ik zat lekker door prompts te scrollen. heb dit.

Prompt: "A superhero’s sidekick and supervillain’s henchman meet and fall in love at the hospital after their bosses grievously injure each other. Mutually exhausted with their employers’ dramatics, they run away to live a totally normal life."

'Here's your coffee. I hope I got your order right, it's been a while since we saw each other.'
The dark man sat down next to the blonde woman, still in her dark red suit, and handed her a paper cup. The woman sighed, thanked him with a nod of her head and took a small sip. 'Yep. Thanks.'
She sighed again, deeper this time, and he shot her a sideway glance. 'Everything alright?'
'Yeah...' She put her head in her neck and stared at the white hospital ceiling. She was silent for a few moments before she muttered: 'I'm thinking about leaving him.'
The man didn't bother to hide his surprise. 'Really? How so?'
'I don't know. I just - ugh.' She sat up straight again, winced slightly and pushed a loose strand of blonde hair out of her face. 'I've had enough of - of all this, really. I'm done. He's so...'
'Yes?' the man said patiently.
'Extra.'
The corners of his mouth twitched.
'He's really that bad all the time, huh?'
'Yep.'
He laughed softly, shaking his head. 'My Lord. Why do we put up with this? What are we doing to ourselves?'
She didn't answer. Instead, she just looked up at him.
He glanced back, his eyebrows slightly raised.
'Why do we put up with this?' There was a little more force in her voice this time, and he smiled involuntarily when he saw the little spark of fire in her eyes. 'Why don't we just - I don't know -' Her cheeks flushed with red. He just kept smiling, waiting for her to finish.
'Why don't we just get out of here?'
'Are you suggesting that leave my boss, a supervillain known for hunting down every single person that gets in her way, to run away with you, the sidekick of, let's be real, her pompous archenemy?'
A long pause.
'... Yes.'
He grinned. 'Good. I'm down.'
She clearly hadn't expected that answer. She stared at him, still with red cheeks and with her eyes growing wide, before a faint smile slowly appeared on her face. 'You're - you're serious.'
'I am.'
'Oh. Wow. Uhm - I'll have to leave a note for him, for when he wakes up - I won't say anything about what we're going to do, just that I'm leaving, does that sound like a good idea?'
'I have a notepad in the car.'
The woman got out of her chair and winced again. The man followed and offered her his uninjured arm to lean on.
'Don't you think she'll notice you're gone?' she asked him hesitantly as the two of them walked down the hall.
'She's been calling me Bill for 2 years now,' he answered as he looked down on her. 'I don't think she'll mind.'

Gesponsorde inhoud


Terug naar boven  Bericht [Pagina 4 van 4]

Ga naar pagina : Vorige  1, 2, 3, 4

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum