Paradigm Shift

Een RPG die zich centreert rond het leven in een stad waar alles kan gebeuren.


Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Doom in a needle

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

1 Doom in a needle op ma apr 15, 2013 11:17 pm

Admin

avatar
Admin
Hoofdstuk 1 - Onderhuidse spanning

Achteloos gooide Neil de nu lege wijnfles aan de kant. Het ding sloeg aan scherven tegen de donkere muur van het smalle straatje waarin hij liep. Het maakte niet uit; alles was hier ranzig. Alles. Een paar scherven meer of minder deden er niet toe. De goot was gevuld met rommel, als je niet uitkeek stapte je zo in een plas kots van een lokale zwerver, stom dronken, doodziek of allebei, of in ander menselijk afval. Het was hier zelfs niet vreemd om de ontbindende lijkjes van knaagdieren, katten of honden te vinden, half aangevreten door soortgenoten en genegeerd door de mens.
De donkerharige jongen, nog niet eens aangeschoten van de goedkope rommel die amper voor wijn door kon gaan, sloeg de hoek om, een brede straat in. Om zijn lippen verscheen een vreugdeloze grijns. Nog geen tweehonderd meter verder liep een rijk ogende vent die zijn kant op kwam. Misschien kon hij dan toch nog wat uit vandaag slepen. Het kwam niet zo gek veel voor, chique lui in deze wijk, maar je leerde hier al snel je nergens over te verbazen. Je had wel meer te doen.
Neil zat er al lang niet meer mee als hij iemand beroofde; niemand in deze godvergeten klotestad was schoon, al het geld was zwart, dus wat zou het? Met die logica rechtvaardigde hij het en als iets hem al speet dronk hij het weg. Hij hoefde geen geweten, kwam je nergens mee hier.
Hij begon iets sneller te lopen en zijn hand gleed naar zijn zij; een klein pistool verborg zich in zijn broeksband. Zijn vingers gleden eroverheen. De man had hem gezien en liep nu ook sneller, maar dan achterdochtig. Neil wist hoe hij eruitzag; gespierd, maar een tikje ondervoed, een vermoeid maar niet onaantrekkelijk gelaat en versleten, vlekkerige kleding. Niet iemand die je na tienen graag tegenkwam. Of ervoor, als het erop aankwam. Want hoewel Neil eerder 's avonds toesloeg, had hij niet altijd een keus en een kansen deden zich op de gekste momenten ooit.
Het was op het moment dat ze nog geen vijf meter van elkaar verwijderd waren, elkaar recht in de ogen keken en Neil net het wapen wilde trekken, toen er uit een smal zijstraatje een donkere figuur opdook. In een flits trok Neil het wapen, maar voor hij ook maar de veiligheidspal eraf kon doen, was hij al op zijn rug tegen de vieze, natte straatstenen gepind. De stank van urine drong zijn neus binnen en hij kokhalsde. Hij worstelde om los te komen en hoorde naast zich nog een klap. Afgeleid keek hij op zij; een tweede vreemdeling had de rijke man tegen de grond geslegen. Neil was direct weer bij de tijd en vocht wanhopig om los te komen, amper merkend dat zijn wapen uit zijn hand geslagen werd.
Zijn belager droeg een bivakmuts en ogen waren amper te onderscheiden. Een in een leren handschoen gehulde hand haalde uit en trof Neil in zijn gezicht. Zwarte vlekken belemmerden zijn zicht en hij voelde dat hij ruw overeind werd getrokken. Zijn armen werden snel en handig op zijn rug gedraaide en hij vloekte toen een stekende pijn door zijn schouders ging.
Achter hem werd gerommeld. Langzaam werd Neil helderder en in een opwelling wierp hij zich voorover, zijn overvallers verrassend. Hij sloeg opnieuw tegen de harde grond en stinkend water spatte alle kanten op. Hij rolde op en sprong overeind.
Een knal. Hij wankelde. Even voelde hij niets en tolde hij slechts op zijn benen. Toen begon de pijn en greep hij geschrokken naar zijn bovenarm. Hij vloekte en keek. Een diepe schotwond had zijn rechterarm onbruikbaar gemaakt. Hij kreunde en zocht met zijn goede schouder steun tegen de muur terwijl hij wanhopig probeerde het hevige bloeden te stelpen.
Een van de twee vreemdelingen kwam naar hem toe en greep zijn arm. Inmiddels had het snelle bloedverlies als gevolg dat Neil de kracht niet meer had om zich te verzetten. Er werd een naald in zijn arm gestoken en een helderblauwe vloeistof werd in zijn lichaam ge-injecteerd. Zijn ogen werden groot en hij hapte naar adem. Hij wist dat de scheikunde ver was, dat de wetenschap inmiddels haast wonderen kon verrichten , maar toen hij het bloeden tot een halt zag komen wist hij desondanks niet wat hij zag.
Trillend, lijkbleek en duizelig keek hij op. Opnieuw werden zijn armen op zijn rug gedraaid en bekaf strompelde hij mee, zich amper beseffend wat er gebeurde en al lang blij dat hij nog leefde en nog op zijn benen kon staan.

Hij wist niet hoeveel smalle straatjes ze hadden doorkruist toen de uitputting hem de baas begon te worden, toen hij door zijn knieen ging. Wat hij wel wist, dat hij, toen hij bijkwam, zwaar in de problemen zat. Hij lag op een bed, een matras eerder, in een donkere ruimte die slechts door een klein lampje aan het plafond verlicht werd. Neil kreunde en werkte zich iets op. De pijn in zijn arm was vreselijk. Hij vloekte zachtjes.
Langzaam begonnen zijn ogen te wennen aan het donker. Waar hij ook was, het was oud; de nog uit bakstenen opgetrokken wanden waren smerig en het metselwerk was op veel plekken een beetje afgebrokkeld.
Maar dat alles was niet hetgene wat hem zijn adem deed inhouden en hem zowaar iets van... pure angst deed voelen. Het waren de kasten. De kamer waar hij in lag had aan de overige drie wanden kasten staan. Oude, metalen kasten. Een had een glazen vitrine, daarin lagen metalen protheses, duidelijk goedkope types. De andere kasten hadden smalle, metalen planken waarop allerlei middeltjes, instrumenten en onbekende voorwerpen stonden. Neil's ogen werden groot. Waar was hij?! Hij had wel eens gehoord over illegale testen, onder de stad, in geheime ruimtes in de nissen van het enorme, doolhofachtige rioolstelsel. Was dat...?
Hij wenste vurig dat hij helderder in zijn hoofd was, dat hij niet was flauw gevallen; dat hij had kunnen zien waar hij heen was gebracht. Opnieuw rolde er een vloek over zijn lippen. Neil was nooit beschaafd geweest. Zeker niet in nare situaties.
Hij werkte zich moeizaam overeind. Het spaarzame licht toonde een niet al te fris maar professioneel aangebracht verband rond zijn arm die, merkte Neil tot zijn afgrijzen, amper bruikbaar was. En dan de pijn. Hij wilde die arm niet eens gebruiken. Toch zat het hem niet lekker.
Wankel stond hij op, en langzaam stapte hij van het matras weg, naar de kast met de glazen vitrines. Vlak voor het glas bleef hij staan. Metalen protheses waren populair door de mogelijkheden die ze boden, en ze waren goedkoop in productie; de prijs werd vooral bepaald door het materiaal en wat het ding kon. Deze exemplaren leken geen van allen erg chique of degelijk. Er zaten twee armen tussen, een been en een voet. De laatste was uitgesproken roestig, maar de rest leek nog wel in redelijk goede staat.
Een deur die Neil tot nog toe niet had gezien ging open en een kleine, mollige vrouw kwam binnen. Neil opende zijn mond om iets te zeggen maar ze hief kordaat haar hand op.
"Kom met me mee," zei ze slechts. Neil nam haar schattend op. Hoewel hij onzeker was hier en geen idee had waar hij was, ontlokte haar houding toch datgene wat veel mensen aan hem haatten; tegendraadsheid. En een neiging tot provoceren.
"En als ik dat niet doe?" vroeg hij, met een uitdagende glimlach, de pijn in zijn arm zo goed mogelijk negerend. De kaakspieren van de vrouw verstrakten, maar toen knipte ze met haar vingers, met nog steeds dezelfde kalme gelaatsuitdrukking als waarmee ze binnen was gekomen. Toen stapte ze opzij en twee mannen, beiden in lange, witte jassen, kwamen binnen. Neil stapte onbewust achteruit.
Veel in te brengen had hij in zijn huidige toestand echter niet. Een moment lang, terwijl hij onder dwang werd meegevoerd, vroeg hij zich af waar de man was die hij bijna een hoop geld afhandig had gemaakt. Hij nam zich voor het te vragen, maar vergat dit bij het zien van de ruimte waar ze aankwamen. Meer kasten, meer onduidelijke substanties, meer metaal en een doordringende, onaangename zurige lucht. Neil voelde zijn maag protesteren.
"He!" riep hij, niet bepaald gelukkig met waar dit heen leek te gaan. Hij werd op een bed gelegd en zowel zijn polsen als zijn enkels werden in leren riemen vastgemaakt. Zijn ademhaling ging jachtig en nu was de angst onmiskenbaar. Neil was niet iemand die dat graag toegaf, maar hij kon er nu met geen mogelijkheid omheen.
"Wat de.. wat de hel gaan jullie met me doen?" tot zijn ergernis sloeg zijn stem iets over. Een van de mannen in witte jassen stopte even met waar hij mee bezig was en draaide zich langzaam om, zijn gelaatsuitdrukking haast verveeld; geen greintje mededogen.
"Testen. Die arm van je was anders toch niet meer te redden, dus daar spuiten we het een en ander in."
Neil gooide er van alles uit; ieder scheldwoord zo ongeveer dat de jongen kende, en dat waren er veel. De man echter, was niet onder de indruk.
"Je mag kiezen of je dit verdoofd wilt ondergaan of niet. Wil je een verdoving?"
Neil dacht razendsnel na. Waarschijnlijk ging hij hier spijt van krijgen, maar hij wilde niet KO zijn terwijl ze van alles met zijn lijf zouden doen waar hij geen weet van had.
"Nee," zei hij uiteindelijk, vastberadener dan hij zich voelde. "Je houdt je fucking verdoving maar."
"Ok. Dan kom ik nu met de eerste injectie."
Neil keek gespannen toe terwijl de man een moment lang de ader zocht, om vervolgens een lange, dunne naald door zijn huid te prikken. Hij voelde het amper, maar het gebrek aan pijn van de injectie werd ruimschoots gecompenseerd door de aanblik van een donkerbruine vloeistof die langzaam zijn arm ingedrukt werd. Het stak iets, maar niets extreems, al kon dat ook komen omdat zijn arm toch al verdomd zeer deed. Neil wist niet eens of hij het wel wilde weten.
De naald werd uit zijn arm gehaald. Gespannen wachtte hij af, maar aanvankelijk gebeurde er niets. Daardoor dwaalde zijn blik af naar de drie mensen in de kamer, ieder met een vergelijkbare uitdrukking van verwachting en spanning op hun gezichten. Neil besefte zich dat dit voor hen ook maar routine was; de zoveelste test op het zoveelste straatschoffie waar niemand naar om keek. Dat maakte alles alleen maar beangstigender; Neil had altijd volgehouden dat hij niemand nodig had en hoewel die mening nu op zich niet echt veranderde, realiseerde hij zich wel dat hij honderd procent aan deze mensen en hun waarschijnlijk niet bestaande genade over was geleverd.
Terwijl hij naar ze keek echter, veranderden hun uitdrukkingen en direct ging Neil's blik naar zijn biceps, waar hij een aparte tinteling voelde. Hij schrok, slaakte een kreet en rukte verwoed aan de leren riemen; onder zijn huid bubbelde het. Letterlijk. Trage, dikke bellen ontstonden en verdwenen weer, een raar gevoel meebrengend. Verbijsterend genoeg deed het geen pijn.
"Vreemd, zou het aan zijn bloedgroep kunnen liggen?" ving hij op, maar hij was te zeer geschrokken door wat hij in zijn eigen lijf zag gebeuren om erop in te gaan. Zweetdruppeltjes parelden van zijn gezicht en zijn adem ging sneller dan ooit.
Het begon zich door de hele arm te verspreiden en werd heviger. Het gevoel dat erbij hoorde was.. walgelijk; hij kon letterlijk voelen hoe er iets bubbelde onder zijn huid. Hij voelde zich misselijk en was bang dat hij ieder moment over zichzelf heen kon kotsen.
"Wat gebeurd er?" wist hij uiteindelijk uit te brengen, zijn stem schor en zwak. Zijn donkerblauwe ogen flitsten van de chaos onder zijn huid naar de mensen die hem dit aan hadden gedaan en hij had het gevoel dat hij een puinhoop was; bang, afhankelijk en onwetend.
Een pijnlijke steek ging door zijn hand en hij schrok opnieuw, een gevoel dat ditmaal met woee gepaard ging; van de ergste schrik bekomen was er nu plaats voor verontwaardiging.
"Laat het stoppen," snauwde hij tussen opeengeklemde kaken door.
"Dat kan ik niet," zei de man die hem de vloeistof in had gespoten, zonder erg veel interesse.
"Hoezo niet?" vroeg Neil scherp.
"We weten erg weinig van dit middel. Deze reactie hadden we ook niet echt verwacht. Interessant, dat dan weer wel."
De vrouw mengde zich erin voor Neil opnieuw iets kon zeggen. "Je krijgt zo wel een pijnstiller als het te erg wordt," zei ze kalm.
Dat bleek echter niet nodig; ondanks een aantal korte steken, deed het middel eigenlijk niets meer dan ranzig zijn, leek het. Half gerustgesteld bleef Neil volgen wat er onder zijn huid gebeurde.
Het was gek genoeg geruime tijd later, op een moment dat ze hem al een poosje alleen hadden gelaten, dat hij zich realiseerde dat het gevoel in zijn arm extreem was afgenomen. En dan terwijl hij niet de indruk had dat dit goedje als pijnstiller hoorde te dienen. Verontrust probeerde Neil zijn vingers te bewegen. Zonder succed. Hij vloekte. Tot aan de deltaspier in zijn schouder was zijn arm zo goed als verlamd. Het bubbelen was nagenoeg over en verslagen keek Neil naar zijn nu waardeloze ledemaat. Bleef het zo? Hij zuchtte diep, even niet goed meer wetend hoe hij het had. Hij merkte dat hij bekaf was en sloot zijn ogen even.
Wat zouden ze nog meer met hem doen? Bleef het bij zijn arm? Of kon hij meer verwachten dan dat? En die man, waar was die? Zou hij hier sterven? Hij was niet bang aangelegd, maar dood wilde hij gewoon nog niet. Absoluut niet. Hij opende zijn ogen weer en staarde naar het donkere plafond. Hij had weinig hoop dat hij hier levend uit zou komen, maar nam zich voor het sowieso te proberen; hij kon niet zomaar alle moed opgeven.
Na een poosje was het over, het bubbelen. Zijn huid was weer rustig. Alle kracht en gevoel waren echter nog steeds uit zijn arm verdwenen.
Neil begon onrustig te worden. Hij was dan ook zowaar opgelucht toen de deur weer open ging. Aanvankelijk in ieder geval. De man die binnenkwam, een tot nog toe onbekend individu, liet namelijk de deur openstaan en met dat Neil een blik op de achterliggende gang wierp, kwam er daar een brancard voorbij, met een man erop. Als Neil de kleding niet had herkent had hij het niet geweten. De rijke man van eerst had namelijk geen gezicht meer.
Sprakeloos keek Neil naar de man. Deze kwam stugger over dan de rest, norser.
"Is het uitgewerkt?" vroeg hij kortaf en hij knikte naar Neil's arm. Deze knikte slechts kort. De man had met een dik, Russisch accent gesproken, in tegenstelling tot de anderen, van wie Neil alleen gewoon Engels had gehoord.
De man kwam naar hem toe en begon hem los te maken. Van dichtbij viel het Neil op dat hij een buitengewoon pokdalige huid had en hier en daar leek het alsof er een soort zuur of iets dergelijks op zijn huid terecht was gekomen. Neil hoopte dat de zijne niet hetzelfde lot te wachten stond.
"Probeer niets. Ik heb toestemming te doen wat nodig is als je iets doet." De zin klonk alsof hij met tegenzin uitgesproken werd, alsof de man liever niet sprak en er zelfs een heel klein beetje moeite mee had.
Hij werd naar een kamer begeleid, een andere dan die waar hij vandaan kwam. Het was meer een soort grote zaal met matrassen. De muren hier waren anders; er zat een soort pleisterwerk op, al was dat hier en daar al zover kapot dat de bakstenen eronder alweer te zien waren.
Neil kreeg een matras toegewezen dat ooit wit was geweest. Om zijn enkel werd een ketting bevestigd.
"He!"
Een gebromde waarschuwing liet hem weten dat hij zich rustig moest houden. En dat deed hij; met een nutteloze arm was hij geen partij voor de man, die redelijk zwaar gebouwd was.
Hij keek hem na tot de deur van de zaal dichtging. Hij ging op het matras zitten en voelde aan zijn arm. Het gaf een naar gevoel, iets aanraken van jezelf wat je in de betreffende ledemaat niet voelde.
Neil sloot zijn ogen. Tot voorkort was zijn leven ruw geweest, niet zonder gevaar maar over het algemeen goed. En nu.. nu zag het ernaar uit dat dit nog wel eens zijn laatste rustplaats kon worden.
Bevangen door een plotselinge geestdrift, begon Neil de ketting te onderzoeken. Roestig, maar alsnog veel te sterk en te dik om ook maar iets mee te proberen. Neil's blik ging koortsachtig door de ruimte. Iets wat hij gebruiken kon? Wat dan ook? Niets. Hij schudde zijn hoofd, stond wankel op. Normaal was hij goed in presteren onder druk, maar normaal was er vaak ook een duidelijke uitweg in zijn ogen. Nu was de situatie uitzichtsloos.
Het duurde niet lang voor een inmiddels wanhopige Neil alles had onderzocht dat hij kon bereiken. Andere kettingen, matrassen, de wanden, de vloer. Nu zat hij weer op zijn eigen exemplaar. Wetend, dat hij de uitweg hier niet hoefde te zoeken. Hij vervloekte zijn eigen onoplettendheid die hem hier had gebracht.
Voetstappen. Met een ruk keek hij op, wat een vage hoofdpijn teweegbracht. De deur ging op en een meisje met halflang blond haar werd naar binnen gedragen, gevolgd door de rijke man, wiens gezicht volledig was verbonden, op de mond na. Hij was het vooral die Neil's aandacht trok en hoe afschuwlijk het er ook uitzag, Neil kon zijn blik niet afwenden van de horror. Beiden werden vastgeketend. Het meisje was naast Neil geplaatst, de man tegenover haar.
De deur sloot weer en daar zat hij dan, met twee bewusteloze mensen in een ruimte.
Het meisje kwam als eerste bij. Neil hoorde haar zacht kreunen op het matras naast hem en hij keek op. Haar oogleden trilden. Ze had verfijnde gelaatstrekken maar zag er desondanks slecht uit omdat ze uitgesproken mager was. Ze opende haar ogen en ineens keek ze hem aan. Hij zag haar ogen groot worden; ze had dit duidelijk niet verwacht.
"Maak je geen zorgen, doe je niets," bromde Neil onverschillig. Hij had geen tijd voor dit gedoe; hij ging zich niet als de lieve, zorgzame jongen opstellen. Verdomme, hij had wel wat beters te doen.
Het meisje ging langzaam rechtop zitten en greep naar haar hoofd. Neil zag dat er een pleister op haar pols zat. Ze peuterde er wat aan maar liet het ding toen met rust.
Neil keek weer voor zich uit, naar de man. Naast hem hoestte het meisje, en niet zo'n klein beetje ook. Beter was het niet aanstekelijk.
De man kwam heel wat minder snel bij. Neil begon zich af te vragen of hij eigenlijk nog wel wakker zou worden. Het viel hem na een poosje ook op dat het meisje buitengewoon veel en zwaar hoestte. Ze ondernam verder geen pogingen contact te maken.
Neil redeneerde dat een paar bondgenoten geen gek idee was, dus hij besloot haar aan te spreken.
"Gaat het?" vroeg hij. Hij had vaak weinig medelijden met mensen die hij niet kende en waarschijnlijk merkte ze dit want toen ze opkeek glimlachte ze slechts mat. Neil zag dat haar ogen dof stonden.
"Ja hoor, prima," zei ze. Haar stem klonk wat hees en vooral zacht.
"Hoe heet je?"
"Roya. Jij?"
"Neil. Zit je hier al lang?" het boeide hem eigenlijk allemaal niet zo, maar what the heck, hij moest toch iets.
"Een paar maand."
Hij slikte. Jezus, zo lang?
"Behandelen ze je hier een beetje ok?" Geen nutteloze informatie, dacht hij zo.
"Ligt eraan.. Als je meewerkt en nuttig bent wel. Kleine Lucy was dat bijvoorbeeld niet. Op haar hebben ze iets getest waarvan ze zouden weten dat ze het niet zou overleven.." Roya's stem stierf langzaam weg en Neil fronste verontrust.
"Kleine Lucy?" herhaalde hij sceptisch; het klonk als en rare nickname.
"Een ander meisje. Ze was negen."
Neil viel stil. Dit had hij niet aan zien komen. Een kind van negen? Dat liet zelfs hem niet koud. Hij slikte.
"Jezus.." mompelde hij.
"Ik heb geprobeerd haar te redden maar.." Roya maakte haar zin niet af. Dat hoefde niet.
"Was ze.. was ze snel weg?" Hij was wel benieuwd naar welke manier ze gebruikten om iemand te doden. Tot zijn afschuw schudde Roya haar hoofd.
"Twee weken. Ze heeft bijna non-stop gehuild." Roya slikte en het leek even alsof ze zelf zou gaan huilen, maar toen veranderde er iets in haar houding en glimlachte ze weer.
"Maar ik zal je niet teveel horrorverhalen vertellen, het is al erg genoeg dat je hier zit," zei ze en ze trok haar knieeen op. Neil trok zijn wenkbrauwen op. Snelle verandering in houding, dacht hij argwanend.
Er viel een stilte.
"Denk je eh.. dat je hieruit zou kunnen komen?" Nog voor hij zijn zin af had gemaakt schudde Roya haar hoofd.
Er werd op de deur gebonsd.
"Bedtijd, iedereen stil!" klonk het bars in een Russisch accent. Roya ging op haar zij liggen, met haar rug naar Neil toe. Door haar versleten hemdje heen kon hij haar ruggengraat zien uitsteken. Zou hij uiteindelijk ook zo uitgemergeld zijn of lag het aan wat ze haar inspoten?
"Welterusten," hoorde hij haar mompelen.
"Trusten," bromde hij met tegenzin.
Hij ging ook maar liggen, op zijn rug, en vouwde zijn armen achter zijn hoofd. Hij had niet het idee dat ze erg nuttig zou zijn bij een ontsnapping, maar hij had nu in ieder geval aanspraak. God, wat verlangde hij nu naar drank en een sigaret; gewoon om zijn zenuwen tot rust te brengen en alles even lekker te vergeten. Gewoon even losgaan, stomme dingen doen.. Maar hij kon het wel vergeten; hier zou hij geen drank krijgen. Nooit een keer. Neil mompelde een kleine verwensing. Alcohol was zonder meer zeer frequent in zijn leven en het feit dat hij hier waarschijnlijk honderd procent nuchter zou zijn stond hem niet aan.


_________________

https://discord.gg/3SQZ7nX
Join ook onze Discord server!

2 Re: Doom in a needle op di apr 16, 2013 12:33 am

Admin

avatar
Admin
Hoofdstuk 2 - Lijf en leden

Hij was uiteindelijk in slaap gevallen, doodop van alle gebeurtenissen en al het gepieker. Het was een onrustige slaap geweest waaruit hij nu werd gewekt door een klap op de deur, die vervolgens dichtsloeg. Hij kreunde en knipperde een paar keer met zijn ogen, om vervolgens traag overeind te komen. Alles kwam weer terug. Samen met een flinke koppijn.
"Godverdomme.." gromde Neil. Hij keek rond. Roya sliep nog, maar er waren de afgelopen nacht nog twee mensen bijgekomen; een meisje dat zonder omhaal hautain te noemen was met lang, golvend blond haar, een afgetraind lijf en een blik die waarschijnlijk nog dodelijker kon zijn dan de injecties hier en een jongen van een jaar of negentien met vettig, half lang zwartgeverfd haar. Aan de uitgroei te zien zat die hier ook al een tijdje. Hij maakte kort oogcontact met Neil en keek toen weer weg, waardoor deze laatste al niet echt veel respect voor de knul voelde; als je zo nerveus was redde je het nooit. De jongen had een pleister in zijn hals. Het viel Neil op dat hij een leeg bord voor zich had staan. Ontbijt? Neil zag nu pas dat voor zijn matras een bord met een soort pasta van broodhompen en iets grijs stond. Waarschijnlijk ook een of ander experiment. Hij begon met tegenzin te eten maar was verrast door de smaak die eigenlijk nog wel meeviel. Veel smaak zat er niet aan, maar Neil had niet verwacht dat het op zich nog wel te eten was.
Niet veel later zette hij het lege bord weg en ging hij weer op zijn rug liggen, verlangend naar een sigaret.
"Nieuwe." Het was het meisje. Neil richtte zijn hoofd op en keek haar met een opgetrokken wenkbrauw aan. Ging ze ruzie zoeken?
"Alona."
"Neil."
Het was even stil.
"Scott," klonk het toen, vrij zacht, vanaf de plaats van de jongen. Neil zuchtte licht. Hoe had die in godsnaam deze stad tot op deze leeftijd overleefd?
"Hey, emokid, vertel eens, wat deed je voor je hier kwam?" vroeg hij verveeld. Hij was niet vriendelijk, dat was waar, maar hij was hier ook niet om vrienden te maken. Hij wilde hier weg en zat zijn tijd uit.
"Werkte in een supermarkt." Hij ging niet eens tegen 'emokid' in..
"Die wel eens overvallen?"
"Ja.."
"Dus je bent wel eens onder schot gehouden?"
"Ja, maar dat was niet toen; werkte die dag niet."
Scotts toon was timide, zacht; hij leek liever niet met Neil te willen praten. Deze vond het eigenlijk wel grappig, de schuwe alternatieve jongen uithoren.
"Wanneer ben je dan onder schot gehouden?"
"Twee week terug.."
"Kunnen jullie twee je bek even houden?" Alona.
"Sorry gorgeous," grinnikte Neil. "Ik zal niet weer proberen een beetje sfeer te maken."
Nu bemoeide Roya, vermoedelijk wakker geworden van de woordenwisseling, zich er ook mee.
"Neil, ik denk niet dat Scott je manier van sfeer maken erg fijn vind," zei ze op een vriendelijke, maar besliste toon en Neil keek haar aan. Ze straalde geen enkele agressie uit en meende ieder woord dat ze zij. Heilig boontje, dacht Neil. Hij was gewend een beetje met mensen te dollen als hij zich verveelde, maar dat viel hier blijkbaar verkeerd.
"Wat deed jij dan voor je hier kwam?" vroeg hij haar met een kleine grijns. Hoewel de anderen het wellicht niet merkten, vond hij het ergens prettig wat tegen ze aan te lullen; het hielp zijn geest weg te blijven bij de gedachten aan de experimenten.
"Ik hielp in een weeshuis," antwoordde Roya en ze schonk hem een kleine glimlach die aangaf dat ze zonder meer doorhad dat hij haar opmerking genegeerd had. Hij grijnsde een tikkeltje uitdagend terug. Ze zuchtte lichtjes.
"Wat deed jij eigenlijk?" vroeg Alona op een scherpe maar ietwat onverschillige toon en Neil grinnikte. Die had hij kunnen zien aankomen.
"Wat ik maar moest doen om aan geld te komen," antwoordde hij luchtig.
"En wat was dat dan zoal?" vroeg Roya, zo te horen oprecht geinteresseerd.
"Diefstal, inbraak, overvallen.. heb ook wel 'ns gedeald maar dat beviel niet."
Er viel een stilte die slechts door een laatdunkend snuiven van Alona werd onderbroken.
De deur ging open. De vrouw van eerder en de man met het zware accent die Neil in gedachten 'de Rus' was gaan noemen, kwamen binnen. Ze maakten Scott los, die wit weg trok, en voerden hem mee. Neil keek de nogal tengere gestalte na. Het zou hem verbazen als ze die nog terugzagen.
Zijn blik gleed naar de man met het verbonden gezicht die nog altijd bewusteloos leek. Veel tijd om zich daarover te verbazen had hij niet, aangezien ze werden opgeschrikt door een schreeuw die uit de gangen opklonk.
"Scott!" Roya's stem klonk bezorgd. Neil vroeg zich af wat ze in godsnaam aan het doen waren toen de deur openging en het tweetal opnieuw binnenkwam, ditmaal op hem aflopend.
"Wat hebben jullie met Scott gedaan?" vroeg Roya smekend. Haar grijsblauwe ogen stonden angstig en voor het eerst meende Neil ook iets van boosheid op haar gelaat te zien.
"We testen op hem."
Neil werd losgemaakt en hij sprong achteruit.
"No way," zei hij met een lachje dat nog het beste als zenuwen en vastbeslotenheid niet mee te gaan te vertalen was. De Rus greep hem bij zijn shirt en duwde hem tegen de wand aan.
"Je komt mee, anders dwing ik je."
Neil keek hem woedend aan maar ontspande; hij had er niets aan als hij halfdood meegesleurd zou worden.
Dus liet hij zich meeleiden, de gangen door. Een nieuwe kreet liet weten dat wat ze ook met Scott gedaan hadden nog steeds in volle gang was. Neil slikte. Wat gingen ze met hem doen? Zou hij zometeen ook zijn longen eruit schreeuwen door wat er in zijn systeem kwam? Opnieuw werd hij aan het bed vastgemaakt. Scott bleef verdacht stil. Had hij het loodje gelegd? Neil dacht terug aan wat Roya over 'kleine Lucy' verteld had. Niet nuttig meer. Scott was een wandelend skelet zo ongeveer, in Neil's ogen, mede door zijn tengere postuur...
Dit keer ging alles sneller, geroutineerder; de naald werd in zijn arm gedrukt, de ditmaal melkwitte vloeistof werd erin gespoten en het begon direct te werken. Hij voelde zijn arm weer, ijskoud ditmaal. Hij was minder geshockeerd dan de vorige keer aangezien hij erger had verwacht, maar nog steeds was het een buitengewoon nare ervaring.
Zijn arm werd langzaam weer warmer maar begon ook te verkleuren; de huid werd hier en daar grauwer en grauwer tot er ziekelijk ogende, donkergrijze vlekken staan die een zompige indruk maakten, om zich vervolgens langzaam uit te breider. Neil vloekte en probeerde, net als de vorige keer, tevergeefs zichzelf te bevrijden.
Al snel stond er een heel groepje onderzoekers om hem heen, druk te overleggen.
"Breng hem weg. Dit is een mooie gelegenheid om die protheses uit te testen; die arm krijgen we toch niet meer goed."
Verbijsterd, zich amper beseffend wat dit inhield, liet Neil zich terugvoeren naar de slaapzaal waar hij niet protesteerde en na vastgeketend te zijn als een lappenpop op zijn bed viel.
Roya knielde naast hem.
"Gaat het? Doet het pijn?" vroeg ze op indringende toon.
"Nee," bromde Neil. Hij ademde zwaar en probeerde zijn gedachten op een rijtje te krijgen, maar dat ging niet als men tegen hem praatte.
Roya trok zich terug.
"Ze gaan een prothese op m'n arm proberen," mompelde Neil uiteindelijk na een lange, geladen stilte. Ergens wilde hij gerustgesteld worden, ookal zou hij dat niet snel toegeven.
"Hoe bedoel je?" vroeg Roya aarzelend.
"Weet ik het, dat zeiden ze," reageerde Neil kortaf.
"Dan denk ik dat ze je arm gaan amputeren."
"Godverdomme."
"Was je arm niet meer te redden dan?"
"Nope. Zeiden ze bijna letterlijk."
Ze praatten wat, over niets eigenlijk, en Neil had vooral het idee dat Roya hem op zijn gemak probeerde te stellen en hij vroeg zich af waarom ze zoveel moeite voor anderen deed. Wat leverde het haar op?
Uiteindelijk kwam Scott weer terug. Rond zijn neus en lippen zat opgedroogd bloed, maar het zag er niet naar uit dat hij geslagen was. Hij stortte direct in op zijn matras.
Roya stond op en liep naar hem toe, iets wat haar ketting net toestond, waarna ze naast hem neerknielde en aan zijn voorhoofd voelde.
"Hij is gloeiend heet," mompelde ze. Alona leek nu ook even wakker te worden uit haar koele zwijgen.
"Redt-ie het?"
"Denk het wel."
Neil's gedachten dwaalden af. Naar het moment dat ze zijn arm eraf zouden halen en er een metalen exemplaar voor in de plaats zouden zetten. Hij had gehoord dat ze met een soort neurochips werkten die communiceerden met de prothese zodat je druk 'voelde' waardoor de arm in dagelijks gebruik geen ravage aan zou richten.
Hij was nerveus. Bloednerveus. Zo nerveus dat hij maar moeilijk met Scott mee kon leven, als hij eerlijk moest zijn.

De volgende dag kwam te snel. Veel te snel. Neil werd weer opgehaald. In het voorbijgaan kon hij zweren dat hij Scott 'succes' hoorde mompelen en hij keek over zijn schouder. De jongen met het geverfde haar glimlachte even mat en Neil's mondhoeken krulden ook iets om, al werd de gigantische knoop in zijn maag zeker niet minder. Toch voelde hij een moment lang iets van genegenheid voor het joch. Hij ademde jachtig, keek nerveus naar zijn begeleiders. Dit kon zo misgaan. Zo vreselijk mis. Hij zweette over zijn hele lijf en wilde niets liever dan frisse lucht inademen. Al was een peuk ook al goed geweest.
Een nieuwe ruimte, compleet wit en veel schoner dan de rest. Instrumenten; mesjes en troep die hij niet herkende maar die ongetwijfeld in ziekenhuizen thuishoorde.
Hij werd bevestigd aan een operatietafel en sloot krampachtig zijn ogen. Dit was het dan; er was geen mogelijke uitweg, geen ontsnapping. Ze zouden in zijn lichaam gaan snijden en er was niets wat hij kon doen. Wanhopig probeerde hij desondanks een uitvlucht te vinden, maar hij kwam nergens op uit; hij had geen enkele keus. Hij vloekte, schold, maar hij werd volledig genegeerd.
Een dikke naald werd ruw in zijn hals geprikt en al snel merkte hij dat hij weg begon te glijden. Hij vocht tegen de verdoving maar kon niet voorkomen dat alles desondanks wazig werd om uiteindelijk zwart te worden.

Zijn arm deed het weer; hij kon zijn vingers bewegen, hij voelde ze. Een zucht van opluchting verliet zijn lippen die, als het had gekund, halverwege was blijven steken; hoe kon dit? Toen herinnerde hij zich weer wat er was gebeurd en zijn ogen schoten wijdopen. De operatiekamer, de verdoving; alles had hij weer paraat. Hij keek naar zijn arm. Hij voelde hem.. maar.. wat er hier aan zijn schouder vastzat, pijnlijk kloppend, was.. metaal. Hij keek er verbijsterd naar.
Langzaam tilde hij de arm op. Het gewicht ervan viel hem eigenlijk mee.
"What the hell..." mompelde hij, de arm strekkend en buigend. Het voelde als een gewone arm. Toen grijnsde hij opgelucht; godzijdank was het goed gekomen. Hij schoot even in de lach. Hij keek op en merkte nu pas dat de rest naar hem keek. Behalve de man die hij bijna overvallen had. Die was weg.
"Hoe voel je je?" vroeg Roya, toen hij oogcontact met haar maakte.
"Vreemd.." antwoordde Neil langzaam. Enerzijds was hij opgelucht, zo opgelucht, anderzijds deed zijn arm nog steeds pijn, zat hij nog steeds in dit klerehol en verlangde hij naar een paar biertjes en een sigaret.
"Hoe lang ben ik out geweest?"
"Halve dag," antwoordde Alona onverschillig.
"Ah, dank je, ijskoningin," reageerde Neil laconiek. Hij ging rechtop zitten. Het viel hem op dat Scott half tegen de muur aanhing. Roya hoestte. Alona leek eigenlijk de enige van hen vieren die redelijk gezond leek. Neil had echter de energie niet zich daarover te verwonderen. Hij ging weer liggen, zijn rug naar de rest toe en streek met zijn 'echte' vingers over het metaal. Hij kon het amper bevatten. Hij wist ook niet of hij hier blij mee was. Gezien de situatie wel, maar zijn arm had in the first place niet kapotgeschoten hoeven worden. Want waarvoor? Gewoon om weer een schoffie als testsubject te hebben waar niemand naar om keek? Het klonk logisch; Roya leek niet iemand uit een rijk milieu, Alona ook niet, alleen Scott kon nog wel eens mensen hebben die hem misten, maar hij wist het niet zeker. Ergens had hij het idee dat ze types als hem hier voor het gemak hadden maar dat het ze eigenlijk weinig uitmaakte op wat voor sociale status ze testten; anders hadden ze die rijke kerel niet meegenomen.
Roya hoestte weer en Neil meende ook bij Scott een beginnend kuchje te horen. Was hij zelf de volgende?

In de dagen die erop volgden werd er niet op Neil getest, hij werd slechts eens per dag ondervraagt over zijn prothese, hoe het voelde, of het werkte en hij gaf dan onverschillig en koel antwoord, als hij al niet op een provocerende manier sprak.
De anderen hadden minder geluk; Roya kwam enkele malen bewusteloos terug en zelfs Alona leek een keer behoorlijk aangeslagen door wat er met haar was gedaan.
Het eten bleef van dezelfde, vage kwaliteit; niet vies, maar ook niet buitengewoon smaakvol, al varieerde het af en toe wel.
Langzaam maar zeker begon Neil de hoop op een ontsnapping op te geven. Waar hij eerst nog regelmatig had nagedacht over hoe hij de assholes hier de rug zou toekeren was dat nu meer een verre, verre fantasie.


_________________

https://discord.gg/3SQZ7nX
Join ook onze Discord server!

3 Re: Doom in a needle op di apr 16, 2013 12:40 am

Solance Ainsworth

avatar
Ik heb hoofdstuk een geskipt. Zou moeten leren. Maar ik heb hoofdstuk 2 wel gelezen omdat Roya, Scott en Neil.

Like. Houdt je aandacht vast. Heel erg.


_________________

When all we have left are memories. And with so many good memories, the
bad ones are remembered best.

4 Re: Doom in a needle op wo apr 17, 2013 12:55 am

Admin

avatar
Admin
Ty ^_^

-----------------------------------
Hoofdstuk 3 – Een achterstallige betaling

Neil kon niet ontkennen dat hij aardig aan zijn arm gewend was geraakt; hij functioneerde goed en hij merkte qua gevoel niet eens zo heel veel verschil, bevalve dat zijn tast minder fijngevoelig was en het zwaarder was, maar daar kon hij mee leven. Toch was hij niet dankbaar en zon hij nog altijd op een mogelijkheid hieruit te komen.
Intussen merkte hij dat hij ook aardig aan het constante gezelschap gewend geraakt was door de traag verstrijkende dagen hen; Roya's zachtaardige vastberadenheid en zelden wankelende glimlach, Scott's teruggetrokken houding en zachte stem, Alona's kilte en zo nu en dan ietwat stuurse manier van doen.. Het was een deel uit gaan maken van alles hier. Neil kon niet ontkennen dat hij zich af en toe aan ze stoorde, maar dat kwam vooral omdat hij niet meer gewend was dag en nacht met dezelfde mensen door te brengen.
Toch was het ergens fijn om dergelijke vastigheid te hebben in een situatie die zo onvoorspelbaar was. Alhoewel, vastigheid.. Scott's hoest begon ook erger te worden en Roya zag er verre van gezond uit.
Inmiddels begreep Neil goed hoe Roya en Scott beiden zo ziek hadden kunnen worden; na een poosje begonnen de testen op hem ook weer en hij voelde zich van het een nog beroerder dan van het ander. De huid op zijn rug was beurs van een of andere donkere substatie, een zalfje had zijn schouder behoorlijk gevoelig gemaakt en iets anders had zijn eetlust met de helft doen dalen. Het ergst waren de injecties die pijnlijk waren en lang werkten; soms lag Neil meerdere uren op dat bed, wensend dat het allemaal gewoon over was terwijl zijn lijf in brand leek te staan.
Hoewel hij hier in totaal waarschijnlijk nog geen drie weken was had het hem al veranderd. Hij was minder provocatief dan eerst; de macht die ze over hem hadden had hem meegaander gemaakt omdat het de enige manier van overleven was en hij fysiek gewoon hard achteruit was gegaan.
Ook was hij ernstiger, grimmiger en sneller aangebrand. Hij had geen idee hoe hij zou zijn als hij hier ooit uitkwam, als hij de mensen tegenkwam voor wie hij frequent werkte. Niets zou waarschijnlijk nog hetzelfde zijn, realiseerde hij zich bitter.
Hij was alle besef van tijd kwijt, maar hij gokte dat het ergens in middag was - het was inmiddels alweer een uur of wat geleden dat hij wakker was geworden - toen de deur openging en de Rus naar hem toe kwam.
Het was gewoonte aan het worden; iemand kwam binnen, ging met een van hen weer weg, kwam weer terug, dumpte het slachtoffer en vertrok weer. Routine. Er tegen in gaan was zinloos-
Neil keek verrast op. Het was niet de Rus, niet de mollige vrouw, niet een van de labratten.
"Iedereen hier in staat op z'n eigen benen te staan?" De jonge vent die gesproken had, had een zongebruinde huid, half-lang donkerblond haar, een gespierd lijf en een uitstraling die tegelijkertijd fel en grimmig, maar ook positief en energiek was.
"Wat-" bracht Alona verbaasd uit. Drie anderen, twee jongens en een jonge vrouw, kwamen binnen. Stuk voor stuk waren de vier zwaar bewapend. De vrouw knielde bij Neil neer en pakte een klein instrumentje.
"Met dit spul brand is zo door die ketting heen," legde ze gehaast uit. Ze had donker haar dat losjes was opgestoken en droeg een simpel grijs shirt en een donkere jeans. Ze had geen woord gelogen; ze brandde zo door de ketting heen, zo dicht mogelijk bij het deel dat om Neil's enkel zat.
"De rest halen we er later af, kan je staan?" ze had een vriendelijke, ietwat laconieke manier van praten, alsof ze zich amper druk om de situatie maakte. Ze leek Neil echter geen meid die je kwaad wilde maken. Hij stond wankel op en hij zag dat de andere drie al stonden.
"Ok, Zane, check of de kust nog steeds veilig is. Sociel, Devon, wij zorgen dat dit viertal heelhuids naar buiten komt," beval ze, niet onvriendelijk maar vastberaden en niet veel later liepen ze de gang over, Zane vooruit, zijn SMG in de aanslag. Het geweer lag zo natuurlijk in zijn handen - gold voor de rest ook eigenlijk - dat Neil de indruk had dat zit niet zomaar een kleine, toevallige reddingsactie was. Deze lui wisten wat ze deden.
Ze werden door een wirwar van donkere, met bakstenen bekleden tunnels, hier en daar metalen trappen op of af lopend en Neil voelde in zijn borst iets wat hij zelden voelde; hoop. Zouden ze hieruit komen?
Hij probeerde de hoop weg te drukken, bang dat deze vals zou blijken. En hij had al zijn kracht al nodig om vol te houden; het was namelijk als een schok voor hem gekomen hoe slecht zijn conditie was door de combinatie van testen en weinig bewegen.
"Hou vol, honey," zei de jonge vrouw. Haar toon gaf aan dat dergelijke koosnaampjes tot haar standaard spraakpatroon behoorden; er was niets flirterigs aan, ookal had ze een stem die zich daar we voor leende; hij had iets sensueels erin, al was het niet erg opvallend.
"Zane?"
"Niemand te zie-"
Hij was nog niet uitgesproken, of er klonk een oorverdovend geluid van een kogelregen die uit een zijgang kwam en hem maar op een haar na miste; wie er ook schoot, mikken kon hij niet, maar dat maakte hem niet minder gevaarlijk. De vrouw vloekte en stapte bij Neil en de anderen weg. Zij en haar teamgenoten trokken hun geweren en vuurden de gang in. Er weerklonk een gepijnigde kreet en daarna was het angstvallig stil.
"Fuck, alles in een straal van tien kilometer hier beneden zal ons wel hebben gehoord," gromde een van de andere twee jongens, een met donkerrood haar dat onmogelijk zijn natuurlijke haarkleur kon zijn, te zien aan zijn huidskleur.
"Ik weet het, maar daar kunnen we nu niets meer aan doen. We schieten vanaf nu elke fucker neer die ons tegen probeert te houden," zei de jonge vrouw.
"Ivey?"
"Yep?"
"Dat zijn er nogal wat."
"Hoe bedoel- Oh, fuck my life."
Voor hen, in het verlengde van de gang waarin ze liepen, kwam een groep donkere silhouetten aangelopen.
"Zijgangen in!" riep Ivey. Ze gehoorzaamden. Kogel floten om hun oren en Neil was ervan overtuigd dat hij hier dan alsnog zijn waterloo zou vinden.
Ivey, Zane, Sociel en Devon vuurden zonder aarzeling terug. Het lawaai was oorverdovend. Kogels sloegen overal in de muren en Neil en de anderen trokken zich verder terug de gang in.
En toen was het over. Ivey hing haar wapen aan haar heup en grijnsde.
"Probleem opgelost, let's go."
Ze gingen weer verder. Neil keek met lichte afschuw naar de lijken en achter zich hoorde hij Roya geschrokken naar adem happen. Waarschijnlijk was ze geen lijken gewend. Hoewel Neil het zeker geen fijne aanblik vond deed het hem niet zo heel veel meer. Als je in de wijken vertoefde waar hij dat deed was de dood geen vreemde. Je wende er snel aan en Neil was hard; hij kon zich heel onverschillig opstellen als dat nodig was.
Een van hun belagers bewoog iets kreunde. Ivey trok uit haar broeksband een revolver en schoot hem door het hoofd.
"Piece 'a shit."
Het viel Neil op dat Alona erg onaangedaan leek, alsof het haar niets kon schelen. Inmiddels wist hij wel dat ze minder ijzig was dan ze deed voorkomen, maar dit leek oprecht. Wat hem nog meer verbaasde was Scott's reactie; hij zag aan de jongen dat dit niet de eerste keer was dat deze de dood zag en vroeg zich onbewust af wat voor ervaringen de jongen op had moeten doen om tot een dergelijke reactie te komen; hij leek gestresst, al kon dat ook door de gebeurtenissen van net komen.
Neil had hier geen enkel gevoel voor richting. Hij kon alleen maar hopen dat ze heelhuids de uitgang zouden bereiken, waar die ook was.
En dat deden ze; ze hielden halt bij wat aanvankelijk van een afstand een doodlopend einde leek, maar toen Neil dichterbij kwam zag hij een donkere, roestige trap die naar boven leidde. Zijn hart sloeg een slag over; daarachter was de vrijheid. Hij grijnsde en kon amper wachten tot hij naar boven kon. Echter, toen hij Ivey, die eerst ging, het luik bovenaan zag openen zag hij geen daglicht, rook hij de geuren van de straat niet.. Hij mompelde een verwensing. Bij het klimmen klonk er een metalig geluid bij iedere keer dat hij een van de sporten van de ladder omsloot met zijn metalen hand.
Hij klom door het luik waar hij Ivey tegen de muur geleund zag staan. Waar hij uit was gekomen leek op waar ze vandaan kwamen, maar dan veel breder, beter verlicht en droger.
"We zijn er bijna mensen," klonk Zane's stem van achter Neil.
En ze liepen verder, acht jonge mensen, op weg naar de vrijheid, voor zover Neil kon oordelen. Ze gingen een stenen trap op waar geen einde aan leek te komen en na een tijdje kon Neil zweren dat hij stromend water hoorde. Roya hoestte luid en Neil schrok er iets van. Hij keek om. Ze was nogal bleek en leek zich niet goed te voelen.
"Gaat het, sweetie?" hoorde hij Ivey vragen. Hij hoefde niet weer om te kijken om te kunnen voorspellen hoe Roya keek; waarschijnlijk glimlachte ze weer die vermoeide maar positieve glimlach die ze altijd leek te gebruiken als ze ontkende dat ze zich niet goed voelde.
"Het gaat wel."

Eindelijk waren ze er dan. Eindelijk. Na nog een luik door te zijn geklommen kwamen ze aan de rand van een van de kanalen van de stad uit. Het voetpad waarop ze stonden lag zo;n drie meter lager dan de weg en ze waren nog een stenen trap van de gewone straten verwijderd. Neil sloot zijn ogen en ademde diep de stadslucht in, die haast fris te noemen was, na de weken die hij ondergronds door had gebracht. Hij was vervuld van een soort enthousiasme dat hij maar moeilijk kon temperen.
"Bedankt," hoorde hij Roya stamelen. Scott volgde haar voorbeeld. Alona niet. Ook Neil zei niets. Het bracht een ietwat onaangenaam gevoel in zijn maagstreek teweeg maar dat negeerde hij; hij ging niet soft worden; schuldgevoel was bullshit. Hij dronk het wel weg.
"Jullie zijn vrij om te gaan en staan waar jullie willen," zei Zane nuchter. Hij nam hen allen even kort op.
"Jullie mogen met ons mee, we hebben we medicijnen en zo, maar jullie zijn nergens toe verplicht."
Roya slikte en haalde diep adem. "Ik zou graag mee willen," zei ze toen zacht. Neil keek naar haar en pas nu, in het spaarzame licht van een bewolkte middag, hoe afgepeigerd was en hij voelde een nieuwe steek van dat onaangename gevoel, ditmaal voor de onverschillige manier waarop hij haar had behandeld; ze was kapot aan het gaan, maar dacht desondanks niet aan zichzelf en ging zonder een klacht over haar lippen te laten komen door. Inwendig schold Neil zichzelf uit; hij had niets aan dit soort emotionele onzin. Hij had drank nodig en snel.
"En jullie?" Ivey keek hen vragend aan. Haar blik bleef even op Neil rusten.
"Wat levert het me op?" vroeg hij kalm.
"Een schone slaapplek, eten, drinken, geld en avontuur," zei Ivey met een grijns. Neil dacht na. Hij kon het doen; het zou voordelig voor hem zijn.
"Ik ga niet," hoorde hij Alona kortaf zeggen en hij keek de blondine na terwijl ze zonder afscheid te nemen van hen wegliep, haar pas elegant en haar handen in haar zakken. Haar haar wiegde iets op de wind. Raar type. Mooi, sexy, maar raar. Neil zat er verder niet mee; haar kuren boeiden hem niet. Ze moest zelf weten hoe moeilijk ze wilde doen.
"Ik ga mee," besloot hij uiteindelijk, "maar ik moet eigenlijk eerst nog iets anders regelen." Er wachtte hem nog geld van zijn laatste opdrachtgever; hij had het de dag na zijn gevangenschap willen innen..
"Niet onze zaken?" vroeg Ivey, hoorbaar geamuseerd. "Beter speel je geen spelletje met ons, we kijken niet op een leven meer of minder."
Neil grinnikte. "Ik zou niet durven," zei hij met lichte spot in zijn stem.
"Morgen, bij het monument, rond de middag; komen we je dan wel oppikken," zei Ivey. Ze grijnsde, maar Neil wist dat hij voorzichtig met haar moest zijn; ze was laconiek en gezellig, maar ze liet niet met zich spotten en had een natuurlijk leiderschap dat er voor zorgde dat de rest haar commando waarschijnlijk probleemloos volgde.
"Prima, zie ik jullie dan wel," zei Neil en met zijn zevenen liepen ze de stenen trap op, om langs de kant van de weg te splitsen; Neil liep in zijn eentje de bebouwing in.
Dit was een stadsdeel waar hij niet vaak kwam en het zou een aardige wandeling naar de plaats van bestemming worden. Tenzij.. Hij klom over een stevig houten hek en kwam uit op een parkeerplaats. Veel stond er niet, maar hij zag wel een oude fiets. Met zijn metalen arm trok hij aan het slot dat hij tot zijn verrassing zo los trok. Hij had een klein momentje nodig om dat gelukje in te laten zinken en grijnsde toen. Wie zei dat misdaad niet loonde had het duidelijk nooit geprobeerd. Hij fietste weg.
Het begon lichtjes te regenen en hij keek naar zijn prothese. Hopelijk was dat ding van roestvrij staal.
Hij begon sneller te trappen, de ene straat na de andere door. Hij kende de stad goed, maar toch voelde het onwerkelijk, zo tussen de flats en penthouses door te fietsen waar iedereen gewoon zijn dagelijkse leventje leidde. Niet wetend wat er hier ondergronds allemaal gebeurde. Neil schudde zijn hoofd. Wie hield hij nou voor de gek? Van de rijken wisten de meesten waarschijnlijk wel dat dit soort dingen gebeurden; het boeide ze alleen totaal niet.
Langzaamaan veranderde omgeving; toen de schemering in begon te vallen waren de huizen om hem heen een stuk lager, vervallener en de straten een stuk smaller en viezer.
Het was niet ver meer.
Neil fietste wat smalle straatjes door, reed een stoep af, omzeilde hier en daar kapotgevallen glas en reed door twee steegjes om uiteindelijk voor een kleine flat te stoppen. De fiets gooide hij op de stoep en hij stapte de hal van de flat binnen. Via het trappenhuis slenterde hij naar boven. Hij begon nu pas te merken hoe uitgeput hij was; de vrijheid had hem zo'n adrenalinekick gegeven dat hij de fietstocht makkelijk vol had kunnen houden maar nu leek elke trede een heuvel op zich.
Op de derde verdieping stopte hij en hij liep over de gallerij, om voor nummer zes te stoppen en ruw op de deur te bonken. Gestommel en gevloek.
"'t Ken maar beter belangrijk zijn, anders ga je wat beleven!" klonk het bars aan de andere kant van het dunne hout.
De deur ging open en een gedrongen man met een bierbuik en een terugtrekkende haargrens stond Neil een tijd lang verbaasd aan te kijken.
"'k Kom voor m'n salaris," zei deze met een kleine, vermoeide grijns.
"Kom d'r snel in, dit wil ik niet aan de deur doen."
De door sloot achter hem en ze liepen naar de kleine woonkamer waar het blauw zag van de rook. Op een oude bank lag een prostituee te slapen en Neil trok een wenkbrauw op, maar hij zei er niets van.
“Waar kom je zo laat vandaan jong?” vroeg de man achterdochtig. Zijn blik bleef op Neil's arm rusten. “En hoe kom je daaraan?”
“Lang verhaal,” bromde Neil. Hij had geen zin hierin; hij zou het geld in ontvangst nemen, naar zijn eigen apartement gaan en gaan slapen.
“Je hebt me toch niets geflikt he?”
“Nope.”
“Dan is het goed. Ik hoop maar dat je 'n beetje eerlijk bent.”
Hij kreeg zijn geld. Hij borg het op en vertrok. Op de gallerij bedacht hij zich iets. Hij kon natuurlijk gaan slapen, maar dat klotegevoel kon hij ook gewoon even wegdrinken; gewoon lekker naar een cafe of nachtclub gaan en los gaan. Kapot was hij nu toch al, dus wat zou het?
Hij hobbelde de trappen af en liep de kleine hal weer door. Buiten was de fiets weg, opnieuw gejat. Neil deed het weinig. Hij begon te lopen, handen in zijn zakken, tot hij een cafe had bereikt. Hij ging naar binnen. Het was druk. Hij werd schaamteloos aangestaart terwijl hij richting de bar slofte, om moeizaam zijn afgepeigerde lijf op een barkruk te hijzen.
“Kan 'k je helpen?” vroeg de barman onverschillig.
“Een biertje,” bestelde Neil en hij haalde diep adem, eindelijk iets ontspannend, al voelde hij zich meer paranoide dan hij zich ooit had gevoeld en het was geen fijne gewaarwording.
Hij kreeg zijn flesje bier en sloeg het bijna in een keer achterover, om direct een volgende te bestellen. Zo ging hij een aardig tijdje door, ondertussen oppervlakkig lachend met een paar andere gasten en langzaam maar zeker zichzelf verliezend in de alcohol.
Het was laat in de nacht toen hij struikelend en heel wat geld lichter de kroeg verliet om nog geen drie straten verder compleet uitgeput in elkaar te zakken, waarna hij wegzakte in een diepe, loodzware slaap, helemaal kapot.


_________________

https://discord.gg/3SQZ7nX
Join ook onze Discord server!

5 Re: Doom in a needle op za apr 20, 2013 12:13 am

Zane Northland

avatar
Hoofdstuk 4 - Engelen

Felle zonnestralen wekten hem en hij kreunde. Zijn mond was droog, zijn spieren waren stijf en zijn hoofd bonkte als een gek. Nog steeds voelde hij zich bekaf, alsof hij helemaal niet geslapen had.
Hij opende zijn ogen iets, maar klemde ze direct weer dicht; het zonlicht was veel te fel.
Wacht.. zonlicht? Toen hij eindelijk zijn ogen open wist te krijgen herinnerde hij zich pas weer een deel van de afgelopen nacht, van wat hij op zijn eerste vrije avond had gedaan. Vrij. Opeens herinnerde hij zich zijn afspraak weer. Met toegeknepen ogen keek hij naar de hemel. Godverdomme; aan de stand van de zon te zien was het al lang en breed middag. Hij zou nooit meer op tijd bij het monument zijn.
Hij voelde in zijn zakken en kwam tot de bittere conclusie dat hij ook nog eens – hoe had hij anders kunnen verwachten – in zijn slaap beroofd was. Nog een wonder dat ze zijn keel niet open hadden gesneden. Een taxi zat er hoe dan ook in ieder geval nu niet meer in.
Hij krabbelde langzaam overeind en steunde tegen de muur. Hij vroeg zich af of dit no consequenties voor hem ging hebben, het niet op komen dagen. Ivey leek hem iemand die een 'verrader' of potentieel gevaar zonder aarzelend af zou schieten als haar dat de beste oplossing leek. Subtiel was ze in ieder geval niet.
Neil besloot het te laten voor wat het was. Hij strompelde terug naar het krakkemikkige flatje waar hij zijn appartement had. Goed, soms deelde hij het met anderen, maar ze negeerden elkaar negentig procent van de tijd. Ook nam hij wel eens iemand van het andere geslacht mee, maar uiteindelijk was hij er toch meestal alleen. Voor sociaal zijn had hij de clubs en kroegen.
Hij stapte de kleine, benauwende hal in. Aan een van de muren hing een advertentie die eigenlijk al jaren geleden weg gehaald had moeten worden. Aan een andere wand hing een prikbord met recentere dingen; advertenties, maar ook oproepen, een enkel bericht over een vermissing van ieman die blijkbaar nog dacht dat dat effect zou hebben en een paar mensen hadden er flyers opgeprikt van het een of ander. Een groot deel was alweer gedateerd.
Neil liep het trappenhuis in; de lift was al kapot zo lang hij zich het ding kon herinneren, vastzittend op de derde verdieping. Hij was nog steeds in gebruik, maar dan voor andere dingen. Ieder zijn ding. Neil liep duf de trappen op tot hij op de laatste verdieping was, de negende. De minst drukke omdat bijna niemand zin had om de volle negen trappen te lopen.
Hij liep over de smalle gallerij. Hier en daar stond een potplant dood te gaan. Neil stopte bij nummer negentien en zocht in zijn zakken, tot zijn opluchting constaterend dat hij ondanks alles zijn sleutel nog had. Mooi, hoefde hij niet in te breken. Daar draaide hij zijn hand op zich niet voor om, maar dit was praktischer, veel praktischer. Het slot ging wat stroef, maar na wat gemorrel kon hij de deur openen en de hal in stappen. Alles was hier klein en slecht onderhouden, maar het was droog en warm, dus Neil klaagde niet. Hij liep de woonkamer in. Er was zo te zien en te horen niemand thuis, maar het kon natuurlijk ook zijn dat in een van de slaapkamers iemand zijn roes uit lag te slapen. Als Neil er geen last van had vond hij het best. Hij plofte neer op de bank en leunde achterover, zijn ogen dicht. Hij was kapot. Hij had er niet echt bij stilgestaan, maar de afgelopen weken hadden hem tot op het bot uitgeput en dat zou hij ook nog wel even voelen. Hij opende zijn ogen en keek naar zijn prothese. Zou dat het ene 'aandenken' zijn of zou hij nog lichamelijke gevolgen krijgen van alles wat hem in was gespoten? Het zou hem niets verbazen als hij een of andere ziekte zou ontwikkelen. Als een van de vloeistoffen kankerverwekkend zou blijken zou hij er niet raar van opkijken, maar hij hoopte dat het mee zou vallen. Tegenwoordig was zelfs iets als kanker goed te genezen, als je het geld er maar voor had. Zo werkte het in deze stad; ze konden je altijd wel helpen, als je maar voldoende nullen op je bankrekening had staan. Neil had dat niet.
Hij ging op zijn zij op de bank liggen en sloot zijn ogen weer, om al snel in een diepe slaap weg te zakken.

Toen hij wakker werd was hij niet meer alleen in de kamer. Hij was in een keer klaarwakker en kwam geschrokken overeind, klaar om te vechten als dat moest.
Het was een van zijn parttime huisgenoten maar, een donkere jongen die Jay scheen te heten. Jay keek hem verbaasd aan en Neil vervloekte zijn pas verworven paranoia; hij had zichzelf goed voor lul gezet. Hij zag Jay's blik over zijn arm gaan en de jongen fronste.
"Tisser met jou gebeurd?" vroeg hij achterdochtig en Neil zuchtte geergerd. Hier had hij geen zin in.
"Niets bijzonders, ongeluk," loog hij korzelig.
"Lul niet. Je bent wekenlang weg geweest. Ik zal niet gaan beweren dat iemand je gemist heeft, maar het viel op. En nu ben je er weer, lig je voor dood op de bank, al een uur of vijf, en is je arm vervangen voor een homp metaal. Waar heb je je mee ingelaten?"
Jay was totaal niet bezorgd; het ging hem om zijn eigen hachje wist Neil. Bij een onbekende zou hij zelf net zo reageren; Jay zat niet te wachten op onguur volk over de vloer.
Neil zuchtte. Hij had het idee dat de jongen niet los zou laten en hoewel hij zich een stuk beter voelde na vijf uurtjes te hebben liggen maffen was hij nog lang niet de oude dus als het op een confrontatie aankwam zou hij geen schijn van kans maken.
"Je gelooft er toch geen woord van."
"Maak ik zelf wel uit."
"Ja? Daar heb je geen hulp bij nodig? Je wordt met de dag slimmer," reageerde Neil. Jay sprong op, kwaad, en was in drie stappen bij hem, hem ruw bij zijn kraag optrekkend. Neil keek hem koel aan.
"Gevoelige snaar?" informeerde hij. Hij werd snel provocatief als iemand hem kwaad maakte, en bij Jay viel dat niet goed. Voor hij besefte wat er gebeurde had hij een klap op zijn kaak te pakken. Zijn hoofd sloeg achterover en hij voelde zich duizelig.
"Drijf de spot niet met me," snauwde Jay.
"Ik zou niet durven." Neil haalde uit. Trager dan normaal, maar Jay zag het niet aankomen. Zijn vuist trof de jongen vol in zijn maag en deze wankelde hoesten en naar lucht happend als een vis op het droge achteruit.
"Klootzak," bracht hij uit. Neil keek naar zijn arm. Hij had met de metalen arm geslagen. Deze voelde inmiddels zo natuurlijk dat hij er niet bij stil had gestaan. Hij grijnsde. Meevaller.
"Wel eens gehoord van de onderzoekers in het riool?" vroeg hij en Jay, die zich op had gewerkt leek even in de war door deze vraag.
"Wat lul jij nou weer?" vroeg hij en hij zette een wankelende stap naar voren.
"Laten we het erop houden dat ik weet hoe het komt dat er hier nog wel eens iemand verdwijnt," zei Neil met een grijns. Hij had Jay; de jongen was nieuwsgierig en wilde meer weten.
Neil wreef over zijn kaak. Jezus die vent sloeg hard. Aan Jay's houding te zien had Neil niet veel zachter geslagen. Net goed.
"Leg uit," gromde Jay. Neil grinnikte.
"Ik ben zelf 'verdwenen' geweest. Ik en een zo'n andere kerel zijn letterlijk van straat geplukt. Ze hadden daar beneden testobjecten nodig."
"Je bedoeld dat er op je getest is? Daar heb ik wel eens wat over gehoord..."
"Precies dat. Op een gegeven moment spoten ze iets in me waardoor m'n arm naar de kloten ging en besloten dat ik een mooie testcase voor een prothese was.." Neil viel stil, terugdenkend aan de operatie. Hij ging het Jay niet aan zijn neus hangen, maar God, wat was hij bang geweest..
Hij vertelde hoe ze uiteindelijk gered waren en deed er daarna het zwijgen toe. Jay zei lange tijd niets.
"Erg geloofwaardig klinkt het inderdaad niet," zei hij uiteindelijk.
Neil trok in een snelle beweging zijn shirt uit; op een groot aantal plaatsen op zijn lichaam waren wondjes van de naalden en hier en daar een pleister te zien.
"Je weet dat ik geen junkie ben Jay," zei hij, akelig kalm voor zijn doen. Hij zag de scepsis op Jay's gezicht plaats maken voor onmiskenbare afschuw. Hij glimlachte vermoeid.
"Weet je dat ook weer. Ik betwijfel of ze me weer komen halen, dus je hoeft echt niet bang te zijn 's nachts van je bedje gelicht te worden," zei en hij stond op. "Ik ga naar bed."
"Je hebt vijf uur geslapen."
"En de afgelopen weken vrij weinig."
Hij keerde Jay de rug toe en liep naar zijn slaapkamer waar hij zich op het oude, metalen bed liet vallen waarop een goedkoop tweedehands matras lag.

Het huis was helemaal leeg toen hij weer wakker werd, ergens midden in de nacht. Neil voelde zich uitgeslapen en stond op. Hij kwam later wel weer in een normaal slaapritme. Hij slofte naar de keuken en keek in de kastjes, om na goed zoeken een pak crackers te vinden dat en niet over datum was, en niet aan was gevreten door muizen of ander ongedierte. Hij at wat maar het smaakte hem niet echt, al had hij wel trek.
Hij ging vervolgens weer naar de woonkamer, waar hij voor het raam bleef staan. Hij voelde zich verwijderd van dit alles; een aantal weken was hij afgezonderd geweest van de samenleving, had alles in het teken gestaan van overleven, en nu was hij weer vrij, maar hij had geen idee wat hij nu moest. Ja, zijn leven weer oppakken, maar het voelde nu alsof het het leven van een ander was, iets wat een eind van hem af stond. Ging vanzelf wel over, schatte hij, maar desondanks voelde het vreemd.

In de eerste dagen die volgden, was hij weinig op straat. Hij teerde op wat er nog in de keuken was, had een paar uitstapjes gemaakt om wat te jatten maar was verder vooral in de woonkamer gebleven. Nog steeds had hij dat ontwrichte gevoel namelijk, dat gevoel niet meer in dit leven te passen dat hij nu leidde. Hij dacht er echter niet over na; dat was hem te zweverig.
Na een poosje vond hij weer werk; het nieuws dat hij terug was verspreidde zich snel en er waren weer mensen die bereid waren hem ruimschoots te betalen voor klusjes die ze zelf liever niet deden. Neil vond het best; geld was geld. Alles hier was bloedgeld, dus hoe hij het verdiende was niet van belang.
Van Ivey en haar mensen had hij niets meer gehoord. Het verbaasde hem eigenlijk ook niet; wat voor bedreiging kon hij in godsnaam voor hen zijn?
De herfst begon in te vallen en het werd steeds regenachtiger in de stad. Normaal boeide dat niet zo, maar Neil merkte na een poosje al dat zijn prothese niet van roestvrij materiaal gemaakt was en het ding goed droog krijgen was haast geen doen, dus het zou een kwestie zijn van tijd voor het ding ging roesten.
Buiten dat maakte hij het relatief goed; hij had geld om handen, hij ging geregeld uit, waarbij hij de nare dingen weg kon drinken had een warme en droge woning met elektriciteit en stromend water, wat de meesten niet konden zeggen en zijn paranoia nam af naarmate hij verder weg kwam van de dag dat ze hem ontvoerd hadden. Hij begon langzaamaan weer een beetje zijn oude zelf te worden.
Het moest overigens gezegd worden dat Neil niet alleen maar crimineel werk deed; alles wat verdiende was ok.
Zo kwam het dat hij op een dag in de stromende regen in de haven kratten op een schip sjouwde. Dubieuze inhoud, maar het betaalde beter dan verwacht – wat vermoedelijk met de inhoud van doen had – dus Neil klaagde niet. In wezen was het eerlijk werk, noeste arbeid. Hij trainde genoeg om het fysiek makkelijk aan te kunnen.
Het was net toen hij het negende krat die avond optilde en ermee begon te lopen toen hij de pijn voor het eerst voelde. Het was niet eens heel erg; meer een kleine steek ergens bij zijn schouder, aan de rand van zijn prothese. Hij werkte gewoon door, al leidde het zonder meer af.
Toen hij 's avonds naar huis ging was het iets erger geworden, frequenter, en hij kon niet ontkennen dat hij zich er zorgen over begon te maken. Terwijl hij door de steegjes snelde werd de regen zo mogelijk nog erger. Met bakken de lucht uit en de straat stond al blank. Geen centimeter van Neils lijf was nog droog. Hij was ergens blij dat hij zijn loon de volgende keer pas zou krijgen; met dit weer met geld over straat..
Hij sloeg af, een brandgang door die zo nauw was dat zijn schouders lichtjes beide muren raakten. Hij was bijna aan het eind toen hij van achteren bij zijn jas gegrepen werd en tegen een van de muren geduwd werd.
"Geld,"kraste een stem en iets scherps werd tegen Neils hals gedrukt.
"Rot op, ik heb niets bij me."
Een hijgerige ademhaling was lichtjes door de regen heen te horen en Neil voelde hoe trillende handen haastig zijn lijf onderzochten. Een junk waarschijnlijk. Door de smalheid van de straat stond de junk bijna tegen hem aan en hij voelde de vreemdeling dan ook verstijven toen diens vingers de metalen prothese voelden.
Nog voor de junk iets kon zeggen of doen had Neil zijn arm opgetild en hem keihard voor zijn gezicht geslagen. Bewusteloos zakte de junk ineen op de grond. Neil pikte het mes in, klapte het dicht, schoof het in zijn zak en liet gehaast verder.

Eenmaal thuis griste hij een handdoek uit zijn kast en droogde zijn gezicht en haren af. Hij trok droge kleren aan en begon toen voor zover hij kon zijn prothese droog te maken, maar zoals gebruikelijk wilde dat niet echt makkelijk.
Zijn schouder stak weer en hij vloekte. Voor een spiegel bleef hij staan en hij trok zijn droge shirt weer uit. Hij liet het op de grond vallen en boog zich naar de spiegel toe. Aan de huid was niets te zien. Wat was er in vredesnaam aan hand? Het deed vooral zeer als hij zijn arm bewoog dus het had sowieso met die verdomde prothese te maken. Hij streek met zijn gewone vingers over de plaats waar metaal en huid elkaar ontmoetten en fronste.
Hij trok zijn shirt weer aan en besloot het in de gaten te houden, al wist hij dat hij nooit genoeg geld voor een behandeling zou hebben als het erop aan zou komen dus hij kon alleen maar vurig hopen dat het niet erger werd of nog beter, dat het over zou gaan.
Dat ging het niet.
Naarmate de weken verstreken werd de pijn bijna elke dag frequenter en langzaamaan ook steeds erger tot op het punt dat het een hel werd om de arm echt te gebruiken.

Het was vroeg in de ochtend, nog geen vijf uur waarschijnlijk, maar Neil was klaarwakker. Zijn schouder leek in brand te staan. Hij hield zijn ogen krampachtig gesloten en haalde jachtig adem. Hij dwong zichzelf op te staan en in zijn boxer slofte hij door het huis. In de keuken nam hij een paar pijnstillers die hij een week eerder had gehaald. Zwaar spul, maar hij had het nodig als hij de dag door wilde komen. En nodig had hij het. Hij gebruikte eigenlijk meer dan voorgeschreven waardoor hij zo nu en dan zwaar van de kaart was, maar een gewone dosis was af en toe gewoon niet genoeg meer.
Hij gooide er een glas water achteraan. Toen werd er op de deur gebonst. Hij keek om en fronste. Wie kwam er zo vroeg aan de deur?
Hij liep de hal in, maar deed nog niet open.
"Neil?" riep een stem waar duidelijk lichte paniek in doorklonk. Een bekende stem, maar Neil kon hem niet goed plaatsen.
"Neil, alsjeblieft, doe open, ik heb je hulp nodig!"
Hij morrelde aan het slot. Hij sliep slecht de laatste tijd dus hij was behoorlijk duf. Niet duf genoeg om het meisje in de deuropening te herkennen, echter.
"Roya?" stamelde hij verward. Haar wanhopig blik maakte plaats voor een van schrik toen ze naar hem keek. Hij had het niet echt door, maar wat zij zag, was een afgepeigerde jongen, half weg van vermoeidheid, in zijn boxer met diepe wallen onder zijn ogen.
"Oh mijn God, Neil, wat is er met je gebeurd?" vroeg ze geschrokken. Neil haalde zijn schouders op. Het was een tikje lastig om helder te denken.
"Niks.. Wat doe jij hier?"
Ze leek te aarzelend. "Ik.. Ik hoopte dat je me kon helpen.. maar ik bedenk me net dat ik het zelf ook wel af kan.." stamelde ze, duidelijk helemaal van haar stuk gebracht.
"Top," reageerde Neil korzelig, al ging de helft van de conversatie langs hem heen. Hij begon ook nu pas te merken dat het koud was, zo in de deuropening. De herfst begon namelijk al weer langzaamaan over te gaan in de winter en de temperaturen waren al vroeg omlaag gegaan.
"Neil, je moet denk ik even gaan liggen," zei Roya voorzichtig.
"Laat me, het gaat prima," bromde Neil.
"Oh.." Roya klonk onzeker. "Dan eh.. ga ik denk ik maar weer."
En zo snel als ze was verschenen was ze weer weg. Neil slofte terug naar de woonkamer en door de vertraagde werking van zijn brein realiseerde hij zich toen pas dat ze helemaal niet hoorde te weten waar hij woonde. Hij vloekte; het zat hem niet lekker. Echter, de pijnstillers begonnen te werken en al gauw liet hij zich op de bank zakken om half verdoofd te blijven liggen, in een mentale staat waarin eigenlijk alles langs hem heen ging. Het zou net zo gaan als toen hij wakker werd; ze zouden uitgewerkt raken en de pijn zou hem wekken, maar voor nu was het goed.
Hij viel uiteindelijk in slaap, een rusteloze slaap met ronduit angstaanjagende dromen die hem onrustig deden bewegen in zijn slaap. Beelden van de weken van zijn gevangenschap gemixt met dingen die zijn geest bedacht zorgden voor een beangstigende combinatie die hem in zijn greep had, net zolang tot hij wakker werd door iemand die aan zijn arm schudde hij. Hij opende lodderig zijn ogen. Jay.
"Dude, what the fuck? Hoeveel van die dingen heb je op?"
"Wat boeit jou dat?" mompelde Neil. Hij probeerde tevergeefs te focussen en voelde zich misselijk. Zijn arm stak weer en hij had zich lang niet zo beroerd gevoeld.
"Waarom slik je ze eigenlijk?"
"M'n arm..." Neil kreunde toen een steek door zijn arm ging omdat hij hem iets bewoog.
"Wat is daarmee?"
"Doet zeer.." Jezus, was dat niet overduidelijk? Waar slikte je anders pijnstillers voor?
"Godverdomme Neil, je bent compleet naar de klote, man."
"Whatever.."
Jay zuchtte en zijn voetstappen verwijderden zich. Toen ze weer terugkwamen keek Neil niet eens op. Toen plensde er iets ijskouds in zijn gezicht. Zijn ogen schoten open. Terwijl het water van zijn gelaat afliep keek hij Jay kwaad aan.
"Waar was dat goed voor?" snauwde hij, wel een stuk helderder nu.
"Jou bij je positieven krijgen."
Neil kreunde opnieuw toen hij zijn arm bewoog en klemde zijn kaken op elkaar van de pijn.
"Jezus, doet het zoveel pijn?" in Jay's stem klonk zowaar iets van medelijden en hoewel Neil daar normaal niets van moest hebben, knikte hij nu slechts mat.
Hij stond wankelend op. "Ik ga naar buiten," mompelde hij. Hij ging naar zijn kamer waar hij onhandig een joggingbroek en een mouwloos shirt aantrok.
"Dude, het vriest zowat," protesteerde Jay toen Neil naar de voordeur liep, maar hij ondernam geen actie om hem tegen te houden.
Hoe Neil uiteindelijk zonder zijn nek te breken de hal van de flat bereikt had wist hij niet, maar struikelend begaf hij zich naar buiten. De kou kreeg meteen vat op hem maar hij liep door, niet eens echt wetend waar hij in hemelsnaam heen ging. Hij was weer aardig bij de tijd, maar de pijn leidde af. Het was bijna niet meer te harden. Neil voelde iets in de zak van zijn joggingbroek zitten en voelde. Het bleek een ingeklapt mes te zijn. Hij stopte het weer terug en liet verder, zich nu pas realiserend dat hij geen schoenen droeg.
Hij baalde dat hij geen geld mee had genomen; een paar biertjes waren er wel in gegaan, al wist hij ook wel dat hij in deze toestand niet zou moeten drinken. Schijt. Hij wilde zich alleen maar beter voelen. Hij was een wrak.
Hij rilde en werd steeds kouder. In de verte zag hij een figuur lopen en toen hij dichterbij kwam herkende hij de persoon, zelfs in deze toestand. Zijn gezicht had iets onrealistisch, maar het was hem verder echt; zijn haar, zijn bouw; Neil herkende de rijke man die tegelijk met hem gevangen was genomen meteen. De puf om zich te verwonderen over het blijkbaar teruggekeerde gezicht had hij niet. Nu kon hij mooi afmaken waar hij toen aan begonnen was. Misschien had hij dan eindelijk genoeg om zich in een ziekenhuis uit deze hel te laten verlossen. Hij trok het mes en klapte het open, waarbij hij het bijna liet vallen. De man leek hem niet te herkennen. Struikelend werkte Neil zich naar man toe. Hij wilde iets zeggen maar veel geluid kwam er niet uit zijn keel. De man keek met een mengeling van verbazing en scepsis naar hem. Neil omklemde het mes steviger, maar nog voor hij toe kon slaan kon hij niet meer. Hij stortte in. Eerst viel hij op zijn knieen, toen zakte hij voorover, op de ijzig koude stenen. Zijn hoofd gonsde. De man knielde naast hem neer. Neil hoorde hem telefoneren. Er werd een jas over hem heen gelegd. Hij besefte het allemaal maar half. Sirenes. Handen die aan hem zaten. Hij probeerde zich te verzetten maar was daar niet toe in staat.
Hij werd de ambulance ingedragen en tijdens de rit wisselde hij regelmatig van staat van bewustzijn.
Stemmen.
Lichten. Was hij nu al ergens binnen?
"Heb zijn bloed onderzocht, sporen van zware pijnstillers, en veel ook."
"Wat wil je, die arm is aan de aanhechting gaan roesten; de pijn moet ondraaglijk zijn geweest."
"Is het nog te vervangen?"
"Ja, maar dan moeten we snel zijn, al durf ik hem in deze toestand niet te opereren."
"Volgens mij is hij wakker."
Om zijn bed verschenen drie artsen. Neil's blik viel op hun witte jassen en hij schrok.
"Rustig maar, we zijn hier om je te helpen. Hoe voel je je?"
Neil was nog steeds niet gerustgesteld en ging rechterop zitten. Hij keek naar zijn arm en wenste dat hij zijn pijnstillers had.
"Klote."
"Begrijpelijk. Je was aardig ver heen volgens mij."
Twee van de artsen vertrokken maar de derde kwam aan Neil's bed zitten.
"Ik heb goed en slecht nieuws voor je. Het slechte nieuws is dat je geopereerd zal moeten worden, omdat je arm nu een risico factor is die je lichaam aardig kan beschadigen. Het goede nieuws, is dat de man die ons gebeld heeft bereid is een nieuwe, roestvrije prothese voor je te betalen."
Neil was te verbijsterd om antwoord te geven en kon alleen maar met open mond kijken toen de rijke man binnen gelopen kwam. De arts vertrok en hij nam plaats in de vrijgekomen stoel.
"Waarom doe je dit voor me?" vroeg Neil achterdochtig. De man glimlachte.
"Omdat je het nodig hebt." De man stak zijn hand uit. "Angus Bryant," stelde hij zich vriendelijk voor en zijn gelaatsuitdrukking vertelde Neil dat hij echt niet meer wist wie hij was.
"Neil Vanderzee," mompelde hij, verbouwereerd de hand van de man schuddend

Hij had even een poosje nodig na het vertrek van Angus om zich te beseffen hoe het zat; de man had zich door Neil's fysieke toestand waarschijnlijk amper beseft wat de jongen van plan was geweest, wist niet meer dat hij het al eens eerder had geprobeerd en was bereid te betalen om de jongen te redden. Hij slikte. Dat was onzelfzuchtig. Heel onzelfzuchtig.. Ergens voelde hij iets van schuld en hij probeerde het weg te drukken maar hier in het ziekenhuisbed had hij zoveel tijd alleen met zijn gedachten dat het al snel weer terug was.
Al snel werd hem duidelijk dat de operatie een must was, wilde hij die fatsoenlijk overleven, en dat hij morgen plaats zou vinden omdat ze het nu niet aandurfden in verband met wat hij geslikt had. Pijnstillers kreeg hij niet meer. Hij bleef doodstil liggen, zodat hij zijn arm zo min mogelijk zou voelen.
Net toen hij een klein beetje weg begon te zakken kwam er iemand binnen. Hij keek op en hapte naar adem toen die beweging een nieuwe stekende pijn teweegbracht. Toen zag hij wie de bezoeker was. Bezoekers, want na Roya kwam ook Scott binnen.
"Hey," groette het blonde meisje zacht. Ze kwam aan de rand van zijn bed staan. Scott hield wat meer afstand.
Neil bromde iets van een groet.
"Hoe wist je waar ik woonde? Hoe wist je dat ik hier opgenomen was?" Het was niet vriendelijk, maar Neil hield er niet van als men dingen over hem wist die hij ze niet had verteld. Roya glimlachte kort en ongemakkelijk.
"Ik heb rondgevraagd.. " mompelde ze. Nu hij een heel stuk helderder was, zag Neil pas hoe moe ze eruitzag. Daar kwam hij zo wel op. Ook Scott zag er ongezond uit, maar omdat hij van zichzelf al erg tenger was en duidelijk vermagerd leek hij helemaal een wandelend lijk.
"Dat is alles?"
"Nou.. ik heb wel goed moeten zoeken," Roya rilde bij het vertellen van die woorden en Neil had zo'n idee dat er meer was gebeurd.
"Waarom wilde je m'n hulp eigenlijk?"
"Nou.. het gaat om Alona. Ivey is erachter gekomen dat ze iets met de Engelen te maken heeft of zo..."
"De wat?"
"Nou, volgens haar -"
"Nooit van de Engelen gehoord Neil?" Ivey kwam binnen en keek hem sceptisch aan.
"Nope."
"Scott, update hem."
Scott schuifelde ongemakkelijk naar voren. Van dichtbij leek hij nog slechter; zijn huid had een grauwe zweem en onder zijn ogen tekenden zich behoorlijke wallen af.
"We eh.. hebben geen idee wat hun oorsprong precies is, maar het zijn zeg maar geen engelen zoals je die in de bijbel ziet, of zo. Het zou eerder andersom zijn, al denken we dat de Engelen nog niet zo gek lang bestaan.." Scott's onzekere manier van praten had iets vermoeiends vond Neil; zo intimiderend was hij toch niet? Hell, hij lag hier half te creperen, waar kon die emo in vredesnaam bang voor zijn?
"Wat heeft 't met Alona van doen?"
Roya glimlachte mat. "Jij, ik en Scott konden amper fatsoenlijk staan zo nu en dan daarbinnen. Zij mankeerde niets. Ze heeft me vertelt hoeveel er in haar gespoten is; dat zouden wij niet overleefd hebben."
Neil fronste.
"Dus?"
"Dus dat onderstreept mooi wat we over d'r hebben gevonden," zei Ivey luchtig. "Haar moeder was een prostituee, maar haar vader was een Engel."
Neil vond het vergezocht klinken en hij zuchtte diep.
"En jullie verkopen me deze bullshit omdat?"
"Ik zag jou niet relaxed weglopen toen we eenmaal buitenstonden, honey," grinnikte Ivey. "Je schijnt op straat ergens KO te zijn gegaan van de drank."
"We zijn serieus Neil, echt," zei Roya zwakjes. Neil zuchtte. Ergens vond hij het ook raar dat Alona zich prima leek te hebben gevoeld, maar om er nou een lulverhaal over engelen aan te hangen?
"Enneh, deze engelen, daar hebben we nooit eerder van gehoord want?"
"Geen idee, dat is waar we achter willen komen," zei Roya. Neil volgde Ivey met zijn ogen toen deze langs zijn bed naar het raam liep.
"Ze kunnen evengoed chemisch gemaakt zijn Neil, we weten niets van ze, behalve dat ze bestaan. En het met hoeren doen."
Neil sloot zijn ogen. Hij was moe van dit alles. Roya merkte het.
"Laten we maar gaan.. dan kan jij je rust krijgen," zei ze zacht.
Ivey en Scott verlieten de ruimte. Roya aarzelde een moment maar volgde toen, Neil alleen achterlatend met een hoop vragen, twijfels, scepsis en verwarring.

6 Re: Doom in a needle op za apr 20, 2013 5:57 pm

Aurelia

avatar
Poor Neil. D:

Gesponsorde inhoud


Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum